De Marokkaanse koning Mohammed VI in 2018 tijdens de viering van zijn 19de jubileum, in de stad Tétouan.

Analyse Twintig jaar koning Mohamed VI

Niet alle onderdanen van Mohammed VI delen in de welvaart

De Marokkaanse koning Mohammed VI in 2018 tijdens de viering van zijn 19de jubileum, in de stad Tétouan. Beeld AFP

De Marokkaanse koning Mohammed VI viert dinsdag zijn twintigjarig jubileum als vorst. Het land gaat economisch vooruit, maar de ongelijkheid neemt toe. Het koninkrijk staat voor de opgave jongeren, hoogopgeleiden en bewoners van rurale gebieden te laten delen in de welvaart.

Het mag dan precies twintig jaar geleden zijn dat koning Mohammed VI de troon van Marokko besteeg, tot uitbundige feestelijkheden leidt dat dinsdag niet. Half juni stuurde het Marokkaanse ministerie van het Koninklijk Huis een officieel bericht uit: het Troonfeest, ieder jaar op 30 juli, moest zich voltrekken ‘op de normale manier, zonder extra of speciale vieringen’.

‘Veelzeggend’, vindt Karim Tazi, een prominente Marokkaanse zakenman, die bekendstaat om zijn vrijmoedige politieke beschouwingen. De koning, de feitelijke machthebber, is zich volgens hem bewust van ‘de gespannen sociale situatie’, en dat ‘is de reden dat het Troonfeest ingetogen zal zijn’.

Tazi signaleert dat het optimisme uit de eerste jaren onder Mohammed VI is verdwenen. ‘Algehele malaise’, daar is nu sprake van in zijn ogen. ‘De mensen hebben het vertrouwen verloren. Zelfs welgestelden vertrekken nu naar het buitenland. Dat was voorheen ondenkbaar.’

Zo op het oog ligt Marokko er niet slecht bij. De meeste huizen in Marokko hebben ondertussen stromend water en elektriciteit gekregen. Er is een mobiel internet en telefoonbereik in grote delen van het land. Sinds 1999, het jaar waarin Mohammed VI aantrad, is het aantal snelwegkilometers verviervoudigd. De haven Tanger Med is de grootste van Afrika, en binnenkort ook de grootste aan de Middellandse Zee. In 2018 is een hogesnelheidstrein gaan rijden tussen Tanger en Casablanca. ‘Eersteklas infrastructuur, zeker voor Afrika’, geeft Tazi toe.

En daardoor heeft het land economisch succes kunnen boeken, meent Abdelmalek Alaoui, consultant en voorzitter van het Marokkaans Instituut voor Strategische Studies, een denktank die nauwe banden heeft met het koninklijk paleis. Tot 2014 was fosfaat het belangrijkste Marokkaanse exportproduct; nu zijn dat auto’s, met dank aan de fabrieken van Renault en Peugeot. ‘Een grote stap voorwaarts’, aldus Alaoui. ‘Nu exporteren we niet meer ruwe grondstoffen, maar hoogwaardige producten.’ Ook de aeronautische industrie is sterk in opkomst, met meer dan honderd bedrijven die vliegtuigonderdelen laten maken in Marokko.

Verboden boek

Maar onder die vernislaag van moderniteit blijkt zich een andere werkelijkheid te bevinden. Marokko is het meest ongelijke land in Noord-Afrika, zegt Omar Brouksy, verwijzend naar een rapport van Oxfam. Hij is journalist en auteur van het boek Mohammed VI  derrière les masques (Mohammed VI, achter de maskers), waarin hij onder meer beschrijft hoe de politieke en economische macht geconcentreerd is bij de koning en zijn directe entourage – een boek dat in Marokko is verboden.

‘Je hoeft maar door Rabat of Casa (-blanca, red.) te lopen om te zien hoe enorm de kloof tussen rijk en arm is’, vertelt Brouksy. ‘De rijken zijn erg rijk. Ze brengen het weekend door in Parijs, gaan op vakantie naar Frankrijk. Ze spreken zelfs Frans onderling! De armen, daarentegen, moeten knokken om werk te vinden.’

‘Het probleem is’, beaamt consultant Alaoui, ‘dat de bevolking niet in gelijke mate profiteert van de economische groei. En dat is riskant.’

De helft (49 procent) van de Marokkanen zegt, volgens de Arab Barometer van de BBC, ‘snelle politieke verandering’ te willen. Nergens in de Arabische wereld is dat percentage zo hoog - zelfs niet in landen als Egypte of Jemen. Het brengt de BBC ertoe zich hardop af te vragen of de volgende opstand in Marokko zou kunnen uitbreken, na Soedan en Algerije.

Terwijl Marokko langzaam maar zeker vooruit gaat, zijn er drie groepen voor wie de toenemende ongelijkheid frustrerend is: de jongeren, de hoogopgeleiden, en de bewoners van rurale gebieden. Het verbeteren van hun leefomstandigheden, dat is de opgave waar het koninkrijk voor staat.

Mohammed VI met kroonprins Moulay Hassan in Parijs. Beeld Getty Images

1. Werk voor jongeren

Hoewel onder de totale bevolking de werkloosheid is afgenomen, geldt dat niet voor de jongeren. In 2018 was 26 procent van de jongeren tussen de 15 en 24 jaar werkloos, volgens het Marokkaanse Planbureau. In de stad ging het zelfs om 43 procent.

‘Er komen ieder jaar drie keer zo veel jongeren op de arbeidsmarkt als er banen worden gecreëerd’, weet zakenman Karim Tazi. Volgens hem is er niet genoeg gedaan om investeerders aan te trekken. ‘De automobiel- en vliegtuigindustrie zijn de enige lichtpunten. Daarbuiten stelt de Marokkaanse industrie niet veel voor’, aldus Tazi.

In het Doing Business-rapport van de Wereldbank staat Marokko op de 60ste plaats wereldwijd. Het land is veel aantrekkelijker om zaken mee te doen dan buurlanden in Noord-Afrika, zoals Tunesië (80ste), Egypte (120ste) of Algerije (157ste).

Toch houdt Tazi staande dat Marokko ‘eersteklas hardware heeft - de infrastructuur - maar tweedeklas software’. De investeringen worden volgens de sofa- en beddenondernemer geremd door ‘een extreem zwakke rechtsstaat, met veel corruptie’. ‘Dat is een groot nadeel voor een investeerder: als hij een andere partij aanklaagt, dan is de uitkomst van die rechtszaak onvoorspelbaar, want die hangt af van de corruptie van de rechter.’

‘Er zijn meer lokale investeringen nodig’, meent consultant Alaoui. ‘De banken zitten vol met lokaal geld. Maar ze geven er de voorkeur aan allemaal te investeren in één sector: vastgoed. Ze zouden in de dienstensector moeten gaan.’

Het gebrek aan banen leidt ertoe dat bijna de helft van de Marokkanen overweegt te emigreren, volgens de Arab Barometer van de BBC. Het is een percentage dat sinds 2016 sterk is gestegen, van 27 naar 44 procent. Van de volwassenen onder de 30 jaar wil maar liefst 70 procent weg. Voor verreweg de meesten van hen zijn ‘economische overwegingen’ de drijvende kracht.

2. Kansen voor hoogopgeleiden

Het is een wrange paradox: hoe langer je in Marokko naar school gaat, hoe moeilijker het is een baan te vinden. De werkloosheid onder degenen die zijn afgestudeerd aan een universiteit is 26 procent, tegenover een gemiddelde van 10 procent. Van de schoolverlaters zonder diploma, daarentegen, is slechts 3,5 procent werkloos.

Met het behalen van een diploma in het hoger onderwijs treedt blijkbaar ook een mentaliteitsverandering op: wie heeft doorgeleerd, wil geen genoegen meer nemen met een baantje als cactusvijgenverkoper of taxichauffeur. Daarom maken vooral hoogopgeleiden plannen om te emigreren, bleek uit de Arab Barometer van de BBC: 60 procent wil weg.

Dat leidt soms tot schrijnende situaties. De Marokkaanse krant Assabah berichtte begin dit jaar dat een hele lichting afgestudeerde informatici – niemand uitgezonderd – naar het buitenland vertrok. ‘Wat heeft het voor zin om hier ingenieurs op te leiden, met alle kosten van dien, als ze daarna emigreren?’, vroeg Assabah zich af.

Aan de andere kant zijn er afgestudeerden, vooral in de geesteswetenschappen, die helemaal geen uitzicht hebben op werk. ‘In het verleden was je met een universitair diploma, ongeacht de studierichting, haast verzekerd van een baan bij de overheid’, vertelt de Nederlandse Marokko-kenner Jan Hoogland. ‘Toen dat niet meer zo was, zag je die chomeurs diplômés bijna dagelijks demonstreren in Rabat. Beroepswerklozen, noemde ik ze wel eens gekscherend.’

Het studentenaantal in Marokko is spectaculair toegenomen: van 308 duizend studenten aan publieke universiteiten in collegejaar 2009-10 tot 822 duizend in 2017-18. Dat is niet alleen te verklaren door bevolkingsgroei. Sinds 1999 is de deelname aan universitair onderwijs gestegen van 10 procent van de bevolking tot 34 procent. De arbeidsmarkt kan al die afgestudeerden niet opnemen. Het zijn deze werkloze afgestudeerden die een belangrijke rol speelden tijdens de protesten gedurende de Arabische Lente.

‘Het onderwijssysteem faalt, publieke universiteiten hebben gefaald’, stelt Mohamed Chtatou, docent aan de International University of Rabat, een semi-publieke instelling. ‘Het onderwijs moet meer aansluiting bieden op de vraag van de markt.’ Zo denkt ook consultant Alaoui erover. ‘Er moet meer aandacht zijn voor soft skills: leiderschap, samenwerking, communicatie, talen. Wat heb je aan een wiskundekampioen als hij geen Engels spreekt?’

3. Ontwikkeling van het platteland

Een groot deel van de economische activiteit concentreert zich in een strook langs de kust: van Kénitra, via Rabat en Casablanca, tot Al Jadida. ‘Dat is een groot probleem’, zegt denktankvoorzitter Abdelmalek Alaoui. ‘De Rif, het Oosten en het Zuiden blijven achter. Dat kan tot sociale uitbarstingen leiden.’

Er wordt heus wel geprobeerd om andere regio’s ook tot bloei te laten komen, zegt Alaoui. Hij beschrijft hoe uit alle macht wordt geprobeerd callcenters naar Oujda te lokken, een stad aan de Algerijnse grens. ‘Maar dat valt niet mee. Ze kiezen allemaal voor Casablanca: daar vinden ze het grootste aantal potentiële werknemers, daar zijn de trainingscentra, daar is een uitgebreide vrijetijdsindustrie.’

De sociale uitbarstingen bleven niet uit, in de achtergebleven delen van Marokko. Eerst waren er de protesten in de Rif, nadat een vishandelaar was vermorzeld in een vuilniswagen – hij was zijn in beslag genomen vangst achterna gesprongen. ‘Een fait divers’, stelt journalist Brouksy vast, ‘en de hele Rif kwam in opstand. Dan zie je hoe instabiel de situatie is.’

Vervolgens waren er demonstraties in mijnwerkersstad Jerada, nadat mensen omkwamen die aan het werk waren in illegale mijnen. En daarna was er het oproer in Zagora, een stad in het zuiden, vanwege gebrek aan water.

‘De jaren 2017 en 2018 waren moeilijke jaren, wat betreft de stabiliteit’, zegt ondernemer Tazi. Hij beschrijft dat al die protesten een halt werd toegeroepen door repressie, en dat de laatste actie daar een antwoord op was: een boycot van drie bekende merken - voor water, melk en benzine - die in handen zijn van de Marokkaanse economische elite. Er werd massaal gehoor aan gegeven. En dat, zegt Tazi, geeft een idee van de boosheid die er onder de bevolking leeft.

Koninklijke bankrekening

En de koning zelf? Hoe wordt, in een land waar ongelijkheid het grootste probleem is, aangekeken tegen de enorme rijkdom van de koning?

Jan Hoogland, Arabist en Marokkokenner, windt er geen doekjes om. ‘Het grootste succes van de regeerperiode van Mohammed VI is toch wel zijn eigen bankrekening. De koninklijke holding, met daarin de koninklijke onderneming - bijvoorbeeld supermarktketen Marjane of bank AttijariWafa - is gigantisch gaan uitbreiden sinds het aantreden van Mohammed VI.’ Het fortuin van de koning wordt door het zakenblad Forbes geschat op 5,7 miljard dollar (5,1 miljard euro).

En toch, zegt journalist Omar Brouksy, ziet het merendeel van de Marokkanen de rijkdom van de koning niet als iets slechts. ‘De gemiddelde Marokkaan vindt het niet erg dat hij veel geld heeft. Die rijkdom is hem immers door God gegeven.’

Anderzijds ziet Brouksy wel dat de Marokkanen zich op sociale netwerken steeds meer uitspreken over de koning. ‘Dan gaat het niet om democratie of om vrijheden. Dat heeft niet de prioriteit. Maar ze vinden wel dat de koning moet ingrijpen, dat het zo niet verder kan: met de ongelijkheid en de privileges van een kleine groep.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden