InterviewTreinkaping bij De Punt

‘Niet enkele mariniers hebben zich misdragen, die hele aanval was illegaal’

Marius Hille Ris Lambers.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Bij het beëindigen van de treinkaping bij De Punt hebben commandanten van de aanvalsactie politici voorgelogen en misleid. Tot die conclusie komt oud-betrokkene Marius Hille Ris Lambers na nieuw archiefonderzoek. Dat daarna de waarheid niet boven tafel is gekomen, komt door sabotage.

Op 11 juni 1977 bestormden militairen de intercity die al drie weken door Zuid-Molukkers werd gekaapt bij het Drentse dorp De Punt. Bij die aanvalsactie verloren zes van de negen kapers en twee gegijzelden het leven. In ruim veertig jaar kwamen steeds nieuwe feiten aan het licht over wat zich in en rond de trein heeft afgespeeld. Destijds werd geen – wettig verplicht – onderzoek naar het gebruikte geweld ingesteld, en kregen de betrokken militairen een zwijgplicht. Nog steeds is niet alles bekend. Heeft de overheid heimelijk de instructie gegeven om alle kapers te doden, zoals in een rechtszaak is gesteld? Hebben mariniers in de trein ongewapende, zwaargewonde kapers onrechtmatig geëxecuteerd? Heeft de staat zelf ook, net als de kapers, strafbare feiten gepleegd?

‘Er was géén geheime opdracht vanuit Den Haag tot het doden van alle kapers’, zegt Marius Hille Ris Lambers. ‘Integendeel: het ministersberaad wist veel níét. De politici werden door de commandanten van de aanvalsactie voorgelogen en misleid.’

Anderhalf jaar onderzocht Hille Ris Lambers alle relevante geschreven en audiovisuele documenten over de treinbestorming. Hij vergeleek het schriftelijke aanvalsplan met foto’s en geluidsopnames, en zette dat af ­tegen verklaringen van mariniers, ministers en overlevenden. Hij toetste het aan de geweldscriteria die toen golden en schreef het 87 pagina’s tellend rapport Heranalyse De Punt 1977: misleiding, missers en misdragingen. Zijn conclusie: ‘Niet alleen enkele mariniers in de trein hebben zich misdragen; die hele aanval was illegaal.’

De met kogels doorzeefde trein bij spoorwegovergang de Punt.Beeld ANP

Waarom bent u aan dit onderzoek begonnen?

‘Ik kende de meeste van die jongens en dat meisje – de gijzelnemers – in de trein. Ik was destijds opbouwwerker, ik genoot het vertrouwen van zowel de Molukkers als van de lokale overheid. In die hoedanigheid werd ik gevraagd door de politie en de lokale beleidsbepalers mee te denken met het oplossen van de zaak. Sommige betrokken politiemensen en militairen raakten door de aanvalsactie getraumatiseerd, omdat achteraf de noodzaak van het doden werd betwijfeld. Een van hen heeft zelfmoord gepleegd. Ik kan niet accepteren dat de waarheid over het buitenproportionele geweld dat bij de bestorming is gebruikt, nog steeds wordt verhuld. Heel veel dingen kloppen niet.’

Zoals?

‘In de nacht voor de aanval kwam er nieuwe, zeer goede warmteapparatuur waarmee je precies kon zien waar mensen sliepen, en waar niet, zo blijkt uit een geheime, gedetailleerde brief van de stafofficieren aan het ­ministerie van Justitie, die is ondertekend door stafofficier voor de mariniers en toenmalig regeringsadviseur Henk van den Breemen, hoogste politieambtenaar Wim Frackers en stafofficier De Wit voor de marechaussee. Een ontbindende voorwaarde van het kabinet was dat de aanval niet mocht doorgaan als er gijzelaars op de te beschieten slaapplaatsen van de gijzelnemers zouden zitten. Dat is wel gebeurd. Die nacht sliepen niet negen, maar elf mensen op de plekken die waren aangewezen om massaal te beschieten. Die beelden werden van uur tot uur gemonitord. Aan het kabinet is nooit gemeld dat er twee mensen te veel op de te beschieten slaapplekken waren, de hele aanval had dus moeten worden afgeblazen.’

Waarom stelt u dat de commandanten van de aanvalsactie de ­ministers hebben voorgelogen?

‘Uit verschillende notulen blijkt dat die commandanten bij de presentatie van hun aanvalsplan hebben gezegd: ‘Er is acute dreiging, de gijzelnemers gaan inzittenden executeren.’ En: ‘Dit plan is het meest redelijke alternatief.’ Met die argumenten rechtvaardigden zij het beschieten van de trein met pantserdoorborende munitie waarbij onherroepelijk doden gingen vallen. Want alleen bij acute dreiging mag je iemand doodschieten, staat in de wet. Maar die argumenten waren allebei niet waar.

‘Dat er betere alternatieven waren heeft oud-marinier Ingo Piepers in 2018 al aangetoond. En dat ‘acute’ klopt niet met opgenomen gesprekken en getuigenissen vanuit de trein, waaruit blijkt dat de gijzelnemers niemand zouden executeren – oud-minister van Justitie Dries van Agt heeft dat later ook erkend. Het ‘acute’ klopt ook niet met het feit dat de militairen eerst een hele dag naar Gilze-Rijen gingen om de aanval te oefenen, het klopt niet met het feit dat het aanvalsplan pas vier dagen later zou worden uitgevoerd, en ook niet met de vaststelling dat de aanval begon toen iedereen sliep. Dan is er geen acute dreiging, en is preventief schieten dus wettelijk niet toegestaan.

‘In de rechtszaak is die dodelijke beschieting van plekken waar kapers werden vermoed, niet getoetst op rechtmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Het kan die toets niet doorstaan.’

Plaatsvervangend commandant Kees Kommer die de schutters aanvoerde, heeft hierover gezegd: ‘Wij schoten niet op mensen, wij schoten op een trein.’

‘Met duizenden pantserdoorborende kogels, op een treinwand waarvan men wist dat daarachter mensen lagen te slapen. Hij sprak ook zijn verbazing uit dat twee gijzelnemers dat hadden overleefd.’

Als het de bedoeling was alle kapers te doden, zoals u stelt, hoe kan het dan dat drie kapers die beschietingen hebben overleefd?

‘Dat heb ik me ook altijd afgevraagd, en dat hadden de uitvoerders van het onderzoek dat de Tweede Kamer in 2014 gelastte, zich ook moeten afvragen. Ik heb het aanvalsplan vergeleken met wat er daadwerkelijk is gebeurd. In de rechtszaak die nu loopt, is veel selectief beeldmateriaal verstrekt: Defensie heeft vooral foto’s van de westkant van de trein aangeleverd, maar de trein is vanuit het oosten beschoten. Van die oostkant zijn bijna geen foto’s openbaar. Ik sprak met toenmalig legerfotograaf Emile Groen, die vertelde me dat hem was verboden aan de oostkant te fotograferen. Ik begrijp nu waarom: op een video-opname van het wegslepen van de trein is aan de oostzijde goed te zien dat sommige slaapplekken niet, conform het aanvalsplan, zijn beschoten.’

De treinkaping bij De Punt duurde van 23 mei tot 11 juni 1977.Beeld ANP

Waarom niet?

‘Misschien weigerden enkele schutters met hun pantserdoorborende kogels te schieten omdat ze wisten dat achter die treinwand mensen lagen te slapen. Maar de reden doet er eigenlijk niet toe. Twee plaatsen zijn niet of nauwelijks beschoten terwijl dat wel, aantoonbaar, de opdracht was, blijkt uit het verslag van het stafofficierenoverleg, waarin dat heel gedetailleerd wordt beschreven. Dus het rechterlijk vonnis waarin staat dat het overleven van drie kapers bewijst dat er geen intentie was alle kapers te doden, klopt niet. Ze overleefden omdat enkele schutters hun opdracht niet uitvoerden, en omdat het schieten op de trein veel eerder moest stoppen dan gepland. Dat kun je horen op een geluidsopname die ik van een betrokkene heb gekregen (en die de Volkskrant heeft beluisterd, red.). Het vroegtijdig beëindigen van de beschieting komt doordat de mariniers die de trein moesten binnenvallen, vanwege lastig struikgewas een andere route kozen dan gepland. Ze waren bang dat de springramen waarmee ze de treindeuren met een ontploffing moesten openen, door dat struikgewas zouden afgaan.’

Over het schieten op de intercity hebben de commandanten meer feiten verdraaid, zegt de onderzoeker. De trein zou zodanig worden beschoten dat de gijzelnemers zich niet naar de gegijzelden konden begeven. Dit werd ‘compartimenteren’ genoemd. ‘Een normaal mens zou denken: dan schiet je verticaal tussen de verschillende compartimenten, maar uit de biografie van toenmalig justitie­minister Van Agt blijkt iets anders. Het hield in dat ze in een horizontaal vlak moesten schieten: als de kapers op de vloer van de trein bleven liggen, zouden ze het overleven, maar als ze overeind kwamen, zouden ze geraakt worden.’

Dit duidt erop, zegt Hille Ris Lambers, dat de politici dachten dat minimaal zo’n 25 centimeter boven de treinvloer niet zou worden beschoten. ‘Dat is wel gebeurd. Sterker: op de vooravond van de aanval zijn extra mitrailleurschutters ingezet die juist dat stuk moesten beschieten zodra de kapers – geschrokken door de overvliegende straaljagers – op de vloer waren gedoken. De inzet van die mitrailleurschutters is niet, althans niet herleidbaar, aan de politici voorgelegd.’

Wat is volgens u het motief waarom die actie willens en wetens onrechtmatig zou zijn ingesteld?

‘Dat blijkt uit de uitspraak van Van Agt op de persconferentie direct na de bevrijdingsactie. Die zei letterlijk: ‘Ik verzoek u te geloven dat het niet anders kon. Ter wille van het voorkomen van dergelijke acties in de toekomst, moesten wij hiertoe besluiten.’ Hij zei het echt! De minister van Justitie, die beter dan iedereen zou moeten weten dat vergelding en afschrikking voor het gebruik van het geweldsmonopolie van de overheid, onwettige motieven zijn. Daarvoor hebben we de rechter.’

Een treinkaper zit op de neus van de trein bij De Punt, een andere kaper wandelt langs de trein.Beeld ANP

Wat die kapers deden, drie weken onder dreiging van wapens ruim vijftig mensen in een trein gijzelen, mocht ook niet.

‘Ik heb in geen enkel opzicht goedkeuring voor het gijzelen van mensen. Alleen: er is een verschil tussen mensen die de wet overtreden en overheidsdienaren die zulke mensen onder valse voorwendselen afschieten.

‘Het plan was onrechtmatig, want in strijd met de Bijstandsinstructies uit 1966 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, de uitvoering was onrechtmatig omdat gegijzelden zich naar slaapplekken van de gijzelnemers hadden verplaatst, de toevoeging van mitrailleurschutters zonder medeweten van de politici was onrechtmatig en die voorzag in een drijfjacht: je jaagt mensen met laagvliegende straaljagers van de bank af de grond op, en daar schiet je ze vervolgens aan flarden. Zoiets heet een massa-executie.’

Waarom is het verplichte onderzoek naar dodelijk geweld door ambtenaren destijds niet ingesteld?

‘Omdat men dat heeft gesaboteerd. Niet alleen de mariniers wilden er niet aan meewerken, ook justitie nam daartoe geen initiatief. Daarom stinkt deze zaak zo. Bij de rechtszaak die erop volgde, heeft het Openbaar ­Ministerie ervoor gekozen om die hele treinbestorming buiten beeld te laten. Dus ook de dodelijke beschieting – door militairen – van twee gegijzelden. Zelfs de beschieting van gijzelnemer Rudi Lumalessil, die op een marinier heeft geschoten, staat niet op zijn tenlastelegging. Dat is totaal onlogisch. Toenmalig procureur-generaal Addens had zo’n onderzoek moeten instellen. Hij was lid van het lokale Beleidscentrum dat medeverantwoordelijk was voor beslissingen die werden genomen. Dit is dus een sterk geval van de slager die zijn eigen vlees moest keuren.’

De Volkskrant mag uw bevindingen wel deels, maar niet integraal online publiceren. Waarom niet?

‘Het rapport staat vol pijnlijke gevoeligheden, waarbij misdragingen van mariniers in de trein aan de hand van autopsierapporten en kogelbanen gedetailleerd zijn beschreven. Ik wil betrokkenen besparen dat door mijn toedoen nieuwe onfrisse details hen weer zullen schokken.’

U heeft uw rapport naar premier Rutte gestuurd. Hoe reageerde hij?

‘Ik heb dit op persoonlijke titel geschreven omdat ik vind dat getroffenen recht hebben op de waarheid. Ik hoopte dat in stilte excuses en een schikking mogelijk zouden zijn, maar ik kreeg het meest nietszeggende antwoord dat je kunt bedenken; dat in 2014 een archiefonderzoek is gedaan en dat daar niks geks uit blijkt. Terwijl ik expliciet in mijn rapport aangeef wat er aan dat onderzoek niet deugt en ontbreekt. Toen voelde ik me gedwongen de publiciteit te zoeken, hoewel ik dat veel liever niet had gedaan. Als Kamerleden erom vragen zal ik hen het rapport ook toesturen. Verder laat ik het hierbij.’

Wat hoopt u met uw onderzoek te bereiken?

‘Dat fouten worden erkend en dat er excuses worden gemaakt tegenover alle nabestaanden van mensen die daar onrechtmatig zijn omgebracht, en aan alle militairen en politiemensen die daar hun werk oprecht maar onder valse voorwendselen hebben gedaan. En aan hun naasten. Want die buitenproportioneel gewelddadige treinbestorming veroorzaakt tot op de dag van vandaag nog steeds veel leed. Het had nooit zo mogen gebeuren.’

Uitspraak van de rechtbank

Het optreden van militairen tegen de treinkapers was naar behoren, oordeelde de rechtbank woensdag.

Reactie Nederlandse staat

De Nederlandse staat zegt in een reactie blij te zijn met het oordeel van de rechtbank dat de mariniers niet onrechtmatig hebben gehandeld.

‘Aan plan B zie je dat de kapers dood moesten’

Het was de bedoeling dat de kapers van de trein bij De Punt, in 1977, niet zouden overleven. Die stelling van oud-officier Ingo Piepers is fel tegengesproken. Daarop besloot hij extra onderzoek te doen om zijn uitspraken te staven

Volgens hem heeft de Nederlandse regering heeft bij de beëindiging van de kaping bewust gekozen voor excessief geweld, met de intentie om alle kapers te doden. Hij gaat zelfs zover dat hij de handelwijze van de regering ‘terreur’ noemt.

Oud-mariniers doen boekje open: ‘Wij zijn killers’

Het proces over de treinkaping bij De Punt is een schijnvertoning. Dat zeiden twee oud-mariniers die in 1977 op hetzelfde moment een gegijzelde school in Bovensmilde moesten ontzetten. Antwoorden van getuigen zijn ingefluisterd, stellen ze. ‘Ons is maandenlang gevraagd om onze kop te houden. Maar hier stopt het.’

Een uzi-salvo of revolverschoten, hoe kwam Hansina om het leven?

Begin oktober sprak de commandant die in 1977 bij De Punt mogelijk gijzelneemster Hansina doodschoot als laatste in een reeks getuigenverhoren van mariniers. Onze verslaggeefster was erbij. ‘Wij praten niet over doden. Ons is geleerd: je moet het grootste draagvlak pakken. Dat is iemands borst, als u begrijpt wat ik bedoel.’

Militairen treinkaping De Punt getuigen voor het eerst: ‘Absolute onzin’ dat kapers het niet mochten overleven

Voor het eerst getuigden vorig jaar Nederlandse mariniers over het beëindigen van de treinkaping bij De Punt in de rechtbank. De eerste noemt het ‘een farce’ dat hij zich na 40 jaar moet verdedigen in een rechtszaak die is aangespannen door nabestaanden van de kapers. ‘Wij deden gewoon ons werk.’

‘Ik heb nog nooit gehoord: excuses meneer Monsjou’

Zijn dochter Ansje kwam in 1977 om bij de bevrijding van de gekaapte trein. Nog steeds weet Karel Mosjou niet waarom. Ana van Es interviewde hem in 2014. ‘Hij tikt me op de schouders en zegt: ‘Ansje is dood.’ Zo hoef je dat toch niet te zeggen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden