Column

Niemand waarschuwde mij toen ik al weken voor lul liep

Column Nico Dijkshoorn

Liever iemand die je op een faux pas wijst, dan maanden voor schut lopen.

Afrojack. Foto ANP

Dit weekend liep ik in Rotterdam over een festivalterrein. Tussen twee keer voorlezen door scharrelde ik wat tussen de eettentjes, tot een meisje mij staande hield. Ze zei: 'Wat ongelofelijk hard dat jij gewoon een keiharde zonnebril van Afrojack draagt.' Ik bedankte haar. Ik zei: 'Voor mij is het al jaren lang Afrojack voor en Afrojack na. Dit is gewoon mijn brilletje voor on the go. Zonder mijn Afrojack zet ik geen stap. Zie je mij, dan zie je mijn Afrojack. Een geweldige bril, als je van brillen houdt.' Het meisje vroeg: 'Wat vind je zijn beste remix?'

Daar schrok ik van. Ik liep blijkbaar al een maand lang met de zonnebril van een dj op mijn hoofd. Meteen volgde een golf schaamte. Ik, een 56-jarige vogelverschrikker zonder haar, had gisteren nog, met deze bril trots op mijn neus, een pondje kaas gekocht. Razendsnel herinnerde ik mij alle gênante momenten met deze spiegelende dj-bril op. Op een terras, bladerend in een tijdschrift voor de moderne visser. In de supermarkt met een zak voorgewassen rucola in mijn hand. Alles steeds met Afrojack op mijn gok.

Ik had weken voor lul gelopen en niemand had mij gewaarschuwd. Dat vond ik het ergst, dat geen van mijn vrienden had gezegd: Nico, ga even zitten. Luister: je loopt met een bril van een DJ op je neus. En Niek, geloof me, dat vind jij pleurismuziek, echt, neem dat nou maar van mij aan. Het is dance voor vrouwen met veertien eierstokken. Afrojack draai je als je 21 bent en denkt dat je een prachtig leven tegemoet gaat. Die bril, daar loop jij mee te shinen, ouwe.'

Maar niemand heeft ooit een woord gezegd. Dat neem ik ze kwalijk. Daarom heb ik mij voorgenomen om het anders te gaan doen. Ik ga proberen eerlijker tegen mensen te zeggen dat ze kleren dragen of kunst aan de muur hebben hangen waar ze zich voor zouden moeten schamen.

Ik begin hier morgen in Leiden. Ik rijd nu al enkele jaren langs een raam waar een dinosaurus in de vensterbank staat. Het is geen echte. Die dinosaurus is gemaakt van oude schroeven en moeren. Nee, ik zeg het verkeerd. Oud gemaakte schroeven en moeren.

Steeds als ik er langs rijd word ik verdrietig. Die lieve mensen denken een uniek voorwerp te hebben. Anders zet je het niet voor je raam. Ze hebben ooit samen, want het zijn geliefden, over een kleine rommelmarkt in Madrid gelopen en toen hebben ze bijna tegelijk die dinosaurus gezien. Ze hebben allebei aan de dino gevoeld. Moertjes. Ze wisten het meteen zeker: dit was kunst. Een moer en een schroef in je hand hebben en dan denken: ik maak er een dinosaurus van. Dan ben je een kunstenaar.

Daarna de ontroerende taferelen op de luchthaven. Het meisje wil het kunstwerk op schoot in het vliegtuig. Later wordt het veel geld waard. Thuis laten ze het aan hun vrienden zien. Die kijken even en zeggen daarna: 'Ja, lekker. Koffie.'

Ik wil hun vriend zijn. Ik wil ze zeggen: 'Over de hele wereld staan er beesten en mannetjes van moer en schroef. Vooral mannetjes. Jullie hebben een huilend zigeunerkind, maar dan van metaal. Dit is een zelfgemaakte ansichtkaart met schroefdraad. Haal het weg.'

U hoort nog hoe ze daar op reageerden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.