Niet alleen welvaart telt in Europa, het draait ook om beschaving

Het recht van de economisch sterkste stort veel burgers, vooral in de zuidelijke EU-staten, in armoede en angst voor de toekomst. Europese beschaving is ook Europese solidariteit. De muntunie moet de welvaart herverdelen van rijk naar arm en voor alle burgers zoveel mogelijk gelijke kansen scheppen.

De muntcrisis heeft Europa in het hart van de nationale politiek gebracht. Europa leeft in dit crisisbewustzijn als nooit tevoren: Europese politiek is meer dan ooit binnenlandse politiek. Europa wordt in elk geval een belangrijke inzet van de verkiezingen van 12 september. Die werden door Wilders meteen geframed als: kiezen we voor Henk en Ingrid, voor onze eigen democratie, of voor de ongekozen eurocraten uit de superstaat Brussel en hun Griekse vriendjes?


'Voor Europa of voor Nederland?' Dat is een valse keuze voor ieder die erkent dat ze onafscheidelijk zijn geworden en die Nederland Europeser en Europa een beetje Nederlandser wil maken. Daarvoor is nodig dat het verhaal van Europa opnieuw wordt verteld. En dat moet een Groot Verhaal zijn, dat de politieke fantasie prikkelt en nieuwe politieke passies wekt.


Dat Europa een nieuw visioen nodig heeft, wordt de laatste tijd van verschillende kanten betwist, en niet alleen door populisten. Vóór Fortuyn namen liberalen als Bolkestein al afstand van verderstrekkende idealen voor een politieke unie: Europa moest zich terugtrekken op pragmatische kerntaken als het onderhoud van de gemeenschappelijke markt, de handelspolitiek en het mededingingsbeleid.


Ook Rutte nam in zijn Popperlezing van september 2011 afstand van de Europese Unie als Groot Verhaal, met name van het verhaal van duurzame vrede op een door oorlogen verscheurd continent. 'Nooit meer oorlog' was de zin van Europa geweest voor de oorlogsgeneratie en haar kinderen. De Unie was nu in een andere ontwikkelingsfase gekomen, waarbij een meer bescheiden boodschap en een meer realistische taakopvatting paste. Daarin stonden welvaart en groei centraal 'in plaats van de ideologische grondtoon over Europa als verheven project'.


Kortsluiting

We horen de laatste tijd vaker dat 'nooit meer oorlog' als morele missie voor Europa een achterhaalde gedachte is. Zo schreef Paul Scheffer onlangs dat de euro niet langer kon worden gerechtvaardigd door te zinspelen op of te dreigen met terugkeer van de oorlog, zoals zowel bondskanselier Merkel als Raadspresident Van Rompuy leken te doen.


Die kortsluiting tussen munt en vrede leek hem een soort 'chantage met goede bedoelingen'. Het 'nooit meer oorlog' was in feite een vorm van eurocentrisme: het richtte de blik naar binnen, terwijl een wezenlijk motief voor integratie juist buiten het continent lag, in de uitdaging van landen als China en Brazilië. Economische integratie was daarbij niet denkbaar zonder politieke integratie, en openheid (het slechten van grenzen) moest gepaard gaan met het trekken van nieuwe grenzen, zodat Europa ook bescherming bood en kon uitgroeien tot een veiligheidsgemeenschap (NRC Handelsblad 14 januari).


Inderdaad: de herinnering aan wat wel de 'Europese burgeroorlogen' is genoemd volstaat niet langer om het Project Europa verder te dragen. Maar dat betekent niet dat we moeten terugvallen op een banale calculatie van kosten en baten à la Bolkestein en Rutte. Europa is meer dan een welvaarts- en groeimachine: het is ook een beschavingsideaal. Beschaving is het zo veel mogelijk uitbannen van geweld, wreedheid, intimidatie en vernedering uit de samenleving. In dit opzicht is de vredesdroom van de Europese stichters geenszins uitgeput en achterhaald.


