Niet klagen maar dragen

Pas veertig jaar na dato was journalist Kees Slager de eerste die de ware verhalen van de watersnood optekende. 'Niemand uitte zich. Niet klagen maar dragen, dat was de moraal.'....

Blijkens het kloeke standaardwerk De Ramp over de watersnood van 1953, bracht het gros van de bewoners van het getroffen gebied hun vrije zaterdagavond 31 januari 1953 kaartend, feestend of keuvelend door. De meesten gingen zo vroeg naar bed dat zij de diepe slaap hadden bereikt op het hoogtepunt van de stormvloed.

Dat er op de meeste plaatsen niet adequaat op de ramp werd gereageerd, moet mede aan die omstandigheid worden toegeschreven. De nachtrust van burgervaders, dijkgraven en andere gezagdragers bleek doorgaans goed bestand tegen het natuurgeweld. En pogingen om hen te alarmeren brachten hen niet, of rijkelijk laat bij bewustzijn.

Kees Slager, auteur van het net in een aangevulde editie verschenen boek De Ramp (Atlas, en euro; 29,95), en eertijds 14 jaar oud, is tijdens die nacht in 1953 zelfs helemaal niet wakker geworden. Toen hem de volgende ochtend duidelijk werd dat hij iets gemist had, ging hij - vergezeld door een paar vriendjes - in de omgeving van zijn woonplaats Scherpenisse op zoek naar sporen van de ramp. In een naburig dorp arriveerden juist de eerste evacués uit de ondergelopen polder bij Stavenisse.

Hiermee werden voor Slager enerverende weken ingeluid. Zuidwest-Nederland mocht zich opeens in de belangstelling van de ganse buitenwereld verheugen. Er verschenen militairen en buitenissige voertuigen zoals helikopters en zogenoemde DUKW's - terreinwagens die ook konden varen. Er spoelden koeienkadavers aan, en er vonden volksverhuizingen plaats. Ook Slager zelf werd overgebracht naar een plaats van waaruit hij de HBS in Bergen op Zoom kon bezoeken. Bij zijn terugkeer, drie weken later, was het incident gesloten verklaard, en werd de wederopbouw ter hand genomen.

In de daaropvolgende decennia vormt de ramp hooguit een inspiratiebron voor streekhistorici en jongensboekenschrijvers van het kaliber K. Norel. En in hun boeken figureren overwegend helden en kerels, redders en geredden. 'Het verhaal van de watersnoodramp is vanuit het perspectief van de autoriteiten geschreven', zegt de journalist Slager. 'Ook door onze vroegere collega's. Ze gingen op gezagdragers af en schreven tamelijk steriele verhalen waarin de menselijke zwakte ontbreekt. De namen van de doden zijn de enige verwijzing naar de slachtoffers.'

Dat de autoriteiten zich geregeld aan het script van K. Norel hadden onttrokken, bleek Slager pas toen hij - vele jaren later, als opponent van een dichte Oosterscheldedam - in contact kwam met de vissers van Yerseke. 'Zij schamperden over de wankelmoedigheid van de gezagdragers, het egoïsme van de herenboeren, en over de vloedplanken die tijdens de oorlog waren opgestookt, maar nadien nooit meer waren vervangen. Soms deden ze er lacherig over. En soms toonden zij zich bitter. Maar hun verhalen waren wel zo consistent, dat ik ze later, toen ik mijn boek schreef, ben gaan toetsen.'

En wat bleek: in vrijwel elk dorp trof hij bevestigingen aan van deze ontluisterende verhalen. 'Ik hoefde mij daar helemaal niet voor in te spannen.' In dat opzicht lijkt de historiografie van de watersnoodramp wel wat op die van de Tweede Wereldoorlog: de mythe van het heldenvolk voorzag op den duur niet meer in een behoefte. En de bereidheid om aan de debunking van de officiële geschiedschrijving mee te werken, was groot, ondervond Slager.

'De slachtoffers waren nooit aangemoedigd om bij hun ervaringen stil te staan. Integendeel. Zij werden geacht zich te voegen naar de no nonsense ethiek van hun kerk. Niet klagen maar dragen, en bidden om kracht: dat was de toenmalige moraal. Het geloof en de tijdgeest beletten de mensen om zich te uiten. Maar toen ik hen, vele jaren later, uitnodigde om hun verhaal te doen, bleek ik in een grote behoefte te voorzien. Dat zij daar alsnog toe in de gelegenheid werden gesteld, werd als een vorm van genoegdoening ervaren.'

Dat nam niet weg dat Slager vreesde als nestbevuiler te worden aangemerkt. 'Zoals de Utrechtse historicus Gerard Trienekens met zijn boek over de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog de mensen van hun herinneringen aan ontbering en honger zou hebben beroofd, zo zou ik de mensen hun helden ontnemen. Maar mijn vrees dat ik na de publicatie van mijn boek, in 1992, zou moeten emigreren uit Zeeland, werd niet bewaarheid. Integendeel. Ik ontmoette overwegend positieve belangstelling.

'Er was slechts kritiek op twee punten. Sommige mensen verweten mij een te laatdunkende bejegening van de othodox-gereformeerden. Anderen meenden dat ik de grote boeren te hard had aangevallen. Ik kon mijn critici niet helemaal ongelijk geven. De stijlheid van de gereformeerden is soms bewonderenswaardig, maar heeft een adequate leedverwerking bijna onmogelijk gemaakt. En wat de herenboeren betreft: ik erken dat een zeker klassenbewustzijn mij als arbeiderszoon niet vreemd is.'

Vooral in planologisch opzicht zijn de gevolgen van de ramp aanzienlijk geweest, zegt Slager. En de missers die daarbij zijn gemaakt, laten zich minder makkelijk retoucheren dan de heldenverhalen van K. Norel.

'De zwaarst getroffen gebieden zagen er, nadat het water zich had teruggetrokken, net zo uit als de Noordoostpolder, en werden ook dienovereenkomstig behandeld. De landbouwpercelen werden rechtgetrokken, en daarbij ondervonden de verantwoordelijke autoriteiten geen hinder van bomen en andere obstakels.

'Het dorpje Capelle werd zelfs niet eens herbouwd. Dit ''perfectionistisch planologisme'', zoals het toen door een eenzame criticus werd genoemd, is een flauwe afspiegeling van de ingrepen van Ceausescu op het Roemeense platteland.'

En ook in Zeeland roerde de oppositie zich hoegenaamd niet. 'In de anonimiteit van het stemhokje durfde men nog wel af te rekenen met lokale gezagdragers die het tijdens de ramp zo hadden laten afweten. Maar tegen het Deltaplan durfde men niet te opponeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden