Niemand nam de Nederlandse spionnen serieus

Ministers, premiers, de Tweede Kamer of de CIA; geen van allen hadden veel vertrouwen in de Inlichtingendienst Buitenland. In hun boek beschrijven B....

OP de buschauffeurs na, die op de hoek stopten, hebben slechts weinig Nederlanders geweten dat Villa Maarheeze in Wassenaar tot 1994 werd bewoond door spionnen. Door mannen met grote ambities. Of het nu ging om de handelspolitiek van Argentinië, Cubanen in Afrika of de situatie in China, de zeventig spionnen van de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) moesten er achteraan.

Ambtelijk Den Haag stelde hoge eisen aan het spionnenlegertje. 'Zelfs de CIA zou nooit aan die eisen hebben kunnen voldoen', meent historicus B. de Graaff. Met een budget van nog geen vijf miljoen gulden per jaar moest het vaderland tegen buitenlands onheil worden beschermd. 'Eén operatie in het Caribisch gebied en ze waren al door hun reisbudget heen', betoogt C. Wiebes, politicoloog.

Zeven jaar werkte het tweetal aan het ontrafelen van 'het geheim van Villa Maarheeze'. Het achterhalen van het werk van de klungeligste en meest gesloten Nederlandse inlichtingendienst, die in 1992 plotseling werd opgeheven door premier Lubbers, bleek een enorme opgave. Een flink deel van het IDB-archief, tien meter om precies te zijn, bleek illegaal te zijn vernietigd door de dienstleiding.

Hun verzoeken om interviews en inzage in stukken aan het ministerie van Algemene Zaken, waar de IDB onder viel, passen in een vuistdikke ordner. Stukken kregen ze mondjesmaat, de

IDB'ers werd een spreekverbod opgelegd. Met een aantal van hen, én met Amerikaanse en Britse collega's, werd toch vertrouwelijk gesproken.

Villa Maarheeze, dat vandaag verschijnt, schetst de tragiek van een ambitieuze spionagedienst die voor de buitenwereld voortdurend faalde. Door de CIA werd ze nooit serieus genomen. Ministeries wisten zich vaak geen raad met de inlichtingen, de IDB hoorde niet van de afnemers wat deze verlangden en het was niet duidelijk op welke werelddelen de dienst zich precies moest richten.

Zo kon het gebeuren dat de IDB zich tijdens de Koude Oorlog meer concentreerde op West-Europa, omdat spionage in het Oostblok te moeilijk was. Dit tot grote woede van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Ook intern had de dienst zaken niet op orde. Al vanaf de oprichting waren er conflicten tussen de personeelsleden, zo erg dat diverse premiers overwogen de dienst op te heffen.

Premier Lubbers besloot hiertoe in 1991, na beschuldigingen van werknemers dat IDB-baas K. Meulmeester fraudeerde. 'Ze zijn uiteindelijk aan de interne gevechten ten onder gegaan', betoogt De Graaff. 'Het was ook verkeerd dat de IDB militair inlichtingenwerk moest verrichten. Er ontstonden twee culturen, marine-mensen tegenover burgers, die elkaar op leven en dood bestreden.'

Omdat de IDB nooit liet zien waar ze voor stond en vrijwel onbekend was in politiek Den Haag, in tegenstelling tot de veel grotere BVD, kon het besluit tot opheffing gemakkelijker worden genomen. IDB'ers hulden zich eigenlijk het liefst in stilzwijgen en ze waren als de dood dat operaties, zeker mislukte, openbaar werden. Zo bepaalde de arrestatie in 1961 van twee agenten tijdens een missie in de Sovjet-Unie jaren het imago van de dienst. En in 1983 werd bekend dat een IDB-agent voor de Israëlische Mossad had gespioneerd.

Wiebes: 'De mislukkingen kwamen in het nieuws maar hun successen mochten ze niet noemen. Dat was een grote frustratie. Hoewel we geen inzage kregen in de IDB-operaties, was niet alles klungelig uitgevoerd. Ze hadden ook briljante operaties, zoals het planten van een mol in het bewind-Soekarno.'

De schrijvers noemen het opheffingsbesluit van Lubbers 'kortzichtig'. Zo ver hoefde het niet te komen. Ze hekelen het consequente gebrek aan interesse van het parlement en de premiers voor de IDB. Ook de controle schoot tekort.

De Graaff: 'De BVD had altijd grote prioriteit bij de parlementariërs, met de IDB kon je niet scoren. Daardoor konden interne ruzies voortduren. '

Wiebes: 'In de VS is er een publiek debat over de inlichtingendiensten. Daar verschijnt de CIA-directeur gewoon voor het parlement. Omdat zo'n dienst in de samenleving is ingebed, worden mislukkingen ook eerder geaccepteerd. Hier is er een cultuur van geslotenheid.'

Het tweetal constateert dat Nederland zich lelijk in de vingers heeft gesneden met het opheffen van de IDB. Want een land als Nederland kan het zich niet veroorloven geen buitenlandse spionagedienst te hebben.

Wiebes: 'De gevaren na de Koude Oorlog zijn groter geworden: mensensmokkel, economische spionage, het gevaar van massavernietigingswapens. Een dienst als de IDB is nu meer dan ooit nodig.'

Stieven Ramdharie

Bob de Graaff, Cees Wiebes: Villa Maarheeze. SDU Uitgevers, *69,50. ISBN 901208219 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.