'Nooit meer oorlog' kan in plaats van een terugkijkende waarschuwing ook een vooruitblikkende projectie zijn. Als we 'nooit meer oorlog' verbreden naar idealen als geweldloosheid, compassie, tolerantie en vrijzinnig debat ontstaat er een directe continuïteit tussen de missie van Monnet en het visioen van een sociaal en veilig Europa zoals verdedigd door Scheffer.


Beschaving wil zeggen dat het recht van de sterkste wijkt voor het recht van de zwakste. Dat het geweld wordt beteugeld door de wet, en angst wordt vervangen door vertrouwen. Het Europese project kan worden bezield met de droom en de hoop dat een samenleving mogelijk is die zoveel mogelijk is bevrijd van politieke, economische, culturele, seksuele en psychologische angst. Die het geweld in al zijn vormen heeft gedempt en ingeruild voor sociale veiligheid, gelijkwaardigheid tussen mensen en democratisch vertrouwen.


In plaats van aanleiding te geven tot politieke nostalgie (of politieke chantage) kan het 'nooit meer oorlog' dus ook het startblok vormen voor een offensieve politieke verbeelding, die de Europese vrede en beschaving verdiept en verbreedt. Dat enkele Europese generaties aan den lijve geen oorlog hebben gekend, plaatst hen (ons) in een geprivilegieerde uitzonderingspositie, niet alleen tegenover alle generaties vóór 1945 maar ook tegenover de dagelijkse werkelijkheid in de rest van de wereld. Ook daarom oefent de Europese Unie een enorme aantrekkingskracht uit op grenslanden en naburige regio's: een uitstraling die niet alleen economisch en politiek maar zeker ook cultureel en moreel van aard is.


Die verbreding van de oude vredesmissie van Europa kan inspiratie putten uit het denken van de Belgische socialist Hendrik de Man. De auteur van het beroemde Marx-kritische boek De psychologie van het socialisme (1926) vond geen betere psychologische formule voor het socialisme dat hij beleed dan 'overwinning van de sociale angst'. Nadat de 'angst voor de staat' was verdwenen door de vestiging van de liberale democratie, zou ook de economische angst worden weggenomen door de sociale beteugeling van het kapitalisme. De hoop van cultuursocialisten als De Man was dat in het spoor hiervan ook de culturele en psychische angst zou verminderen: de angst voor het onbekende en afwijkende, voor andersdenkenden, voor vrijzinnigheid en vrijdenkerij.


Immense opdracht

Dat is een grootse, visionaire politieke opdracht: te zorgen dat mensen niet meer bang zijn, voor elkaar en voor zichzelf. De toptien van landen waar burgers het meeste vertrouwen hebben in elkaar en hun instituties wordt vooral bevolkt door Europese landen, met de Scandinavische landen en Nederland in de topvijf. Niet toevallig zijn dat ook de landen waar de grootste sociale gelijkheid heerst en individuen de beste kansen hebben om ongeacht hun herkomst sociaal te stijgen en zichzelf te ontwikkelen.


Om het geweld in al zijn vormen zoveel mogelijk te verbannen uit de samenleving is een immense opdracht. De schuldencrisis laat zien dat Europa nog veel te weinig weerbaar is tegen het structurele geweld van de kapitalistische economie, met name tegen wat De Man al de 'Geldmuur' noemde. Het recht van de economisch sterkste stort veel burgers, vooral in de zuidelijke Uniestaten, in armoede en angst voor de toekomst. Europese beschaving is ook Europese solidariteit. De muntunie moet worden geaccepteerd als een politiek mechanisme dat de welvaart herverdeelt van rijk naar arm en dat overal in Europa voor alle burgers zoveel mogelijk gelijke kansen schept.


De tirannie van de markt moet door de politiek worden beteugeld, maar de politiek vervalt zelf gemakkelijk tot tirannie. Net als de economische angst is de angst voor de staat nog lang niet verdwenen. De Europese democratie heeft een populistische, proto-totalitaire trek die zich tegenwoordig niet langer uit in de naakte repressie van fascistische of communistische eenheidsregimes, maar in het zachte geweld dat wordt uitgeoefend door de democratische meerderheid. Het Hongarije van Orbán en Fidesz is een voorbeeld van autoritair regeringspopulisme dat zich bezondigt aan breideling van de persvrijheid, inperking van de democratische machtenscheidingen en van schoffering van diegenen die niet tot de nationale gemeenschap worden gerekend. Vrijwel alle Europese landen kennen populistische partijen die openlijk een autoritaire meerderheidsstrategie voeren en de politieke zeden verruwen met hun absolutistische gelijkhebberij.


Beschavingsoffensief

De Europese populisten zijn ook degenen die het gretigst inspelen op de angst voor de vreemdeling en voor het verlies van de eigen, nationale cultuur en identiteit. Jens Stoltenberg, premier van een Europees land dat (nog) niet tot de Unie behoort, gaf na de moordpartij van Breivik indrukwekkend uiting aan de Europese waardencanon door te benadrukken dat zijn land zich niet liet gijzelen door angst (voor terreur, voor de ander) maar op Breiviks provocatie zou antwoorden met méér democratie, humaniteit, tolerantie en openheid.


De Europese beschaving ondermijnt ook in andere opzichten de angst voor de ander, bijvoorbeeld door op te treden tegen het seksueel-culturele geweld dat door mannen tegen vrouwen en door macho's tegen homo's wordt gepleegd. Sinds de affaire-Buttiglione, waarbij het Europees parlement de door Italië voorgedragen eurocommissaris wraakte vanwege zijn ultraconservatieve denkbeelden, is er sprake van een waar beschavingsoffensief, dat de emancipatie van vrouwen en homo's in verschillende landen stappen vooruit heeft gebracht.


Opmerkelijk is de 'normalisering' van een land als Polen, dat nog niet lang geleden gebukt ging onder het nationalistisch-conservatieve regime van de gebroeders Kaczynski. Onder de pro-Europese liberale coalitie van Donald Tusk leidt de Gay Pride in Warschau niet langer tot ernstige ongeregeldheden, zoals onlangs nog wel in Zagreb en Belgrado. Dit jaar werd de optocht in de laatste stad verboden uit vrees voor geweld (vorig jaar vielen er bij door rechtsextremisten aangewakkerde onlusten meer dan honderd gewonden). Naar aanleiding daarvan drong Brussel er bij Servië net als bij Kroatië op aan de rechten van homo's te beschermen als het tot de Unie zou willen toetreden. Overigens zou Servië nooit de oorlogsmisdadigers Milosevic, Karadzic en Mladic naar Den Haag hebben uitgeleverd zonder de verlokking van het lidmaatschap van de Europese Unie.


In deze en andere feiten toont Europa zich als een geweldige civilisatiemacht die niet alleen - een unicum in de wereldgeschiedenis - zowel de hete als de koude oorlog tussen de staten op haar grondgebied heeft overwonnen, maar in het verlengde daarvan ook bezig is zachtere vormen van geweld te onderdrukken en te vervangen door democratische tolerantie en wederzijds respect. Behalve in de toetredingslanden is die civiliserende invloed duidelijk voelbaar in de zuidelijke en oostelijke grenszones van Europa: in de Mediterrane Unie en het Oostelijk Partnerschap.


Realistische utopie

De verleiding van Europa is niet alleen die van ongekende materiële welvaart, maar ook die van vrijheid, individualisme, pluraliteit, kansengelijkheid en sociale bescherming - de 'pursuit of happiness' die ook de Amerikaanse founding fathers voor ogen zweefde. De Europese identiteit is geen gesloten eenheid, maar koestert de verschillen en de dissensus tussen verschillende culturen en perspectieven. Daarnaast wordt zij getekend door de ironie, door 'het lachen van Europa om zichzelf' (Die Zeit, 3 mei). Dit ontwapenende lachen, deze vrijzinnige houding van zelfrelativering en zelfkritiek, doet alle geweld op den duur verdampen.


'Overwinning van de sociale angst': die formule van de aarts-Europeaan De Man kan de Europese gedachte nog steeds bezielen. Het geweld in al zijn vormen verbannen uit de wereld, te beginnen in Europa. Dat is de passie, de realistische utopie waarmee Europa de wereld opnieuw kan veroveren.


DICK PELS is directeur wetenschappelijk bureau GroenLinks.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden