Niemand weet waar tsunami-geld is

De hulpactie die op gang kwam na de tsunami van Kerstmis 2004 is prima geadministreerd en verantwoord, beter zelfs dan strikt was vereist.

De Algemene Rekenkamer onderzocht 67 Nederlandse hulporganisaties, waaronder de acht Samenwerkende Hulporganisaties SHO. Die haalden in 2005 samen 205 miljoen euro op, meer dan ooit voor een goed doel was gecollecteerd. De overheid deed daar 300 miljoen bij.

Ondanks een overvloed aan goedgekeurde cijfers kon de Algemene Rekenkamer niet vaststellen waar het geld is gebleven. Zodra organisaties geld naar elkaar overmaakten, raakte de Rekenkamer het spoor bijster. En dat naar elkaar overmaken gebeurde aan de lopende band. Van een inzamelende organisatie ging geld naar een internationaal hoofdkantoor, naar een internationale organisatie, of naar een hulporganisatie op de plaats van de ramp.

Drie van de acht SHO-organisaties gaven onvoldoende informatie over de organisaties waaraan ze hun geld gaven. Daardoor was de Rekenkamer na één stap op de weg die hulpgeld aflegt, al 68 miljoen euro kwijt.

Niet dat het geld verdwenen is, of verkeerd is besteed, verzekert Saskia Stuiveling, voorzitter van de Algemene Rekenkamer en tevens voorzitter van de zeventien samenwerkende rekenkamers. ‘Daar is geen enkele aanwijzing voor.’ Ook niet dat de honderden internationale organisaties die bij de hulp betrokken waren, makkelijk omsprongen met hun verantwoordingsplicht. ‘Ze hebben allemaal hun stinkende best gedaan.’ Wat haar betreft bestaat er geen enkele reden voor wantrouwen.

Wat is dan het probleem? ‘We weten niet hoe het geld op de plek van de ramp terechtkwam. En we kunnen geen overzicht krijgen van de hele sector. Daarom kunnen we er niet van leren. Je kunt pas leren als je dezelfde termen gebruikt. Als je in Europa de verkeersslachtoffers telt, moeten alle landen hetzelfde tellen. Als ze in Engeland alleen tellen wie er dood op de weg ligt, en in een ander land ook iedereen die drie dagen later overlijdt, dan weet je nog niks. Dan kun je niet van elkaar leren.’

Een ander probleem is dat organisaties niet van elkaars informatie en expertise gebruik kunnen maken. Stuiveling: ‘De landen die hulp nodig hadden, zijn vlak na de ramp bedolven onder vertegenwoordigers van hulporganisaties. En later weer, toen iedereen kwam controleren wat er was gebeurd. Het zou toch veel beter zijn als organisaties van elkaars informatie gebruik kunnen maken? Dat kan nu niet. De een heeft het over huis, en bedoelt een dak met vier muren. De ander bedoelt met huis hetzelfde, maar compleet met wegen, waterleiding en riolering. Die begrippen moeten we gelijktrekken.’

Dat probleem betreft niet alleen noodhulp, maar de hele ontwikkelingssamenwerking. Stuiveling: ‘We moeten niet naar meer controle, maar naar een simpeler structuur. De zeventien rekenkamers komen in 2010 met ideeën over hoe de overheden hun systemen kunnen harmoniseren. En we hopen dat de particuliere organisaties hier ook aan gaan werken.’

Minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking juicht dit idee toe. ‘Ik verwelkom de mogelijkheid om ook internationaal op dit gebied met de Rekenkamer samen te werken.’

In de buurt van Galle bij het plaatsje Paraliya staat de trein waarin tijdens de tsunami honderen mensen zijn verdronken. Toeristen komen een kijkje nemen. (Raymond Rutting / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden