Niet dommer, maar minder intelligent

De bewering dat negers dommer zijn dan blanken zullen weinig wetenschappers voor hun rekening willen nemen. Niet alleen omdat ze discriminerend is, maar ook omdat ze op geen enkel onderzoek is gebaseerd....

Niettemin rust er allang geen wetenschappelijk taboe meer op de bewering dat allochtonen een 'gemiddeld lagere intelligentie' hebben dan autochtonen. In de kring van testpsychologen geldt de stelling zelfs als een open deur. Allochtone kinderen scoren in Nederland (en elk ander westers land) gemiddeld lager op intelligentietests dan hier geboren kinderen. Volwassen allochtone sollicitanten halen stelselmatig gemiddeld lagere scores in de intelligentie- en geschiktheidtests die bij veel sollicitatieprocedures worden gehanteerd.

Intelligentie kan volgens de psychologie worden uitgedrukt in cijfers, en goede tests zouden niet gevoelig zijn voor culturele factoren. Ze omzeilen taalproblemen en compenseren eventueel mindere testvaardigheid van kinderen die op school nog nooit een abstract figuurtje hebben gezien. Wanneer allochtonen gemiddeld toch lager op zo'n test scoren - en dat is in werkelijkheid het geval - betekent het simpelweg dat ze gemiddeld minder intelligent zijn.

Maar wat is die intelligentie dan? En deugen de betrokken tests wel echt? Over die vragen gaat Diagnostiek bij allochtonen onder redactie van de psychologen Nico Bleichrodt en Fons van de Vijver. Het boek is een bundel wetenschappelijke beschouwingen die geschreven is dóór, en volgens de auteurs tevens vooral bedoeld is vóór de eigen kring van professionals, te weten psychologen, pedagogen, psychiaters, docenten en hulpverleners.

De kring dus waarin nu soms hardop wordt getwijfeld aan de waarde van psychologische tests voor allochtonen, maar er toch dagelijks mee wordt gewerkt. Af en toe echter met tegenzin, en soms ook naar eigen inzicht.

Aangetoond is bijvoorbeeld dat leerkrachten op basischolen de lagere scores van allochtone kinderen bij CITO-toetsen compenseren door een gemiddeld gunstiger schooladvies. De intelligentie zit er wel in, vinden ze, maar komt er vooralsnog niet uit. Toetsen zouden niet de echte capaciteiten meten maar, zoals de Britse psycholoog Wober 25 jaar geleden zei: 'How well can they do our tricks?'

Consensus over dit onderwerp heeft nooit bestaan, en zit er ook volgens dit boek voorlopig niet in. Normaal gesproken wordt daar weinig ophef over gemaakt, maar soms gaat dat een beetje mis. Zoals drie jaar geleden, toen psycholoog dr. Jan te Nijenhuis promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een onderzoek van de testbatterij van de Nederlandse Spoorwegen.

Die traditionele, veelgebruikte test maakte volgens hem geen onderscheid tussen sollicitanten van autochtone en allochtone afkomst. Kennis van de Nederlandse taal beïnvloedde de uitkomst een beetje, maar onvoldoende om de uitslag echt te vervormen. De gemiddeld lagere score van allochtonen die werd gemeten, was volgens hem een zuivere aanwijzing voor hun mindere 'cognitieve vermogens', oftewel hun lagere intelligentie.

Gemiddeld dommer wilde de promovendus de Surinaamse, Antilliaanse, Turkse, Marokkaanse en ex-Joegoslavische sollicitanten bij de Spoorwegen uiteraard niet noemen. Maar gemiddeld minder intelligent - waarom niet? Bovendien zou het hem niet verbazen wanneer dat op grotere schaal de verklaring zou zijn voor de relatief hoge werkloosheid onder allochtonen.

Met die suggestie kwam de onderzoeker aardig in de buurt van het omstreden Amerikaanse boek The Bell Curve (1994) van psycholoog Richard Herrnstein en politicoloog Charles Murray. Ook daarin wordt de 'lagere intelligentie' van zwarte Amerikanen opgevoerd als verklaring voor hun gemiddeld mindere maatschappelijke prestaties. Maatschappelijke factoren als discriminatie, sociale uitsluiting en sociale achterstand werden ermee naar de prullemand verwezen.

Sindsdien woedt in de Verenigde Staten een debat over de waarde van psychologische tests. Het minuscule relletje rond de Amsterdamse promovendus viel daarbij in het niet, en bleek in 1998 bovendien een eenmalig incident te zijn. Onomstreden is de visie van Te Nijenhuis echter nog steeds niet, zo blijkt in het boek uit bijdragen van verschillende collega's.

Wat psychologische tests meten, stellen zij, is voor een aanzienlijk deel toch wel cultureel bepaald. Naarmate allochtonen langer in Nederland wonen, maken ze de tests daarom ook beter. De tweede generatie allochtonen scoort stelselmatig hoger op IQ-tests dan de eerste. Omdat intelligentie grotendeels aangeboren is, blijft dat een vreemd verschijnsel. Wat het woordenboek verstaat onder intelligentie ('het verstandelijk vermogen') meten de tests in elk geval niet helemaal.

Zo luidt ook de analyse van cultureel-psycholoog Ype Poortenga, die het op dit punt oneens blijft met zijn collega Te Nijenhuis. Tegelijk waarschuwt hij voor de 'politiek correcte' neiging om ongewenste of onverwachte toetsresultaten netjes glad te strijken om een bevredigend beeld voor minderheden te bereiken.

De tests meten weliswaar geen echte intelligentie, maar wel de 'cognitieve vaardigheden en persoonskenmerken die in Nederland medebepalend zijn voor succes in opleiding en werk'. Daarover is de kring van experts het roerend eens. Maar toch, waarschuwen de redacteuren tot slot, blijft in deze toetsen de kennis van de Nederlandse taal de belangrijkste bron van partijdigheid.

Dat een test het gedrag of de loopbaan van een persoon redelijk kan voorspellen, is daarmee niet strijdig. Om goed te presteren, is immers veel kennis nodig van de Nederlandse taal en cultuur. Wat de IQ-test meet, is daarom te beïnvloeden met goed onderwijs en met een goede inburgering. En dat zijn en blijven maatschappelijke factoren, waaraan het individu zelf weinig kan doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden