Niet durven en toch doen

Wat maakt de gedichten in de nieuwe bundel van Leender Witvliet, Apen kijken, tot kinderpoëzie? Er staan tekeningen in - een belangrijke aanwijzing van de uitgeverij, want tekeningen = kinderen, dat weet iedereen....

Degene die in Apen kijken aan het woord is, is zelden een kind, veel vaker een volwassen man die met een lichte weemoed terug kan kijken op zijn kindertijd; zo staat al in het openingsgedicht de eindregel: 'alleen, er is geen kind meer om te spelen'. Ook in een gedicht als 'Belofte' lijkt een volwassen man te praten: 'Ik zeg:/ Je liep vannacht op hoge hakken/ in mijn droom en je zei ook wat.// Zij vraagt: Waar zag je mij,/ wat hoorde je,/ wat zei ik dan?// Ik zoek:/ Waar horen hoge hakken bij,/ en de echo van wat je zei?// Ze lacht:/ Een roltrap, gladde gang,/ een trouwerij misschien,/ waar was ik dan?// Ik weet het niet,/ maar zal vannacht/ aandachtig dromen.'

Een paar gedichten zijn er maar waarin een kind aan het woord is. Experimenten bijvoorbeeld: 'Ik wil iets ontdekken,// zoiets als elektriciteit,/ maar dan wel anders natuurlijk,// of een zeer onbekende bacterie,/ om de mensheid gelukkig te maken.// Net als toen die truc/ met de motor in de auto,/ alleen vloog die in brand.// Mijn zoon, zegt mijn vader,/ is een experiment.'

Het zal vooral Witvliets heldere stijl zijn, en slechts gedeeltelijk zijn onderwerp- of perspectiefkeuze, die gemaakt heeft dat Apen kijken als een bundel voor jongeren wordt gepresenteerd.

Waar Witvliet zorgvuldig en precies op zoek gaat naar formuleringen, laat Elma van Haren zich leiden door de jammerlijke misvatting dat poëzie elk stuk tekst is waarvan de regels niet vollopen. Haar bundel De Wiedeweerga wordt bovendien ontsierd door een uitbundige typografie, die woorden en zinnen volkomen willekeurig nadruk geeft.

Van Haren schreef met De Wiedeweerga na drie bundels voor volwassen haar eerste bundel kinderpoëzie - voor kinderen omdat alle gedichten gaan over zaken (verliefdheid, verveling tijdens de vakantie, een moeder voor wie je je schaamt) waarvan kinderen geacht worden zich ermee bezig te houden.

Maar poëzie wil het maar niet worden, het blijft allemaal erg plat en vlak. Een fragment uit het openingsgedicht: 'Ik zit tegenover een jongen in de trein,/ die ik heel erg leuk vind./ Hij mij ook wel./ Dat zie ik omdat hij niet/ naar me durft te kijken en ik ook niet.'

Dit is proza, en niet eens zulk interessant proza, waarin dat 'ik ook niet' als poëtische schaamlap moet dienen en vooral erg gezocht aandoet.

Dan is Kees Spierings Een pijl door je maag, verschenen bij de Vlaamse uitgeverij Bakermat, interessanter. Spiering houdt zich bezig met hetzelfde soort 'herkenbare' onderwerpen als waarover Van Haren schrijft. Zijn bundel als geheel is niet bijzonder sterk - vaak op het randje van sentimenteel, met name als het over verliefdheid gaat, soms wel erg wijze-lesserig (een mooi stukje over een duik nemen van de hoge, niet durven en het toch doen, heet niet alleen 'Levensles', maar eindigt ook heel nadrukkelijk met: zo zou je soms moeten leven). Maar Spiering heeft soms ook mooi een sfeer te pakken of een gevoel, de sfeer van een nachtelijke rit naar een vakantiebestemming bijvoorbeeld, of het gevoel dat je fiets een motorfiets kan zijn.

Voor kleinere kinderen is Vlinder in december van Theo Olthuis, gedichten die veel weg hebben van versjes, met korte, ritmische regels. Ook Olthuis beschrijft herkenbare situaties - een imaginair vriendje, een logeerpartij, een ziekenhuisbezoek.

Mara Otten schreef met Hai die koe een bundel met haiku's voor kinderen. Door de strakke vorm (een haiku telt drie zinnen en zeventien lettergrepen) zijn haiku's eigenlijk leuker om te maken, het is puzzelen met taal, dan om te lezen. Een haiku beoordelen blijft vaak steken bij: ja, knap dat iemand dat in zeventien lettergrepen kan zeggen zonder dat het al te gewrongen klinkt (hai die koe roodbont/ met van die zachte ogen/ je mag me likken). Knap dus dat Otten een hele bundel haiku's voor kinderen heeft geschreven, en leuk dat zo'n bundel zo aanstekelijk is dat je ze er zelf van wilt gaan schrijven.

Hanneke de Klerck

Leendert Witvliet: Apen kijken.

Illustraties Jan Jutte.

Querido; 35 pagina's; * 27,50.

ISBN 90 214 8849 3.

Elma van Haren: De Wiedeweerga.

Illustraties Walter van Lotringen.

De Harmonie; 42 pagina's; * 27,50.

ISBN 90 6169 563 5.

Kees Spiering: Een pijl door je maag.

Illustraties Gert-Jan Veenstra.

Bakermat; 39 pagina's; * 21,90.

ISBN 90 5461 711 X.

Theo Olthuis: Vlinder in december.

Illustraties Marja Meijer.

Ploegsma; 47 pagina's; * 25,-.

ISBN 90 216 1871 0.

Mara Otten: Hai die koe - Haiku voor kinderen.

Illustraties Judith Ten Bosch.

Leopold; 40 pagina's; * 19,90.

ISBN 90 258 4196 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden