Niet langs de zijlijn blijven staan

Ha!, tikt Guusje ter Horst verrast op de Volkskrant voor haar. ‘Jeugd vindt zichzelf veel te verwend’, staat er in grote letters....

Ze leunt achterover. ‘Dit is nu precies wat ik bedoel.’

Niet alleen de jeugd, veel Nederlanders zijn verwend geraakt, is haar overtuiging. ‘Er ligt een tijd van grote voorspoed achter ons. Dat is mooi; groeiende welvaart was een streven. Maar mensen zijn daardoor ook veel zaken als vanzelfsprekend gaan beschouwen.’

Gevolg: een groot deel van het volk eist veel, vindt het niet direct logisch iets terug te doen voor de maatschappij, verwacht dat de overheid alle ongemakken gladstrijkt. Het evenwicht is zoek, vindt Ter Horst. ‘Veel mensen zijn zich zeer bewust van hun rechten, maar veel minder van hun plichten. Die balans gaan we herstellen, als kabinet.’

Dat moet gebeuren met een cocktail van strenge maatregelen die beogen de veiligheid op straat te vergroten (meer repressieve bevoegdheden voor burgemeesters) en een beroep op de Nederlander om zich ‘verantwoordelijk’ te gedragen. Noem het gerust een fatsoensoffensief.

Ruim anderhalf jaar is Guusje ter Horst (56) nu PvdA-minister van Binnenlandse Zaken. ‘Gietijzeren Guus’ wordt de oud-burgemeester van Nijmegen in de wandeling wel genoemd, wegens haar no-nonsenseaanpak, haar regel-isregel-attitude, haar ongenaakbaarheid en de strijdlust waarmee ze tegenstanders verbaal in de hoek kan zetten. Haar agenda: het respect moet terug in het publieke domein.

Zeurt het volk te veel?

‘Er is een grote verwachting van de overheid, ja.’

Meestal is het omgekeerd. Meestal beginnen Haagse politici zorgelijk over het geringe vertrouwen dat ze genieten onder het volk, terwijl ze zo hun best doen. Ter Horst draait het om: de overheid is zo beroerd nog niet, de boze burger moet een toontje lager zingen.

Het vertrouwen in dit kabinet is historisch laag. Dan doet de overheid toch iets verkeerd?

‘Onze belangrijkste taak is het maken van wetten. Voordat die operationeel zijn, ben je een paar jaar verder. Waarschijnlijk komt daar een deel van het ongenoegen vandaan: wat dóen die ministers, vraagt men zich af. Nu we zichtbaar ingrijpen in de kredietcrisis, zie je de vertrouwenscijfers direct omhoogschieten.

‘Wat een grote rol speelt, is dat het ontzag voor autoriteit is geslonken. Ook de voorposten van de overheid, zoals politieagenten, brandweerlieden en ambulancebroeders, merken dat. Als je hoort wat agenten naar hun hoofd geslingerd krijgen, schrik je je dood.’

Zoals?

‘Homo. God weet wat. De ergerlijkste dingen. Een parkeerwacht vertelde me: mevrouw, vanaf het moment dat ik in uniform naar mijn werk ga tot ik weer thuiskom, word ik uitgescholden. Als hij daar telkens aangifte van zou doen, dan zou hij permanent op het politiebureau zitten.’

Moeten we heropgevoed worden?

‘Ik ken mensen – geen vrienden, hoor – die als ze wegrijden het verlopen parkeerbonnetje uit het autoraam kieperen. Dat ruimt de gemeentereiniging wel op, zeggen ze. En dan ook nog klagen dat de belastingen zo hoog zijn.’

Het pièce de résistance van het fatsoensoffensief onder haar leiding is een ‘handvest verantwoordelijk burgerschap’. Daar hoort een ‘waardencatalogus’ bij. ‘Daarin gaat de overheid vastleggen wat we goed burgerschap vinden. We hebben net een goede eerste bespreking in het kabinet gehad.’

Wat we ons daarbij moeten voorstellen? ‘Waarden als zorg voor elkaar hebben. Ik wil stimuleren dat mensen actief meedoen. Stemmen. Niet langs de zijlijn staan en roepen, of anoniem laf op internet schelden. Nee, je verantwoordelijk voelen, lid worden van een maatschappelijke organisatie of een politieke partij. Meediscussiëren.’

Een Huis van de Democratie – operationeel vanaf volgend jaar – moet schoolkinderen hier warm voor maken. ‘Jawel, die drommen schoolkinderen die nu door de Tweede Kamer worden gejaagd vinden dat hart-stik-ke leuk.’

Wie nooit op de stoep fietst, denkt bij zo’n waardencatalogus: evident. Maar de boze burger steekt er toch geen middelvinger minder om op?

‘Als je betrokkenheid van mensen vraagt, krijg je die. Dat kunnen wij niet landelijk opleggen. Dat moet op buurtniveau. Wat een groene oase in de stad had moeten zijn, is vaak verworden tot een vieze plek met vuilnis, poep en zwervers. Geef buurtbewoners geld opdat ze zelf dat parkje opknappen. Dan zullen ze iedereen die er rotzooi trapt, er zelf op aanspreken.’

Maar zulke dingen gebeuren al jaren: ‘opzoomeren’ in Rotterdam, straatbarbecues. Altijd zijn er mensen die zich daaraan onttrekken.

‘Ik geloof er sterk in dat zulk elan naar de moeilijke groep doorsijpelt. Als burgemeester van Nijmegen maakte ik mee dat mensen bij sollicitaties logen over in welke wijk ze woonden, uit vrees dat ze anders de baan niet kregen.

‘We hebben als gemeente de buurtbewoners op hun verantwoordelijkheid en capaciteiten aangesproken. Twee meiden gingen met een vragenlijst langs de deuren: wat kunt ú bijdragen? De een zei: ik wil met mijn auto best de jongens naar voetbal brengen. De ander zei: ik ben schilder, zet me maar in. Het werkte!’

Maar voor een blikjesopruimactie melden zich toch alleen de mensen die zelf nooit iets op straat gooien?

‘Klopt. Het is de indirecte weg. Maar als je met de buurt de stoep hebt schoongeveegd en iemand gooit iets op straat, zeg je sneller: oprapen!’

Dan krijg je een klap voor je bek.

‘Ja, zover is het inderdaad al gekomen, dat we elkaar niet meer durven aan te spreken op ons gedrag. Maar ik geloof in voorbeeldfuncties.’

Geeft de politiek wel het goede voorbeeld, met het gescheld in de Kamer, de hysterische debatten?

‘Geklaag over de Tweede Kamer is van alle tijden, terwijl het niveau constant is – een soort ‘jeugd van tegenwoordig’.

‘Los daarvan: een scherp debat is heel belangrijk, want de Tweede Kamer moet verschillen in de gemeenschap politiseren. Maar het moet wél met respect gebeuren. We kunnen niet van mensen vragen dat ze zich fatsoenlijk gedragen als dat niet gebeurt in het hoogste vertegenwoordigende orgaan.’

Schrikt u weleens van de toon die dit ‘hoogste vertegenwoordigende orgaan’ tegen u aanslaat?

‘Ik ben een straatvechter, dus ik schrik niet snel. Maar een Kamerlid hoort een minister met respect te behandelen – en vice versa. Dat gebeurt niet altijd en dat ergert me. Toen mijn onderhandelingen met de politie over de cao niet naar wens van een deel van de Kamer verliepen, zijn woorden gevallen die niet in de omschrijving respectvol vallen. Ja, dan kan ik kregelig doen.’

U vraagt van de burger dat hij het sociaal weefsel helpt herstellen. Anderzijds hangt u het publieke domein vol met bewakingscamera’s en mag je zomaar gefouilleerd worden. Dat moreel appèl en die repressie staan haaks op elkaar.

‘Nee, ze vullen elkaar aan. Ik heb het altijd bijzonder gevonden dat Den Haag veel terughoudender is in maatregelen die ingrijpen in de privacy dan de bevolking. Die vindt preventieve acties helemaal niet erg. Jaren geleden was het een grote politieke discussie of je met een team in burger tramreizigers op hun kaartje mocht controleren. Wat blijkt? De goedwillenden vinden het prima: hè hè, ik mag mijn kaartje laten zien!’

Schiet privacybescherming door?

‘Ik zeg niet dat je lichtzinnig moet omspringen met privacy. Maar als een bedrijf wel een camera op de voordeur mag hangen, en niet een halve meter ervoor omdat dat openbare ruimte is, denk ik: jongens, houd toch op! Een bewakingscamera voor een fietsenrek mag een bedrijf evenmin, want er kan iemand langslopen die niet herkend wil worden. Tja, dan blijven die fietsendieven vrolijk hun gang gaan.

‘Begin volgend jaar ontvangt het kabinet het advies van een commissie over het spanningsveld tussen veiligheid en privacy. Dat wordt heel interessant.’

Dient een sterke burgemeester die de burger moet opvoeden én meer macht krijgt om op te treden niet een gekozen burgemeester zijn?

‘Vroeger was ik voor de gekozen burgemeester. Ik ben van mening veranderd, al vóórdat ik minister werd. Een gekozen burgemeester heeft een politiek programma nodig en wordt gedreven door zijn politieke oriëntatie. Terwijl ik zelf heb ervaren hoe belangrijk het is dat een burgemeester boven de partijen staat. Een echte bestuurder.’

Waarom wilde de PvdA dan per se Rotterdam hebben als politieke oriëntatie er niet toe doet?

‘Dat zegt u, dat ‘dé PvdA’ dat wilde. Het aardige is dat Aboutaleb vanwege de kroonbenoeming een onafhankelijk burgemeester zal zijn. Het democratische element is dat de gemeenteraad heeft gekozen. De Haagse achterkamertjes zijn weg.’

Ja, die zijn verplaatst naar een hotel op de Veluwe waar de Rotterdamse vertrouwenscommissie Aboutalebs benoeming heeft bekokstoofd.

‘Ho, even zuiver! Het achterkamertje ging erover dat in Den Haag werd besloten dat stad X een PvdA-man of een VVD’er kreeg. De vraag of iemand bij de stad past en gekwalificeerd is, speelde minder. Nu ligt het primaat bij de gemeenteraad; die kiest de beste.

‘Overigens is dat achterkamertje altijd ontzettend overdreven. Toen ik in 2001 solliciteerde in Nijmegen, waren daar helemaal geen afspraken over. Ik kwam niet uit een Haagse achterkamer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden