Niet modern, maar tijdloos Ontwerper Piet Schreuders neemt grafisch Nederland opnieuw op de korrel

Ooit werd hij gezien als de knip-en-plakfanaat van ontwerpend Nederland, een dilettant die het waagde gevestigde reputaties aan te vallen....

PEK EN VEREN waren zijn deel toen grafisch ontwerper Piet Schreuders in 1977 een pamflet publiceerde onder de titel Lay In-Lay Out. De legendarisch geworden openingszin luidde: 'Het vak 'grafisch vormgeven' is misdadig en zou eigenlijk niet mogen bestaan'.

Een tuiltje reacties:

'Een gevaarlijk element. Afgezien van Piets geringe vakmanschap is wat hij verkondigt volstrekt strijdig met wat typografie zou moeten zijn.' (Huib van Krimpen)

'Het wordt tijd dat Schreuders een vak gaat leren, in plaats van de vormgevende dorpsgek te spelen. (Karst L. Zwart)

'Pas op voor Piet Schreuders! Hij is niet minder misdadig dan andere ontwerpers, misschien zelfs wel meer. Want al ziet het er vaak prachtig uit, veel meer dan een nieuw vorm-cliché is het niet. (Jan van Toorn)

Aanzienlijk milder was Willem Frederik Hermans toen hij het werk van Piet Schreuders eens typeerde als 'verrukkelijke moedwilligheid.'

In Lay In-Lay Out ranselde Piet Schreuders ontwerpend Nederland. Ziekmakend noemt hij in het voorbericht bij de vanaf morgen verkrijgbare tweede druk van Lay In-Lay Out de situatie in de jaren zeventig toen de dienst werd uitgemaakt door enerzijds de functionalisten onder aanvoering van Wim Crouwel en zijn Total Design en anderzijds door kunstenaar-ontwerpers als Anthon Beeke 'voor wie niks te gek is, alles mag, als het maar 'vernieuwend' is, de klant betaalt en lezen niet nodig is.'

De nieuwe editie ('Dat het alleen nog maar erger zou worden, kon ik natuurlijk ook niet weten') bevat naast een nagenoeg identieke versie van de oorspronkelijke tekst een achttal artikelen die Schreuders sindsdien elders publiceerde. Deels belijdt hij daarin zijn liefde voor bijzondere en nagenoeg verdwenen letters; deels wordt grafisch Nederland opnieuw en met de nodige ironie op de korrel genomen. Het boek besluit met het hoofdstuk 'De Orderzak' waarin Schreuders de lezer een blik gunt op zijn eigen grafische productie van de afgelopen 25 jaar. Dit alles ditmaal onder de vrolijke titel Lay In-Lay Out en ander oud zeer - een reeks woedende reacties van destijds is pontificaal voorin het boek afgedrukt.

De gewezen 'knip-en-plakfanaat' heeft intussen zijn niet te wissen spoor getrokken in het grafische en culturele landschap. Piet Schreuders gaf, onder veel meer, vorm aan de Rijksmuseumkunstkrant, het Brooklyn Bridge Bulletin en De Juinensche Courant. Van de VPRO-gids ontwierp hij geruime tijd de achterkant, soms ook de voorkant. Van Kooten en De Bie maken regelmatig gebruik van ontwerpen van Schreuders. In 1981 verscheen Paperbacks U.S.A., zijn studie van de Amerikaanse paperback.

Drie jaar geleden, na zeven jaar research, kwam The Beatles' London uit dat Schreuders samenstelde met Mark Lewisohn en Adam Smith. ('Zij wonen in Londen en deden dus het meeste voetenwerk. Mijn bijdrage bestond uit het maken van plattegrondjes en het reconstrueren van de foto-locaties.') Beide boeken behaalden een oplage van vijftienduizend exemplaren, maar worden tot Schreuders spijt vooralsnog niet herdrukt.

Elke dinsdagmorgen is Piet Schreuders op radio 5 te beluisteren met het programma Instituut Schreuders. ('Je hebt het gauw gemist, want het duurt maar een kwartier.') De actuele grafische arbeid bestaat uit het maken van boekomslagen (o.a. voor De Harmonie) en sluit veelal aan bij zijn herontdekkingen van Amerikaanse muziek: de opvallende verpakkingen van de CD's van The Beau Hunks zijn van zijn hand. En dan is hij ook nog zowel uitgever als hoofdredacteur van De Poezenkrant (oplage 3000, 45 nummers tot op heden) en Furore (oplage 2000, nieuwe aflevering vermoedelijk dit najaar). De bladen verschijnen als de uitgever er tijd en geld voor kan vrijmaken. Het Amerikaanse tijdschrift Emigré wijdde in 1991 een speciaal nummer aan het fenomeen Piet Schreuders.

Het is niet doenlijk Piet Schreuders in een hokje te vatten. Zowel de strenge Zwitserse typografie als de versierdrift van een Dumbar staan hem tegen. Typografie moet helder en duidelijk zijn wat niet hoeft te verhinderen dat er van harte geëxperimenteerd mag worden. Lay In-Lay Out had weliswaar een schokeffect maar er werd in de afgelopen twintig jaar ook dikwijls uit geciteerd. Graag maakt Schreuders gebruik van elementen uit het verleden - in de nieuwe editie van zijn boek gaat hij op zoek naar letters van glas, hout en ijzer - maar van 'nostalgie' wil hij niet beticht worden: 'Ik probeer oude dingen er als nieuw te laten uitzien.'

De werkruimte van Piet Schreuders (46) in hartje Amsterdam is sober en gespeend van elke hang naar design. De enige opvallende elementen zijn een opgespannen Amerikaanse vlag, bovenlichten van antiek glas-in-lood en een niet te ontwijken bordje dat verordonneert dat 'in de zaal niet gerookt wordt'.

Schreuders: 'Ik sta nog steeds achter de spirit van het boek. Mijn enthousiasme over het vak laat ik de vrije loop. Het boek begint met wat me niet bevalt en gaat ongemerkt over in wat ik mooi vind. Voor de lezer valt overigens heel wat te lachen, en bovendien verschaft het een soort troost aan mensen die er net zo over denken.'

- De tekst van het oorspronkelijke pamflet is nauwelijks aangepast. Wim Crouwel blijft het mikpunt. Lijkt dat niet op schoppen tegen een dood paard.

'Er komt een moment dat de tekst zo oud is dat je moet uitleggen wie Wim Crouwel was maar zover is het nog niet. Ik had een nieuwe versie kunnen maken met Gert Dumbar in de hoofdrol maar ik zou dezelfde bewoordingen hebben gekozen. Crouwel vervult in mijn boek slechts een symboolfunctie; hij was en is het boegbeeld van het Nederlandse ontwerpen. Dumbar komt trouwens elders nog wel ter sprake.'

- Het veelgeroemde Dutch Design noemt u een dubieus begrip.

'Het is een zeepbel. Er is een hele cultuur die puur op het vormgeven is gericht: symposia, exposities, vakbladen, instituten. Het is een monocultuur. Vakbladen en beroepsverenigingen heb je overal, ook bij brandweerlieden, maar in vormgeverskringen hangt er een cultureel en artistiek aura omheen. Dat staat me tegen omdat het al gauw uitdraait op machtsspelletjes. Dit verstikkende verschijnsel doet zich merkwaardig genoeg alleen in Nederland voor. Ik kom met enige regelmaat in Amerika en daar heb ik het niet waargenomen.'

- De vakliteratuur is aan u niet besteed?

'Nauwelijks. Die bladen gaan over vormgeving en worden zelf ook weer vormgegeven door vormgevers die moeten laten zien dat ze vormgeven want zij worden nauwkeurig op de vingers gekeken door de vormgevers die de bladen lezen. En dan die jaarboeken over typografie. Plotseling bepaalt de redactie van zo'n boek dat het mode is om teksten in onderkast te zetten, wijd uit te spatiëren en te onderlijnen. Daarmee zet zij een trend die op het moment dat iedereen het oppikt al meteen een tweedehands trend is. Een volstrekt heilloze weg.'

- Ontwerpers draaien in hun eigen cirkel rond.

'Als in Nederland een ontwerper goed is, wil dat nog niet zeggen dat zijn werk veel invloed heeft. Affichemaker Gielijn Escher is daar een voorbeeld van. Bij de coterieën en de elkaar napratende mandarijnen en vakbladen kom je Escher niet tegen. Je zou verwachten, of misschien ben ik heel utopisch, dat zijn werk bij andere ontwerpers tot inspiratie en bevruchting leidt. Niets daarvan, Escher wordt geïsoleerd.'

- En dat terwijl het juist de affiches van Escher zijn die je tussen de ogen raken. Een sporadische gewaarwording op straat.

'Ja, ze raken u tussen de ogen en ze raken mij tussen de ogen, en een heleboel andere mensen ook, maar de grafische machthebbers zullen dat nooit toegeven. Inderdaad word je op straat niet vaak gegrepen door aangeplakt drukwerk, maar dat is geen ramp. Ik schrijf in mijn boek dat 98 procent van wat je om je heen ziet rotzooi is. Dat is nu eenmaal de realiteit. Wat me wel stoort is de repressieve cultuur, die te meer verlammend is in een klein land waar men elkaar vanachter elke boom beloert. Er worden natuurlijk ook mooie dingen gemaakt. Het affiche van Donald Beekman voor de film Naar de klote is perfect in stijl. Je kunt de stijl afwijzen maar dat doet aan het ontwerp niets af. En let eens op Peter te Bos, een muzikant die zijn eigen affiches ontwerpt. Van de oudere generatie bewonder ik Harry Sierman en Gerard Unger; de letter Swift die Unger voor Het Parool ontwierp is volmaakt'.

- Onder ontwerpers is de discussie over mooi en lelijk taboe. Men acht het te subjectieve criteria die al gauw tot getwist over smaak leiden.

'Als iedereen zegt dat het niet mag, wil ik me daar tegen afzetten. Dan doe ik het lekker toch. In het boek heb ik een aantal ontwerpen opgenomen die mij geïnspireerd hebben en die ik dus mooi vind. In mijn beginperiode had ik een voorkeur voor brutale Amerikaanse typografie; veel mensen werden boos en noemde het terroristische en zelfs fascistische typografie. Het werd gelieerd aan De Telegraaf, een krant die toen niet zo goed lag. Toen ik veel later iets soortgelijks deed met de Juinensche Courant hoorde je niemand meer'.

- Amerika bleef een bron van inspiratie. U maakte een grafische studie van de Amerikaanse paperback, deed onderzoek naar oude filmmuziek en uw radioprogramma drijft op muziek van overzee.

'Amerikaanse vormgeving is in doorsnee niet modern maar tijdloos, daar hou ik van. Ik probeer altijd een nog niet ontgonnen terrein te ontdekken. Als iets mij intrigeert, ga ik materiaal verzamelen. De reguliere bronnen leveren doorgaans geen materiaal op voor mijn onderwerpen; er zijn geen boeken over. Dan ga ik een beetje zoeken, heel knullig en amateuristisch aanvankelijk. Omdat ik het zinloos vind dat allemaal voor mezelf te houden, vertaal ik het zo dat anderen er ook iets aan hebben. Van lichte muziek wist ik niet veel, dus ben ik er maar een radioprogramma over gaan maken.'

'Mijn eerste muziekontwerp was een hoes voor It's the talk of the town in opdracht van Gert-Jan Blom voor zijn orkest Boulevard of Broken Dreams. Hij wilde een schilderij van James Avati op de cover. De voorkant was al klaar, de achterkant was al klaar, maar Blom tobde met de onderkant van die achterkant. Daarvoor moest ik me verdiepen in de achtergrond van die muziek. Bij menig project sluiten Blom en ik wonderwel op elkaar aan. Toen ik nieuwsgierig werd naar de muziek van Laurel & Hardy opperde ik tegenover Blom dat er eigenlijk een orkest zou moeten komen om deze muziek na te spelen. Dat had Blom natuurlijk niet en het zag er ook niet naar uit dat het er ooit zou komen. Totdat vijf jaar geleden een platenmaatschappij startte met het uitbrengen van Laurel & Hardy-video's. Het concern belde Blom om advies en toen vielen alle dingen op hun plaats.'

Het orkest The Beau Hunks heeft intussen vijf CD's uitgebracht waarvoor Piet Schreuders zowel de research als de art direction deed. Meest markante uitgave is de dubbel-cd waarop de honderd bekendste filmcomposties van Leroy Shield ten gehore worden gebracht. Het Amerikaanse weekblad Newsweek noemde The Beau Hunks in dit verband 'The best thing from Holland since tulips'.

Schreuders: 'De platenhoezen van vroeger waren een soort affiches; bij cd's zit een boekje dat tekstverzorging en research vereist. Mijn voorkeur gaat uit naar Amerikaanse platen, singles en hoezen uit de jaren veertig, vijftig en zestig. Bewust of onbewust grijp ik naar die stijl terug.'

Zijn filosofie samenvattend: 'Als ontwerper sta ik er vooraf nauwelijks bij stil over hoe iets er uiteindelijk uit moet zien. Een ontwerp moet zich als het ware organisch mededelen uit het beschikbare materiaal. Ik laat zoveel mogelijk mijn intuïtie de vrije teugel. Einddoel is dat het er volstrekt vanzelfsprekend uitziet.'

- Zal uw boek enig effect hebben?

'Ik heb niet de illusie dat ook maar één ontwerper tot bezinning zal komen. Toch heb ik het gevoel dat de grafische cultuur ietsje gunstiger wordt. De nieuwe generatie ontwerpers kijkt weer naar wat vroeger is gemaakt. In de architectuur is merkbaar dat, heel soms, een architect bij het bouwen van een huis pogingen doet om het in harmonie te brengen met de omgeving. Twintig jaar geleden was dat ondenkbaar; de man moest zijn eigen stempel drukken. Zo verwierpen grafisch ontwerpers lange tijd de ontwerpen van Jan van Krimpen, maar jonge letterontwerpers als Peter van Blokland en Matthias Noordzij hebben zijn werk grondig bestudeerd. Het zou toch mooi zijn als de prachtige cijferzegels van Van Krimpen alsnog uitgebreid werden met de waarden van 80 en 100 cent.'

Piet Schreuders wil niet betiteld worden als een mopperkont: 'Mijn boek straalt een dromerige, positieve sfeer uit; om dat te bereiken moest ik natuurlijk enig dor hout kappen. Het stuk over de GVN (de huidige Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers - HH) heeft ondanks de wat boze toon een vermakelijke kant. Ik heb ontdekt dat je, in plaats van de ontwerpen van anderen tot in de details te analyseren en zonodig af te kraken, kunt volstaan met het citeren van teksten die ontwerpers over zichzelf schrijven. Er spreekt een wereld van verwaandheid en verwatenheid uit.'

Piet Schreuders: Lay In-Lay Out en ander oud zeer.

De Buitenkant; ¿ 45,-

ISBN 90 70386 879

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden