Column

Niet de Dochter, maar wij zouden bepalen wanneer het stil was in huis

Eva Hoeke. Foto Robin de Puy

Avond aan avond waren we in de weer. De Dochter, net geboren maar nog lang niet geland, wilde niet slapen. Of misschien wilde ze het wel, maar kon ze het nog niet, wat gekmakend is, wist ik uit eigen ervaring. Urenlang zat ik naast haar wieg, in de weer met speen, knuffel en Slaap kindje, slaap, uren waarin ik zat te aaien en dan weer voorzichtig sluipend de trap af ging, zweet op de lip, krakende vloeren vermijdend, om eenmaal beneden alweer gehuil te horen, net zolang tot ik zelf ook in tranen op de bank zat, de Man uit pure wanhoop de stekker uit de babyfoon trok ('Je moet nu echt wat gaan eten') en ik dáár dan weer kwaad om werd. Dieptepunt was de vriendin die vertelde dat ze een stretcher had gekocht waar zij en haar man om beurten op sliepen om hun 1-jarige zoontje in slaap te krijgen en te houden. Ik staarde in de toekomst en dacht: dat nóóit.

Ik belde Susanne, een vriendin die haar carrière als salestijger in de wilgen had gehangen en zich na de nodige opleidingen, drie eigen kinderen én een postnatale depressie de eerste kinderslaapcoach van Nederland mocht noemen. 'Help', zei ik. 'Ik word gek.'

Ze kwam, keek, zei dat de kern van haar boodschap rust, reinheid en regelmaat was, negeerde mijn opmerking dat ik dat zelf ook wel wist en dat ik geen debiel was en gaf me in plaats daarvan een schema: zo en zo laat zouden we voortaan opstaan, dan en dan zou er worden gegeten, dit en dit liedje zouden we zingen, tussendoor zouden er boodschappen worden gedaan en zo en zo laat zou de Dochter ook weer naar bed gaan, op het mierenneukerige af, geen uitzonderingen. 'En volhouden', zei ze erbij, want niet consequent zijn was vaak nog de grootste valkuil voor debuterende ouders.

's Avonds vertelde ik de Man over de nieuwe orde.

Dat niet de Dochter, maar wíj vanaf nu zouden gaan bepalen wanneer het stil was in huis. Dat in dit nieuwe leven waarin de energie er toch al met bakken tegelijk uitstroomde de avond onze redding zou zijn, omdat we alleen dan, met rust in de kop en een glas wijn in de hand, konden blijven inzien waarom we juist met elkáár dit avontuur waren aangegaan. De Man trok zijn wenkbrauwen op - had je haar weer met haar regeltjes - maar ik dacht aan al die kinderen die je, als je er eenmaal oog voor had, zoveel om je heen zag: baby's met rode konen in het café, krijsende koters in de dierentuin, scènes in de tram - je kon bij niemand achter de voordeur kijken, maar bij sommigen droop het slaapgebrek er werkelijk van af.

Het duurde even, dat wel. Maar na een paar weken kwam er een ritme in. Begon de Dochter al te gapen als we naar boven liepen. Sliep ze elke avond in om zeven uur en blééf ze slapen, tot zeven, soms wel acht uur in de ochtend, een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt. Huwelijk gered, pavlov bewezen, hoera voor Susanne en haar drie R-en.

Inmiddels hebben we een ander probleem.

Zitten we lekker, kaarsjes aan, plaatje op, de dag besproken en de nacht in zicht, hopen we stiekem dat de Dochter wakker wordt, zodat ze nog even lekker tussen ons in kan zitten met die dikke beentjes in haar minipyjama. Neuh, we maken haar er echt niet voor wakker, we zijn niet gek, maar uitgebreid douchen in de aangrenzende badkamer doet nog weleens wonderen.

Reageren?