Niet 'gewoon een beetje lui'

Hoe krijg je jongeren zonder baan of diploma weer aan de slag?

Net als 66 duizend andere jongeren had Nick geen opleiding, geen baan en geen uitkering. Van jongeren met vaak complexe problemen is onbekend wat ze doen. Ze zijn 'buiten beeld'. De overheid probeert hen op te sporen en weer aan de slag te krijgen. Bij Nick heeft het gewerkt.

Foto Marcel van den Bergh

De Papendrechtse Brug! Man, daar sleepte hij zich elke dag overheen met zijn fiets, 's ochtends vroeg door wind en regen, zijn trage twintigerslichaam nog in halfslaap. Dan kwam hij tegen 10 uur hijgend, puffend en steunend aan bij de fabriek van LTC International in Sliedrecht, waar ze vacuümstraalmachines produceren, en moest hij meteen aan het werk. Dat trok hij dus niet.

Het werk op zich was aardig - beetje lassen, stalen slangen scheren, borstelkoppen monteren - maar voordat hij eenmaal op stoom was! Nee, dit ging zo niet langer. Het was wel mooi geweest.

En dus zat Nick - die niet met zijn achternaam in de krant wil, omdat zijn kansen op de arbeidsmarkt daardoor misschien afnemen - na een maand of vier weer op zijn zoldertje in Dordrecht. Zonder werk, maar mét zijn Xbox en een flinke dosis wiet.

Echt hoor, hij had geprobeerd iets van zijn leven te maken, hij was aan al die opleidingen begonnen, hij had heel wat baantjes gehad, maar telkens strandde hij. Dan kwam er weer iets tussen, dan ging het gewoon niet.

Kwetsbare groep

Er zijn meer jongeren zoals Nick - jongeren die geen onderwijs volgen, geen diploma, baan of uitkering hebben en ook niet als werkzoekende staan ingeschreven.

Deze jongeren zijn 'buiten beeld', zoals dat in beleidsstukken wordt genoemd. Omdat ze niet in de bestanden van bijvoorbeeld onderwijsinstellingen en uitkeringsinstanties voorkomen, heeft de overheid ze niet goed op de radar. Vaak krijgen ze geen begeleiding bij het zoeken van een opleiding of een baan.

En dat terwijl deze jongeren een kwetsbare groep vormen. Ze lopen relatief veel kans werkloos te blijven, in armoede te leven, schulden te maken, in de criminaliteit te belanden of te radicaliseren.

Vorig jaar becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat ongeveer 134 duizend jongeren buiten beeld zijn. Een deel is net afgestudeerd, zit kort zonder baan, is nog niet het huis uit of woont samen met een partner en kinderen, aldus het CBS. Anderen brommen in de gevangenis of staan onder toezicht van Jeugdzorg. Uiteindelijk resteren 66 duizend jongeren van wie echt onbekend is wat ze doen.

Met hen moest iets gebeuren, schreven ministers Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) en Jet Bussemaker (Onderwijs) eind vorig jaar aan de Tweede Kamer. Deze jongeren moesten opgespoord en zo nodig aan een opleiding of een baan geholpen worden. Eenvoudig is dat niet. Dit zijn geen jongeren die gewoon een beetje lui zijn. Vaak hebben ze complexe problemen.

Nick kon nooit aarden

Nick was een jaar of 5 toen zijn moeder zijn biologische vader dronken moest voeren om met de kinderen te kunnen ontsnappen. Toen Nick 7 was, kreeg zijn moeder een relatie met een man die verslaafd was aan heroïne.

Deze 'zwerver' - zoals hij hem noemt - sloeg zijn moeder soms 'total loss' en zelf kreeg Nick ook klappen. Hij herinnert zich politie-invallen en een blijf-van-mijn-lijfhuis. Maar steeds keerde zijn moeder terug bij die man.

Pas nadat zijn moeder de man had gedumpt, volgde een rustige periode. Nick was toen 15 en verslaafd. Met wiet probeerde hij de spanning uit zijn lijf te jagen.

Op school kon Nick nooit aarden. Hij maakte het vmbo niet af. Een van de docenten was 'een dominante gast', zegt hij daar nu over.

En niemand begreep dat hij elke ochtend te laat was omdat hij zijn jonge broertje naar school moest brengen. 'Dan moet je moeder maar niet werken', zou iemand hebben gezegd.

Matchmaker

In Dordrecht en omgeving probeerden ze schooluitval de afgelopen jaren al te voorkomen. Dat werkte: in de regio Zuid-Holland Zuid daalde het aantal jongeren dat elk jaar zonder diploma van school ging. Nu wilden ze ook de jongeren die wél waren uitgevallen de helpende hand reiken.

'Dat is complex', zegt wethouder Peter Heijkoop van Dordrecht, 'want er zijn veel partijen bij betrokken: scholen, gemeenten, sociale diensten, het UWV enzovoorts.'

Halverwege vorig jaar zagen ze een kans. De regio kon met subsidie van het Europees Sociaal Fonds bij wijze van experiment een nieuw programma optuigen, waarbij alle partijen - voor het eerst - aan tafel zaten.

Allereerst schreven ze de jongeren zonder diploma, baan of uitkering een brief, waarin ze hulp aanboden. Daarnaast stelden ze een matchmaker aan, een bemiddelaar. Het doel: binnen een jaar honderd van deze jongeren aan een opleiding of een baan helpen. 'Je moet deze jongeren echt beetpakken', zegt Heijkoop, 'beetpakken en niet meer loslaten'.

Vernederd door zijn vader

Nadat hij zonder diploma het vmbo had verlaten, slaagde Nick wel voor een entreeopleiding in het mbo. Hij was 17 en begon aan een opleiding tot lasser.

Ondertussen was hij via Hyves in contact gekomen met zijn biologische vader, die in een dorp in Groningen woonde. Nick had zijn vader ruim tien jaar niet gezien en wilde 'een beetje connecten', zegt hij nu. Niet veel later trok Nick bij hem in.

In Groningen begon hij aan een mbo-opleiding autotechniek. Aanvankelijk had hij het naar zijn zin in het hoge noorden, maar na verloop van tijd ging het mis. Zijn vader begon hem te treiteren, te pesten, te vernederen. Na een mislukte vluchtpoging werd Nick zelfs in zijn kamer opgesloten. Hij mocht alleen naar buiten om te eten en om naar het toilet te gaan - en dat een paar maanden lang.

Zonder de muziek van Eminem, zegt hij, had hij een einde aan zijn leven gemaakt.

Uiteindelijk wist Nick te ontkomen. Hij keerde terug naar Dordrecht, waar hij bij zijn nieuwe stiefvader op de zolder kon wonen.

Hij schreef zich weer in voor de opleiding tot lasser, want lassen vond hij heerlijk. In je eentje in een hok, een kap op je hoofd, een lasapparaat in je handen. Alleen de theorie ging minder. Na een paar maanden viel hij weer uit.

Drie trage jaren kabbelden voorbij. Af en toe had Nick een uitzendbaantje, maar erg lang duurde dat nooit. Hij maakte schulden, kreeg soms wat geld van zijn moeder, zijn beste vriend hielp hem waar hij kon. Intussen was Nick aan het gamen. En hij stak de ene joint met de andere aan.

Langs de deuren

Op 1 maart 2016 ging de matchmaker in Dordrecht officieel aan de slag. Cindy van den Berg, een kordate vrouw met kort blond haar, had ervaring met moeilijke jongeren. Voor haar werk bij Stichting Werkshop hielp ze al flink wat jongeren met een strafblad of gedragsproblemen aan werk.

Van den Berg ging in gesprek met de jongeren die op de brieven hadden gereageerd. En ze trok langs de deuren om met de jongeren in contact te komen die dat niet hadden gedaan.

Soms gluurde er dan iemand van achter het gordijn naar buiten, om vervolgens niet open te doen. Soms vloog een moeder haar om de hals, blij als ze was dat er eindelijk iemand kwam helpen. Soms kreeg ze thee met vijgen van een Marokkaanse oma, die vervolgens een kleinzoon van zijn kamer sleurde.

Van den Berg ontmoette onder meer jongeren die verslaafd, depressief of autistisch waren. Ze sprak over hun problemen, maar ook over hun wensen, hun kansen en hun dromen. Samen maakten ze een plan.

Nick gooit alles op tafel

'Doe maar een cola', zei Nick dit voorjaar, toen Cindy van den Berg tijdens de eerste ontmoeting vroeg wat hij wilde drinken.

'Heb je wel ontbeten?'

'Nee', antwoordde Nick. 'Maar een colaatje werkt ook prima.'

Van den Berg zag dat het niet goed ging met Nick. Zijn huid was doorschijnend, hij brak haast doormidden.

Ze had hem uitgenodigd omdat zijn naam genoemd werd in een overleg van scholen, wijkteams en zorginstanties. Niemand wist wat er van Nick terechtgekomen was. Ze moesten hem maar eens opsporen. Dat lukte.

In het gesprek met Van den Berg gooide Nick alles op tafel. Hij zei dat hij geen zin meer had om naar school te gaan, omdat hij zich niet kon concentreren. Hij vertelde dat hij blowde - en flink ook.

'Vind je het goed', vroeg Van den Berg, 'als ik hulpverleners inschakel?'

Geen halve maatregelen

Het geheim van Van den Berg? Dat haar aanpak zo persoonlijk is, zegt ze. Ze praat niet alleen met de jongeren, ze luistert ook naar ze. Wat willen ze? Wat kunnen ze?

Daarna komt ze in actie. Voor depressieve jongeren en verslaafde jongeren regelt ze een zorgtraject. Voor jongeren met schulden zoekt ze een budgetcoach. Pas daarna gaan ze nadenken over de toekomst. Wordt het een opleiding, een baan of een combinatie van die twee?

Van den Berg houdt niet van halve maatregelen. Ze neemt contact op met scholen, ze belt om afspraken met potentiële werkgevers te maken en ze gaat mee naar een sollicitatiegesprek als dat nodig is. Ook levert ze nazorg: ze houdt contact met de jongeren als die weer op school zitten of een baan hebben.

De aanpak lijkt vruchten af te werpen. Tussen april en oktober heeft ze samen met de andere deelnemende instellingen 62 jongeren in de regio op weg geholpen.

Intussen kreeg het project een extra zetje vanuit Den Haag. De ministers Asscher en Bussemaker riepen de regio's op afspraken te maken zodat alle instanties beter samen zouden werken bij het bestrijden van jeugdwerkloosheid. In Dordrecht en omstreken besloten ze daarom het matchmakersproject te verlengen tot december 2018. Sinds 1 november doet ook de regio Gorinchem mee.

Samen stelden de regio's een lijstmanager aan, een ambtenaar die relevante bestanden van de gemeente, de Sociale Dienst en de Dienst Uitvoering Onderwijs naast elkaar legt, zodat duidelijk wordt bij welke jongeren deze aanpak kans maakt. Ze stelden twee extra matchmakers aan. Er kwam een nieuwe doelstelling: in ruim twee jaar moeten 330 jongeren op het goede spoor zitten.

Het ministerie van Onderwijs en het ministerie van Sociale Zaken zijn enthousiast. Zij zien dit als een voorbeeldproject.

En ook Trudi Nederland van het Verwey-Jonker Instituut, dat niet bij het project is betrokken, prijst de aanpak in de regio Dordrecht. 'Nu is de coaching van deze jongeren vaak fragmentarisch: school doet een beetje, UWV doet een beetje, enzovoorts. Het is veel beter als één persoon ze coacht tot ze op het goede spoor zijn.' Valkuilen zijn er ook bij de aanpak, denkt Nederland. 'Dit is erg persoonsgebonden. Als Cindy uitvalt, ontstaat een probleem.'

Puffend de berg op

In oktober 2016, een half jaar na zijn eerste ontmoeting met Cindy van den Berg, fietste Nick in zijn spijkerbroek een berg op, een berg waarvan hij de naam niet kende, een berg die zoveel steiler was dan de Papendrechtse Brug. Hij hijgde, hij pufte, hij steunde. Het was warm op Gran Canaria.

Sinds die eerste afspraak met Van den Berg had hij zijn leven langzaam op de rails gekregen. Hij had een activeringstraining gevolgd, waarbij hij een week lang vroeg was opgestaan, keihard had gesport en veel had gepraat met lotgenoten.

Hij had hulp gekregen van een budgetcoach, hij had een plan uitgestippeld voor de toekomst, hij had zich ingeschreven bij drie uitzendbureaus. En in februari zou hij zijn opleiding tot lasser weer oppakken. Hij ging werken en leren.

De pedalen gingen rond. Nog een paar bochten tot de top. Nick voelde zich sterk op zijn fiets, sterker dan hij zich in lange tijd had gevoeld.

Een week voordat hij naar Spanje vertrok, had hij met een vriend afgesproken te minderen. Ze zouden van tien naar vijf joints per dag gaan. Toen dat lukte, gingen ze terug naar drie, naar één, naar eentje samen.

En nu bereikte hij de top van deze berg. Hij zette zijn fiets neer en zag hoe de wolken over het landschap gleden, als grote schepen over de oceaan.

'Als ik dit kan', dacht hij, 'moet al het andere ook lukken.'


Betere samenwerking en passende oplossingen

Hoe krijg je jongeren zonder baan of diploma terug naar school of aan het werk? Door te regelen dat UWV, sociale dienst, gemeenten en andere instanties beter met elkaar samenwerken en niet allemaal half werk verrichten.

Het kabinet riep de 35 arbeidsmarktregio's daarom het afgelopen jaar op afspraken te maken met de RMC-regio's, waar voortijdige schoolverlaters worden geregistreerd. Dat is overal gebeurd, stelt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. De regio's hebben vastgelegd hoeveel jongeren met een uitkering en hoeveel jongeren zonder startkwalificatie ze de komende tijd aan het werk willen krijgen.

Omdat niet alle regio's dezelfde problemen hebben, kregen ze de ruimte zelf met passende oplossingen te komen. Zo werken ze in Friesland met jobcoaches, die leerwerkplekken zoeken voor schoolverlaters zonder startkwalificatie. In de regio Zaanstreek, de regio Zuid Kennemerland en de regio Gouda zijn overlegtafels ingericht, waar alle jongeren zonder diploma of baan worden besproken. Kunnen ze nog naar school? Of moeten ze worden geholpen bij het vinden van een passende werkplek?

Meer over