'Niet alleen 'geografisch maar ook muzikaal bepaalde Westminster Abbey de grondtoon van zijn leven. Het orgelpunt van Henry Purcell!'

Voor iedere kunstenaar zijn ze aan ' te wijzen, de plekken waar belangrijke ontmoetingen plaatsvonden, allesbepalende ingevingen opborrelden of onomkeerbare keuzes zijn gemaakt....

Wat iemand al niet aan historische gebeurtenissen kan meemaken! In zijn geboortejaar herstelde zich de Engelse monarchie na een periode van puriteinse dictatuur onder Cromwell. Toen hij 6 was brak in Londen de pest uit die zeker 75 duizend levens eiste, vermoedelijk ook dat van zijn vader. Een jaar later legde de Grote Brand in vijf dagen vrijwel het hele oude Londen (City) in de as. En dan was er op zijn dertigste nog de Glorious Revolution die zonder bloedvergieten een einde maakte aan de katholieke furie van James II. Al die tijd zat Henry Purcell in de muziek en kwam nauwelijks van zijn plaats. Zijn plek was hartje Westminster.

Een vriendin van me deed eens onderzoek naar het territoriumbeheer van katten. Haar eigen kat droeg een zendertje waardoor zij kon registreren welke ommetjes hij 's nachts maakte. Ook zonder zo'n zendertje weet ik dat Purcell zich zijn hele leven in of nabij Westminster Abbey bevond. Hij kwam er vrijwel dagelijks binnen, eerst als kind en de laatste keer in zijn doodskist. Op loopafstand van de kerk werd hij in 1659 geboren en zijn sterfbed stond er zo dichtbij dat hij rillend van de koorts als het ware de anthems kon horen die hij zelf had geschreven.

In het centrum van dit territorium bevond zich het kerkorgel. Als koninklijke koorknaap werd hij er door begeleid. Toen hij de baard in de keel kreeg, mocht hij het orgel stemmen en kreeg hij les van de organist John Blow. Die raakte diep onder de indruk van zijn muzikaliteit. Anders dan Salieri die Mozart uit jaloezie dood wenste, toonde Blow zich een edelmoedig verliezer. Zittend aan het orgelklavier, moet hij op een dag in 1679 tegen de jonge Purcell hebben gezegd dat hij zijn plaats aan hem wilde afstaan. En omdat er verder niets over geschreven staat, weet ik wel zeker dat zijn stem trilde van ontroering en dat Purcell met tranen in zijn ogen zijn leermeester bedankte. En zo werd hij al op zijn twintigste tot organist van Westminster Abbey benoemd, een van de hoogste muzikale functies in zijn tijd. Hij bleef het tot aan zijn dood in 1695. Niet alleen geografisch maar ook muzikaal bepaalde Westminster Abbey de grondtoon van zijn leven. Het orgelpunt van Henry Purcell!

Vanuit het klavier in Westminster Abbey breidde zijn invloed op het muziekleven zich uit in concentrische cirkels. Al gauw werd hij ook organist van de Chapel Royal en hofcomponist van achtereenvolgens Charles II, James II en 'onze' Willem III en diens vrouw

Mary Stuart. Op zijn dertigste was Purcell in Londen wat Mozart op die leeftijd in Wenen zou worden: de allergrootste. Er golfde uit zijn zwaar bepruikte hoofd in vijftien jaar een vloed aan anthems, odes, theatermuziek, hele en halve opera's, kamermuziek en seculiere liederen. Ook als hij weer eens een vroeg gestorven kind van hem naar het graf moest dragen, stokte zijn productie niet. Na zijn dood werd hij de Engelse Orpheus of Orpheus Britannicus genoemd. En dat was hij. Zoveel mooie liederen zou geen Engelsman na hem meer schrijven. Nee, ook Lennon/McCartney niet.

Ik luisterde pas tien jaar geleden voor het eerst welbewust naar zijn enige echte opera, waarin alle tekst (van Nahum Tate) gezongen wordt: Dido and Aeneas. Nu ik wil beschrijven hoe schitterend ik dat uurtje muziek nog steeds vind, moet ik zomaar aan Het behouden huis van Hermans denken. Even compact, volmaakt, strak, schrijnend mooi is het droevige meesterwerkje van Purcell met zijn glasscherpe koordelen, melodieuze originaliteit en instrumentele trefzekerheid. Het eindigt met een klaagzang van Dido waardoor ik elke keer weer even verzoend raak met het menselijk tekort, want daar hebben we dit onder de huid schietende lied toch maar aan te danken. 'Remember me, but ah! forget my fate', zingt Dido voordat ze er uit liefdesverdriet een eind aan maakt. Met dat herinneren is het goed gekomen, te goed, vind ik wel eens. Voor sommige muziek zou een draai-quotum moeten worden ingevoerd.

Vermoedelijk in 1689 werd het lamento voor het eerst gezongen tijdens een amateuristisch muziekavondje op een kostschool voor meisjes in Chelsea. De 'Young Gentle Women' voerden de opera zelf op als een musical met gemaskerde spelers en veel dansjes. Er werd gesnotterd en gegiecheld. Daar bij geweest te zijn, is een onvervulbare wens die mij uit de slaap kan houden.

Maar Purcell is veel meer dan Dido and Aneas. Zijn Te Deum & Jubilate, de semi-opera's King Arthur, The Fairy Queen en Dioclesian, zijn 'Sonnatas of III parts' en het duet 'Close thine eyes and sleep secure' vormen maar een lukrake selectie van hoogtepunten in zijn oeuvre. Door Purcell heeft mijn liefde voor de countertenor iets verslavends gekregen. Een paar dagen geen gezang zonder kloten, en ik word onrustig. Het is een heuse tranquillizer, dat ijle, kaarsrechte, loepzuivere zingen van nepcastraten waar Purcell zoveel mooie liederen voor schreef.

Net als Mozart was Purcell niet vies van volkse gezelligheid. Hij schreef zelfs drinkliederen en schuine mopjes. Het boerenlied (Your hay, it is mow'd') in King Arthur zou probleemloos door The Dubliners gezongen kunnen worden. Het blond schuimend bier druipt er van af. Je ziet ze arm in arm deinen in de herberg. Steeds vaker, te vaak volgens zijn vrouw Frances, verliet hij zijn plaats achter de schrijftafel om in kroegen zingend door te zakken. Dit leidde tot een mooie roddel over de oorzaak van zijn vroege dood, die ons vast en zeker veel schitterende barokmuziek heeft gekost. Uit woede over dat hij weer diep in de nacht dronken thuiskwam, zou zijn vrouw hem niet binnengelaten hebben, zodat hij zwervend op straat, moe en bezweet, een kou opliep waaraan hij kort daarna stierf. Maar ze zorgde goed voor zijn muzikale nalatenschap, dus we vergeven het haar.

Bovendien lijkt het er meer op dat Purcell zich in werkelijkheid net als Mozart min of meer heeft doodgewerkt, want in zijn laatste levensjaar schreef hij nog veel meer dan in alle vruchtbare jaren daarvoor. En evenals Mozart componeerde hij vlak voor zijn dood zijn eigen requiem, zij het onbedoeld. Tijdens de rouwdienst in Westminster Abbey werd de muziek gespeeld en gezongen die Purcell enkele maanden eerder voor de begrafenis van Queen Mary had geschreven. Het zou mooi geweest zijn als ruim drie eeuwen later die prachtmuziek ('In the midst of life'!) integraal had geklonken tijdens de rouwdienst voor prinses Diana in dezelfde kerk. Hij werd begraven onder het orgel, en daar ligt hij nu nog, maar het orgel is vervangen door een nieuw dat iets zuidelijker is geplaatst. John Blow nam zijn plaats weer in aan het klavier. Zo opende en sloot hij het leven van een groot componist.

Als kind van mijn tijd heb ik via internet (www.findagrave.com) eerst de grafsteen van Purcell bekeken en daarna een bezoek aan Westminster Abbey gebracht terwijl ik zijn 'Funeral sentences' voor Queen Mary draaide. Klikkend op de muis kon ik de hele kerk doorwandelen en inzoomen op wat ik nader wilde bekijken. En ja, daar verscheen de gedenkplaat op mijn scherm die kort na zijn dood boven zijn graf en onder zijn orgel aan een zuil werd bevestigd. Ik las: 'Here lies Henry Purcell, Esq., who left this life, and is gone to that blessed place where only his harmony can be exceeded'.

Nou, dat moet ik nog zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden