Niet ingrijpen in Afrika is gevaarlijker

Met zijn pleidooi de Nederlandse krijgsmacht niet naar Afrika te sturen, geeft generaal b. d. Schaberg blijk van onethisch en risicovol angstdenken, zegt Jaïr van der Lijn....

Jaïr van der Lijn

Het geeft te denken dat regelmatig de discussie over de uitzending van militairen naar crisisgebieden losbarst, terwijl de uitzending van hulpverleners nooit aan de orde komt. Beide groepen kiezen immers vrijwillig voor hun beroep en de bijbehorende gevaren. Bovendien lopen de eersten minder risico's dan de tweeden, omdat zij zichzelf in crisissituaties ten minste fysiek kunnen verdedigen.

Ditmaal stelt generaal b. d. Schaberg in zijn artikel 'Inzet leger in Sudan is niet verantwoord' (Forum, 9 augustus) dat de conflicten in Afrika, en in Sudan in het bijzonder, te instabiel en te gevaarlijk zijn om Nederlandse eenheden naartoe te sturen. Ook schrijft Schaberg dat de PvdA - omdat deze partij hiervoor pleit - nog steeds niet de les heeft geleerd dat militaire inzet geen wisselgeld is voor politieke goede bedoelingen.

Ik ben slechts een simpele wetenschapper die zich met vredesoperaties heeft beziggehouden, maar ook ik kom niet tot dezelfde conclusies als Schaberg. Er zijn namelijk vier belangrijke punten van kritiek aan te voeren.

Ten eerste, Schaberg onderbouwt zijn stelling dat landen in Afrika te gevaarlijk zijn om in te grijpen door te wijzen op het aantal slachtoffers dat reeds in de conflicten is gevallen. Dit kan hij doen op basis van overwegingen die niet de mijne zijn.

Ofwel, in de ogen van Schaberg, moet bij voorkeur worden ingegrepen in vreedzame conflicten waarin geen slachtoffers vallen - dan is het de vraag of het Nederlandse leger niet een belangrijke bestaansgrond verliest. Ofwel, Schaberg weegt mensenlevens, evenals overigens het grootste deel van de internationale gemeenschap. De ethiek bij het standpunt dat vier miljoen Congolezen en 800 duizend Darfurianen minder waard zijn dan een paar westerlingen, is mijns inziens ver te zoeken.

In beide gevallen zou het volgens mij logischer zijn om daar in te grijpen waar het nodig is: waar slachtoffers vallen.

Ten tweede, als gevaar en instabiliteit in zijn ogen een geldige reden voor passiviteit zijn, dan zou Schaberg als hij consequent was ook tegen de aanwezigheid moeten zijn van onze jongens in twee schoolvoorbeelden van instabiele en gevaarlijke staten, Irak en Afghanistan. Dit is hij niet.

Ten derde, juist Afghanistan is het bewijs dat niet-ingrijpen in instabiele en gevaarlijke landen heel gevaarlijk kan zijn. Begin jaren negentig, voor de komst van de Taliban, keek de internationale gemeenschap om precies dezelfde redenen ook de andere kant op toen in dat land kansen op vrede waren. De gevolgen van het links laten liggen van deze falende staat hebben we uiteindelijk gezien. Via Bin Laden kwam Afghanistan terug uit de vergetelheid en nam het 'wraak'.

Ten vierde, Schaberg stelt dat de situatie in Afrika te onoverzichtelijk is en dat er te weinig grip is op de diverse partijen om in te grijpen. Er zou eigenlijk niets tegen de conflicten in Afrika kunnen worden gedaan.

Dit is echter maar zeer de vraag. Velen - onder wie Roméo Dallaire, de voormalige Force Commander van de VN-operatie in Rwanda - stellen dat de genocide aldaar in 1994 met de aanwezigheid van vijfduizend goedbewapende manschappen had kunnen worden voorkomen. Zij zouden voor de slecht bewapende militia dermate angstaanjagend zijn geweest, dat na het gebruik van initieel geweld de orde relatief snel zou zijn teruggekeerd.

Voorlopig toont ook de Nederlandse generaal Cammaert in Oost-Congo aan dat harder optreden tot een meer stabiele en minder risicovolle situatie leidt. Het zou zelfs wel eens zo kunnen zijn dat in vergelijking met landen als Irak het in veel Afrikaanse conflicten relatief eenvoudig is om tot vrede te komen.

Uiteraard moet men niet ondoordacht naar ieder conflict een 'vredesmacht' sturen, ook niet in Afrika. Ieder conflict vereist een daarop afgestemde, goed doordachte, vaak robuuste operatie. Het is echter door het angstdenken van mensen zoals Schaberg dat Nederland en andere westerse landen naar elkaar blijven kijken. Zij hopen dat anderen het voortouw nemen en de kastanjes uit het vuur halen. Uiteindelijk sturen zij daardoor zelf geen troepen naar de gebieden waar ze nodig zijn.

Het gevolg is dat slappe aftreksels worden ondernomen van de operaties die nodig zijn en het zijn juist deze slappe aftreksels die meer kans maken om te falen.

De mogelijkheden voor een vredesoperatie dienen dan ook niet te worden gedefinieerd aan de hand van de stabiliteit en het gevaar op de grond, maar omgekeerd, de stabiliteit en het gevaar op de grond behoren het karakter van de operatie te bepalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden