Niet inhaleren!

De Amerikaanse president is altijd een geliefde rol in speelfilms. Hollywoods beeld van de wereldleider is afhankelijk van de tijdgeest: Jack Nicholson was ijdel, Harrison Ford was een stoere soldaat, en Jeff Bridges is in 'The Contender' zo charmant als Clinton....

door Ronald Ockhuysen

Een broodje haai. Of de jonge democraat, die net als zijn Republikeinse tegenhangers zo bezorgd is over het morele verval, daar zin in heeft? Een broodje haai, inderdaad. Je weet wel, van die grote vissen die andere opvreten. Hap! Hap! De jonge hond begrijpt het. Het is niet alleen in de oceanen eten of gegeten worden.

In The Contender van Rod Lurie speelt Jeff Bridges een fictieve Amerikaanse president. Maar wie Bridges' laconieke staatsman ziet opereren, ziet ook Bill Clinton. Een charmante man, op het eerste gezicht, van het soort dat tijdens de swinging sixties vooraan stond. Een idealist misschien ook wel, diep in zijn ziel. Maar vooral een gelikte praatjesmaker, met altijd een soundbite paraat.

De Amerikaanse president is in Hollywood altijd een populair personage geweest, maar de laatste jaren kan het helemaal niet meer op. Michael Douglas speelde een president die verliefd werd op een lobbyiste in The American President (1995), John Travolta was een overspelige presidentskandidaat in Primary Colors (1998), Kevin Kline bleek als eigenaar van een uitzendbureau zomaar de president te kunnen vervangen (Dave, 1993) en Jack Nicholson ontpopte zich in Mars Attacks! (1996) als een ijdele en vooral domme president. En dan waren er nog de voormalige wereldleiders (Franklin D. Roosevelt, Richard Nixon en John F. Kennedy), die in Nixon, JFK en recent in Thirteen Days en Pearl Harbor tot fictie werden vermalen.

Verliefd, overspelig of dom - het zijn niet de gunstigste uitgangspunten waarmee Hollywood zijn leider in de jaren negentig uitrustte. De machthebber blijkt een gewoon mens te zijn, met een onstuimig libido, een zeurende vrouw of, zoals Bridges in The Contender, met een passie voor bowlen. Een privé-bowlingbaan, in de linkervleugel van het Witte Huis, noemt hij een van zijn mooiste privileges, net zoals hij er intens van geniet dat hij de bizarste gerechten kan bestellen.

Presidentenrollen danken hun dramatische aantrekkingskracht aan de glamour die presidenten aankleeft. Net als filmsterren steunen presidenten op hun imago. Hun hoofden, terug te vinden op T-shirts, mokken en buttons, nestelen zich in het collectieve geheugen. Met een verschil: een filmster die met een prostituée wordt betrapt op Sunset Boulevard wint aan populariteit, terwijl presidenten de schijn moeten ophouden onfeilbaar te zijn.

De demystificatie van de president, die in Hollywood wordt uitgevoerd, past in de veranderde omgang van Amerikanen met hun president. Zijn persoonlijkheid telt steeds zwaarder dan zijn politieke opvattingen. Amerika weet dan ook alles van zijn leider. Hoe hij over de doodstraf denkt en over abortus, wat voor cijfers hij op school haalde. Sinds Clintons affaire met Monica Lewinsky is zelfs bekend wat hem opwindt: een vrouw die speelt met een sigaar.

De combinatie van wereldmacht en huishoudelijke sores maakt van kijken naar films met presidenten een voyeuristisch genoegen. Jeff Bridges ziet er niet uit als Clinton, en toch kijken we, denken we althans, naar diens strapatsen. Bridges' permanente honger laat zich makkelijk uitleggen als een variant op Clintons seksuele lust. 'Het is niet de bedoeling dat je inhaleert', zegt hij tegen zijn vrouwelijke vice-president, terwijl ze samen van een rokertje genieten op het gazon van het Witte Huis. Die vrouwelijke vice-president, de eerste in de geschiedenis, is kort daarvoor door een commissie aan de tand gevoeld. Zij weigerde in te gaan op het gerucht dat zij in haar studententijd aan orgies meedeed - een verhaal dat, blijkt later, uit de koker van Republikeinse spin doctors komt.

Hollywoods beeld van de president is een product van de heersende tijdgeest. In de jaren zestig, toen verzet tegen de gevestigde orde een volksaard werd, begon het grote bijstellen. In Otto Premingers Advise and Consent (1962) drinkt de president koffie uit een ordinaire mok. President Merkin Muffley uit Stanley Kubricks Dr. Strangelove (1963), door Peter Sellers als een malloot neergezet, wordt in zijn eigen War Room overbluft door een oude nazi en een communistenhater. Als Sellers vijftien jaar later als tuinman een gooi naar het hoogste ambt doet (Being There, 1979), blijkt de zittende president een impotente baas te zijn.

Soms zijn er films die de huisstijlen van elkaar opvolgende administraties door elkaar laten lopen. In Air Force One (1996) speelt Harrison Ford de president als een stoere soldaat. Zijn wijsheden ('vrede is niet het ontbreken van een conflict, maar de aanwezigheid van recht') lijken te zijn opgetekend uit de mond van Ronald Reagan, die dergelijke uitspraken bezigde om zijn plan voor een ruimteschild te verdedigen.

Ook gedateerd is de wijze waarop Michael Douglas in The American President wegkomt nadat hij - een president annex weduwnaar - iets moois beleeft met een milieu-activiste. Hij krijgt zijn liefje zonder dat hij zijn amoureuze escapades moet openbaren.

In The Contender wordt duidelijk hoe de politiek dergelijke kwesties zes jaar na de première van The American President aanpakt. Op een bijeenkomt van de Democratische top zint de president op wraak, nadat Shelly Runyon, de Republikeinse voorzitter van de onderzoekscommissie, de potentiële vice-president zwart heeft gemaakt. 'Kunnen we niks over hem vinden?', vraagt adviseur Kermit Newman aan de president. 'Ik bedoel: iets gênants. Iets met seks. Kleine jongens, dwergen, dat soort dingen. Koeien! Het maakt geen zak uit wat!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden