Niet Mladic maar Milosevic direct verantwoordelijk voor executies

Het Joegoslavië Tribunaal had ten tijde van de dood van de Servische oud-president Slobodan Milosevic in 2006 veel hard bewijs voor zijn directe verantwoordelijkheid voor genocide in Bosnië. De massa-executies van Srebrenica vloeiden niet voort uit een eigengereid bevel van generaal Ratko Mladic.

Oud-president Milosevic in 2005 in de rechtszaal tijdens zijn proces in Den Haag. Foto ANP

Dat blijkt uit het proefschrift dat Nena Tromp-Vrkic, van 2000 tot 2006 werkzaam voor het onderzoeksteam van het Tribunaal in de Milosevic-zaak, vandaag aan de Universiteit van Amsterdam verdedigt.

De executies van meer dan 7.000 Bosnische moslimmannen in juli 1995 zijn veelvuldig toegeschreven aan een 'dolgedraaide' Mladic, die de bijnaam 'slager van Srebrenica' kreeg. De moorden waren echter geen persoonlijk initiatief van hem, zegt Nena Tromp-Vrkic in een interview met de Volkskrant. 'Srebrenica was géén uitzondering in die oorlog. Het was de manier waarop die oorlog werd gevoerd. In Prijedor was drie jaar eerder hetzelfde gebeurt: systematische executies die wekenlang doorgingen. Er worden daar nog steeds massagraven gevonden. Het aantal doden en vermisten ligt daar ook boven de 5.000.'

In haar onderzoek, The Unfinished Trial of Slobodan Milosevic: Justice Lost, History Told, doet Tromp-Vrkic het bestaan uit de doeken van een Opperste Defensieraad die tijdens de oorlog in de Servische hoofdstad Belgrado bijeenkwam om de executies in Bosnië te coördineren. In Srebrenica waren in juli 1995 dezelfde vanuit Belgrado aangestuurde krachten werkzaam als eerder in de oorlog. In Belgrado zetelde ook een '30ste Personeelscontingent' dat Mladic en andere Bosnisch-Servische officieren hun salaris betaalde.

Nena Tromp-Vrkic. Foto Mike Roelofs

Voormalig president Milosevic had wel degelijk contact met generaal Mladic. De 'slager van Srebrenica' handelde niet op eigen houtje, toont onderzoeker Nena Tromp-Vrkic aan. Lees het hele interview met haar hier.

Op eigen houtje

Om niet met de wreedheden in Bosnië te worden geassocieerd, beweerde Milosevic tijdens en na de oorlog veelvuldig dat de Bosnische Serviërs goeddeels op eigen houtje opereerden. Uit het proefschrift van Tromp-Vrkic doemt een innigere verstrengeling op dan destijds al werd vermoed. Bewijs daarvoor werd paradoxaal genoeg ook door Milosevic zelf aangeleverd in de rechtszaal van het Tribunaal. Over Srebrenica zei hij in december 2003: 'Ik heb Mladic gewaarschuwd het niet te doen, maar hij luisterde niet naar mij.' Daarmee ondergroef hij publiekelijk dat de Bosnische Serviërs niets bespraken met Belgrado. Zonder dat iemand hem dat had gevraagd, zei Milosevic tijdens diezelfde zitting: 'Generaal Mladic heeft geen enkel bevel gegeven om de mensen van Srebrenica te executeren. Ik geloof dat dit werd gedaan door een groep van huurlingen.'

Milosevic, van 1989 tot 2000 president van Servië en Joegoslavië, werd in juni 2001 uitgeleverd aan het Tribunaal. Op 11 maart 2006 werd hij dood gevonden in zijn cel in de VN-gevangenis in Scheveningen. Hij was op dat moment bezig met zijn eigen verdediging.