Niet een plek maar een overgang

Architect Richard Neutra (1892-1970) kwam uit Wenen, maar bouwde zijn huizen vooral in het zuiden van Californië. Asymmetrisch zijn ze, met vleugels die haaks op elkaar staan....

Vraag een kind een huis te tekenen en het tekent een vierkant met een puntdak, een raam, een deur en een rokende schoorsteen. Niet alleen in Nederland, maar ook in China of Amerika. Dat is vreemd als we bedenken dat de dominante vorm van het dak in de afgelopen eeuw plat was. Wolkenkrabber, flatgebouw, of bungalow - hoe verschillend ook - hebben één ding gemeen, het zijn niets dan platte dozen, horizontaal of verticaal gebouwd. Maar het kinderkleurboek blijft onverstoorbaar; het archetypische huis is vrijstaand, heeft rode dakpannen en een immer rokende schoorsteen, ongeacht het seizoen. Dit is het huis uit sprookjes of uit de leerzame geschiedenis van de drie biggetjes: de woning als burcht.

Ideeën over architectuur zijn taai. De ontwerper kan bedenken wat hij wil; zijn klanten willen er zelden aan. De meeste mensen willen wonen in iets ouds, of in iets nieuws dat lijkt op iets ouds. Een huisje met een puntdak.

'Probeer je de architectonische situatie uit de late jaren twintig voor de geest te halen', schreef George Nelson in Problems of Design. 'Zowel in Amerika als in Frankrijk was de architect in die tijd allereerst een geleerde heer, in het bezit van een kostbare bibliotheek vol boeken die historische stijlen illustreerden. Voor scholen, stadhuizen, banken en kantoorgebouwen werd hij geacht ontwerpen te maken die herkenbaar Grieks, Romeins, Italiaans of Franse Renaissance waren. Voor buitenhuizen en golfclubs kopieerde hij gebouwen uit de Engelse Georgiaanse periode, hoewel sommige succesvolle ontwerpers zelfs verder terugkeken naar de abdijen en kastelen uit de Middeleeuwen. Er bestond bijna universele overeenstemming dat men iets moest kopiëren.'

Het was de stilte voor de storm. Vanaf de jaren twintig zou het bouwen radicaal veranderen. Nieuwe ideeën ('weg met het puntdak!') werden uitgevoerd in nieuwe materialen. Het nieuwe bouwen was niet nostalgisch maar rationeel, bij voorkeur uitgevoerd in glas en metaal, of beton. De opvattingen van, wat Tom Wolfe heeft getypeerd als de Witte Goden van Bauhaus - Walter Gropius, Le Corbusier, Breuer en Mies van der Rohe - verspreidden zich als een olievlek over de Westerse wereld, zijns ondanks geholpen door Hitler, die van de architecten vluchtelingen maakte. Zo kon Amerika het beloofde land worden van de nieuwe architectuur, de International Style.

We leven in een tijd van herontdekkingen. In de vorige eeuw is zo veel bedacht en uitgevonden, zo vaak gebroken met de geschiedenis, dat ze nog steeds een schatkamer vormt waarin het goed graaien is. Geen kwaad woord over Gropius, Le Corbusier, Breuer en Mies van der Rohe, maar hun werk is genoegzaam bekend. Het nieuwste nieuw is ook oud, maar vrijwel onbekend of lang onderschat. Zoals het oeuvre van George Nelson, niet alleen auteur maar ook ontwerper, wiens productie lang in de schaduw van Charles Eames heeft gestaan. Of de huizen van Richard Neutra, de Weense architect die Californië een facelift gaf.

Er is niet één bron van het nieuwe bouwen, naast Bauhaus was er ook Chicago (hoogbouw) en Wenen (laagbouw). Aan het einde van de negentiende eeuw gaven drie architecten die stad haar gezicht: Otto Wagner, Josef Hoffmann en Adolf Loos. Wagner vond dat een gebouw van zijn tijd moest zijn; Loos vond dat een gebouw voorbij zijn tijd moest zijn, met wisselende modes mocht het niets van doen hebben. Neutra was een leerling van Loos, de man die lyrisch was over Amerika, waar hij ooit kort was geweest.

Richard Joseph Neutra (1892-1970) werd geboren in een milieu van niet-gelovige, geassimileerde joden, maar het was niet Hitler die hem naar Amerika dreef, zoals het geval was bij de architecten van Bauhaus. Neutra ging eerder en om andere redenen. Hij kwam naar Amerika 'omdat Frank Lloyd Wright hem trok en Adolf Loos hem duwde'.

Hij arriveerde daar in 1923, werkte vier maanden bij Wright en trok toen naar Californië, preciezer gezegd: Zuid-Californië. Die omgeving benaderde zijn Weense droom van 'het idyllische tropische eiland waar men de winter niet hoeft te vrezen'. Als Amerika Gods Eigen Land is, dan is Zuid-Californië de wachtkamer van het Paradijs.

Als je één huis van Neutra hebt gezien, wordt wel wegwerpend gezegd, heb je er duizend gezien. Dat is zowel waar als niet waar, zoals het omvangrijke boekwerk Neutra, complete works ons leert. Neutra was een verfijner; hij experimenteerde met materialen en methoden, maar niet omwille van het experiment. Hij zocht naar de ideale manier om een huis in zijn omgeving te plaatsen, waarbij niet oorspronkelijkheid maar beproefdheid de doorslag gaf. Hij heeft nooit begrepen waarom een familie van voorspelbare architectonische oplossingen 'vervelend' zou moeten zijn. Afgezien van zijn sociale gebouwen (scholen, clubhuizen, kerken, een ambassade) zijn de huizen inderdaad te beschouwen als variaties op een thema. Maar wat een thema!

Alles wat het nieuwe bouwen propageerde - geen muren maar skeletten met gevels van glas - kon in het zonnige Californië beter gerealiseerd worden dan in het koude Europa. De droom van licht en lucht kon hier door Neutra worden geperfectioneerd. Het leverde hem de reputatie op van de modernist's Modernist.

In een artikel uit 1930 prijst hij de circustent als een 'constructie die de hoop van Amerika belichaamt'. De tent is een membraan door kabels in toom gehouden, de minimale scheiding tussen binnen en buiten. Membraan-architectuur werd zijn missie. 'Onze huid is een membraan', schreef hij, 'geen barricade.' Mens en natuur zijn één; men moet wonen in de natuur, niet daarvan gescheiden. Het membraan van zijn architectuur was glas, zo veel mogelijk en zo groot mogelijk.

Typerend voor de huizen van Neutra is het asymmetrische ontwerp. Het zijn vleugels, korte en langere, die haaks op elkaar staan, zwembad en terrassen omsluiten. Hij ontwerpt niet een plek, maar een overgang: binnen en buiten verenigd onder een doorlopend plafond dat een luifel wordt, slechts gescheiden door een vlies van glas dat opengeschoven kan worden.

Zijn huizen zijn gesloten aan de straatzijde en open naar de natuur aan de achterzijde. In het heuvelachtige Californische landschap bouwt hij niet op een heuvel, maar maakt het huis onderdeel van de heuvel. Wat aan straatzijde als één verdieping oogt, blijkt aan de andere zijde niet zelden drie verdiepingen te tellen, trapsgewijs in de heuvel verwerkt.

Waar Frank Lloyd Wright de open haard tot het hart van zijn architectuur maakte, verplaatste Neutra de haard naar de zijkant, zodat hij dubbel kon worden gebruikt - binnen én buiten. Wat waren terrassen anders dan plafondloze kamers?

Zijn ideeën over architectuur doopte hij Biorealisme: het realisme van de noden van de gebruiker. Voor hij ook maar dacht aan een plek (die hij vaak adviseerde) of een schets, voerde hij uitputtende gesprekken met zijn opdrachtgevers. Hij liet ze - echtparen onafhankelijk van elkaar - brieven schrijven over hun verlangens, gedragingen en eigenaardigheden. Die informatie filterde hij tot een Abstract of Client's Re qui rements, uitgangspunt voor het ontwerp. De architect, vond hij, moet uitgaan van de mens, niet van de materie. En die mens moest geplaatst worden in relatie tot zijn omgeving. Het (gecultiveerde) landschap was zeker zo belangrijk als het interieur. Palmbomen werden gerespecteerd en eucalyptusbomen, zijn favoriet, overdadig geplant. De natuur was deel van het huis.

Uit zijn ontwerpen spreekt niet alleen de invloed van Loos (eerlijkheid) en Wright (integratie in de omgeving), maar ook van De Stijl en de traditionele Japanse bouwkunst. De ruimtelijke eenvoud van de laatste, gekoppeld aan het ritmisch vlakkenspel van De Stijl, typeert zijn volgroeide architectuur. Het huis dat hij in 1949-'50 bouwde voor zijn zoon en partner Dion wordt wel omschreven als 'een essay in punt, lijn en vlak', niet toevallig een echo van Kandinsky's beroemde boek over abstracte kunst.

Hoewel alle buitenhuizen een ruime en luxueuze indruk maken, verschillen ze drastisch in maatvoering en kostprijs. Neutra wilde bouwen voor iedereen, ongeacht zijn beurs. Het goedkoopst was ongetwijfeld het Koblick House, een eenvoudig houten huis, 'een buiten voor stadsmensen in de boomgaarde', dat in 1933 4000 dollar kostte. Het duurste was het Kaufmann Desert House uit 1947, waarvan de rekening op 300.000 dollar kwam.

Kleine huizen leken groot door het gebruik van glas in de gevels en spiegels in het interieur die ruimte suggereerden waar die niet was. Grote huizen kregen veelal dezelfde materiaalbehandeling als kleine, waarbij Neutra een perverse voorkeur aan de dag legde voor goedkope materialen. Favoriet voor keukens en badkamers in de jaren dertig was Marlite, een glimmend formica-achtig materiaal. Functie ging boven status. Hoezeer zijn huizen ook aan elkaar verwant zijn, er is één huis dat radicaal met dat concept breekt. Het Von Sternberg House (1935-36) dat hij bouwde voor de filmregisseur, lijkt meer het resultaat van diens eisen dan van Neutra's ideeën. Het is niet rechthoekig, zoals de andere, maar rond. Niet van hout, maar geheel van metaal. Niet open, maar gesloten. Zelfs de patio en het zwembad gaan schuil achter hoge muren; het landschap is alleen te bewonderen vanachter de ramen op de bovenste verdieping. Het resultaat was een Teutoons kasteel geïnterpreteerd onder de Californische zon: een zilveren pijl.

Opvallend detail, als een duimafdruk van Neutra, is het gebruik hier en in het Lovell House, van een ordinaire Ford-koplamp als schijnwerper. Het is niet alleen functioneel, maar vooral een hommage aan Henry Ford, die de lopende band introduceerde bij de autofabricage. Zijn favoriet, naast Sweet's Catalogus waarin alle beschikbare kant-en-klare bouwmaterialen vermeld staan.

Neutra's bemoeienis beperkte zich niet tot de buitenkant, ook het interieur had zijn bijzondere aandacht. Aanvankelijk ontwierp hij, in navolging van Frank Lloyd Wright, vaste zitgroepen voor de woningen, waarmee hij dwingend voorschreef hoe het huis gebruikt moest worden; waar men moest zitten om wat te zien. Daarnaast ontwierp hij de boemerangstoel, geschikt voor binnen en buiten, en een tafel waarvan de poten ingeklapt konden worden, zodat hij achtereenvolgens dienst kon doen als eettafel en salontafel.

In de late jaren veertig, begin jaren vijftig legde Neutra een duidelijke voorkeur aan de dag voor het Mid-century ontwerp: stoelen van Eames en Saarinen, salontafels van Noguchi en bankjes van Nelson. Het is niet duidelijk of ze er speciaal zijn neergezet voor de foto, zoals op de meeste foto's ook niet de bewoners poseren maar de architect, of dat Neutra dit meubilair aan zijn klanten opdrong. Dit laatste kan, gezien zijn dwingende opvattingen, niet worden uitgesloten. Voor Neutra was niets toevallig en alles functioneel; lichte meubelen hoorden bij een licht interieur. Bepaalde tafels waren voor hem 'volstrekt onacceptabel'.

Hoe zuiver en modern hij ook was, op één punt smokkelde Neutra. Hij hield ervan om het hout van kozijnen, hekken en dakgoten zilverkleurig te verven. Hout dat oogt als metaal, dat was vloeken in de kerk van de 'eerlijkheid' (van materiaal, van constructie). Neutra verdedigde zich tegen de kritiek door te wijzen op het reflecterende karakter van de verf, die de constructie lichter deed lijken, immateriëler. Meer van licht en lucht, dan van hout en metaal. Het huisje van Knor in de opvatting van Knir.

Zijn meesterwerk is zonder twijfel het Kaufmann Desert House, een van de drie huizen die hij bouwde in het woestijnstadje Palm Springs (buiten het Kaufmann uit 1947, het Miller House uit 1937 en het Maslon Hou se uit 1962). Dezelfde Kaufmann, de warenhuiskoning, voor wie Frank Lloyd Wright tien jaar eerder zijn meesterwerk Falling Wa ter had gebouwd.

Misschien komt deze moderne architectuur het best tot haar recht in dit verzengende woes tijnklimaat. Het felle zonlicht zorgt voor diepzwarte schaduwen en heldere kleuren. Omdat kou hier niet bestaat, reikt het glas van vloer tot plafond als een haast onzichtbare wand die ook kan worden opengeschoven, zodat binnen naadloos overgaat in buiten. Maar de natuur is niet wat ze lijkt. Alles wat groen oogt is met veel moeite aangelegd, het geïrrigeerde gras stopt abrupt aan de rand van het woestijnlandschap. De natuur is even kunstmatig als de woestijnstad.

Door de schaal, het materiaal en de ver fijn de detaillering is het Kaufmann House de overtreffende trap van het Neutra-bouwen. Maar het maakt ook de beperkingen zichtbaar. Wat daar allemaal mogelijk is onder die eeuwig blauwe hemel, laat zich niet eenvoudig naar andere streken vertalen. California dreamin'.

Nu Palm Springs, ooit Amerikaans symbool van de swinging sixties, sinds kort is herontdekt ('so hot it's cool again', kopte een tijdschrift) is er ook sprake van een hernieuwde interesse voor deze architectuur. Niet alleen voor de huizen van Neutra, maar ook voor die van John Lautner, Albert Frey, Victor Gruen en Paul L szlo. Modern is weer helemaal modern, zij het met een voetnoot. 'Het is niet Martini-modern', zegt de nieuwe eigenaar van het Kaufmann House. 'Het is meer zen-achtig.'

Wie in Palm Springs tussen de concurrentie de huizen van Neutra zoekt, kan op zijn neus afgaan. De eucalyptus was zo'n favoriet van de architect die de geur een Pavlo viaanse reactie oproept. Wie het aroma opsnuift, weet zich in de buurt van een Neutra.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden