Niemand stopt het gen-gewas

De risico's van genetisch gemodificeerde gewassen zijn nog altijd niet duidelijk. Vermenging met de natuur treedt op, maar toch zullen mogelijk in de toekomst zelfs biologische boeren eraan moeten geloven....

Door Jeroen Trommelen

ER KOMT een tijd, voorspelt dr. Klaus Ammann van het Systematisch-Geobotanisches Institut van de Universiteit van Bern, dat zelfs biologische akkerbouwers zullen moeten uitleggen waarom ze weigeren genetisch gemodificeerde gewassen te telen. 'In Europa duurt het vast nog enkele jaren, maar het moment is onafwendbaar. Genetische modificatie is héél goed te combineren met organische landbouw, bijvoorbeeld omdat het gebruik van bestrijdingsmiddelen als pesticiden overbodig wordt.'

Want stel eens, provoceert hij, dat er een genetisch gemodificeerde aardappel wordt ontwikkeld die bestand is tegen de aardappelziekte waar nu zowel reguliere als biologische aardappeltelers veel last van hebben? Kunnen biologische boeren zich dan nog permitteren daar geen gebruik van te maken?

Het zijn retorische vragen, erkende de Zwitserse onderzoeker woensdag op een congres over genetische modificatie van planten in Amsterdam. Het grote publiek in Europa gruwt immers van genetisch gemodificeerde landbouwgewassen, en consumenten van biologische producten behoren tot de grootste tegenstanders van de techniek. Maar de tijd zal het leren: bij de juiste toepassing wordt gentech ook door critici omarmd. En dat zegt hij dus als natuurminnend botanicus en voorstander van biologische landbouw.

Toch zullen eerst nog talloze problemen moeten worden opgelost, bleek uit de discussie van Ammann met zijn internationale vakgenoten. Veel risico's voor de toepassing van genetisch gemodificeerde gewassen zijn nog nauwelijks in kaart gebracht, hoewel het areaal transgene gewassen op de wereld turbulent toeneemt. Vorig jaar werd al bijna 59 miljoen hectare gentech-gewas geoogst, met name sojabonen, maïs en katoen. Voornamelijk in de Verenigde Staten, Argentinië, Canada en China.

Terwijl de gewassen als een vloedgolf over de wereld trekken, is de kennis over het effect op de omringende natuur echter ontoereikend. Met name op het gebied van onbedoelde kruisbestuiving bestaan talloze onzekerheden, zegt dr. Hans den Nijs van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is medeorganisator van het congres over de risico's van het onbedoeld overwaaien van genen uit transgene gewassen naar wilde planten in de omgeving.

Volgens Den Nijs, hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam en lid van de Cogem, het adviesorgaan dat de overheid adviseert over proeven met gentech-gewassen, staat vast dat zulke onbedoelde uitwisseling van genen plaatsvindt. 'Transgene gewassen gedragen zich niet anders dan traditionele gewassen. Ze zullen evengoed genen uitwisselen met wilde plantsoorten. De kans op zulke introgressie wordt groter naarmate de wilde variant méér verwant is aan de cultuurplant.'

Van traditionele cultuurgewassen is al lang vastgesteld dat ze introgressie vertonen met wilde varianten. Met het blote oog is het verschil tussen de hybride gewassen en wilde varianten nauwelijks te zien, maar met de nieuwe genetische technieken worden ze massaal zichtbaar.

'In vele tientallen gevallen is al aangetoond dat er genetische eigenschappen zijn overgestapt van traditioneel geteelde gewassen zoals tarwe en rijst naar wilde varianten daarvan. In enkele van die gevallen loopt het voortbestaan van de wilde varianten gevaar. Dat inzicht is enkele jaren oud. Daarvóór konden plantenveredelaars nog beweren dat zulke effecten niet zijn aangetoond.'

De logische consequentie is dan ook dat kruisbestuiving tussen transgene en wilde planten plaatsvindt, hoewel de producenten van de gentech-gewassen dat proberen te voorkomen door voortplantingsblokkades in te bouwen. Zo wordt veel transgene mais afgeleverd met steriele planten in de mannelijke lijn, en worden tetraploïde planten gekweekt met een dubbel aantal chromosomen die niet met diploïde varianten kunnen kruisen.

'Toch is het nauwelijks de vraag óf er transgene kenmerken terecht zullen komen in wilde soorten, maar welke gevolgen dat zal hebben', zegt Den Nijs. 'Het lijkt me niet verstandig daarover onzekerheid te laten bestaan. De kernvraag is of het speciale kenmerk dat in de genetische plant is ingebouwd, vervolgens ook in andere planten blijft functioneren. En ook dat is in enkele gevallen aangetoond.'

De algemene opvatting is overigens dat specifieke, ingebouwde gentech-eigenschappen van weinig nut zijn voor wilde planten, en daar na enkele generaties weer snel uit zullen verdwijnen. Resistentie tegen een onkruidbestrijdingsmiddel bijvoorbeeld levert in de vrije natuur niets op.

Nieuwe gentech-gewassen echter worden ontwikkeld tegen insectenvraat, tegen droogte, met resistentie tegen een zoute omgeving of tegen virussen. In theorie vergroot dat de kans op ongelukken aanzienlijk, maar de praktijk is volgens de hoogleraar geruststellend. 'Persoonlijk acht ik de kans op apocalyptische effecten niet groot en tot dusver hebben we ook geen rampen gezien.'

Maar voorzichtigheid is geboden. Zo bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de afstand die stuifmeelkorrels van gewassen kunnen overbruggen. Toen twee jaar geleden bleek dat in Mexico genetisch veranderde eigenschappen van maïs opdoken in lokale varianten, werd nog uitgesloten dat dit gebeurd was via stuifmeelkorrels uit de Verenigde Staten.

Franse onderzoekers van het INRA-instituut voor bioklimatologie in Bordeaux lieten in Amsterdam weten dat deze opvatting moet worden genuanceerd. Afgelopen zomer onderzochten ze het luchtruim boven Frankrijk op een hoogte tussen 150 en 1800 meter op de aanwezigheid van levensvatbare maïspollen.

Ze vonden gemiddeld één stuifmeelkorrel per kubieke meter lucht en berekenden de neerslag op vijftig tot honderd kilometer van de plaats waar ze de lucht in waren gegaan. Dat kwam neer op honderd levensvatbare stuifmeelkorrels per vierkante meter. Ook gentechmaïs kan in theorie dus grote afstanden overbruggen.

De Britse grasonderzoeker Chris Pollock van het Institute of Grassland and Environmental Reserarch sluit zich daarbij aan: 'De kans op hybride nakomelingen neemt sterk af met de te overbruggen afstand, maar wordt nooit nul.' Voor genetische experimenten met grassen in Nederland bestaat binnen de Cogem ook geen draagvlak, voegt Den Nijs er aan toe. Net als Mexico voor maïs, geldt Europa als 'hotspot' van biodiversiteit van Engels raaigras. 'Dus is het geen goed idee om daarmee nu te gaan experimenteren.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden