Niemand met nul fout?

Bij het naderende Groot Dictee (doe mee aan de voorronde) vroegen wij ons af: hoe zit het met de toekomst van het spellen? Of anders gezegd: is het nou echt zo dat whatsappende scholieren lakser schrijven?

'Yoghurt, dichtstbijzijnde, pyjama... ik zie allemaal mensen twijfelen bij pyjama, denk goed na.' Docente Nederlandse Ju-Lan Lanting kijkt over haar leesbril de klas in waar dertig pubers de woorden en zinnen opschrijven die ze dicteert. 5-vwo van het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem oefent voor een spellingstoets. Iedereen moet over twee weken een 7 halen. 'Wij letten extra op spelling', zegt Lanting, voorzitter van de sectie Nederlands in haar school. 'Elke dinsdag is er een extra uur spelling en ook docenten van vakken als wis- of scheikunde strepen spelfouten aan.'


In de koffiekamer van de docenten bromt een wiskundeleraar even later dat hij dyslectisch is, en zelf ook weleens taalfouten maakt. 'Nederlands is mijn vak niet, waarom moet ik daarop letten?'


Maar Lanting, die al dertig jaar Nederlands geeft, is streng. 'Soms zie ik bij 6-vwo d- en t-fouten waarvan ik denk: dat zouden ze echt moeten weten. In een sollicitatiebrief, later in je werk, is het belangrijk om goed te kunnen spellen.'


Haar grootste ergernis: de nonchalance die erin dreigt te sluipen onder invloed van WhatsApp, msn'en en andere sociale media. 'Me in plaats van mijn, dat vind ik echt erg. Het lijkt ook wel of de voorzetsels aan het verdwijnen zijn. We kijken de film, in plaats van naar de film. Of ze vergeten de n achter een werkwoord.'


Het is van alle tijden, de klacht dat de taalvaardigheid - en dus ook de spelling - van jongeren achteruitholt. Maar uit cijfers van het ministerie van Onderwijs blijkt dat niet. 'Het Cito meet sinds 2008 de spelvaardigheid in de groepen 4 en 8 op de basisschool', zegt een woordvoerder van het ministerie. 'Uit die cijfers blijkt dat het spellingsniveau zelfs iets is verbeterd.' Ook uit cijfers over het voortgezet onderwijs blijkt volgens het ministerie geen achteruitgang.


Wilbert Spooren, hoogleraar Taal en Communicatie aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, heeft niet de indruk dat sociale media een negatieve invloed hebben. Hij deed een aantal jaar terug een onderzoek onder twintig havo- en twintig vwo-leerlingen. Zij moesten vragenlijsten invullen en een schrijfopdracht maken. 'We keken naar spelling, maar ook naar woordkeus, zinsbouw en thematische samenhang in de tekst, hoe snel deze werd geschreven en met hoeveel fouten en zelf aangebrachte correcties. We vonden geen samenhang tussen de intensiteit van het gebruik van sociale media en de kwaliteit van de teksten.


'De crux zit hem waarschijnlijk in de vaardigheid om officieuze en officiële taal uit elkaar te houden. Vwo/havo-scholieren zijn in staat dit onderscheid te maken. Laagopgeleide leerlingen misschien niet.'


De hoogleraar is daarom in september begonnen met een vierjarig onderzoek, waarbij laag- en hoogopgeleide scholieren met elkaar worden vergeleken. 'Het is opmerkelijk dat hiernaar nog geen onderzoek is gedaan', zegt Spooren. 'De helft van de Nederlandse bevolking is laagopgeleid, 15 procent is laaggeletterd.'


Aan het einde van het dictee in klas 5-vwo is de score in elk geval niet waarop docente Lanting had gehoopt. 'Wie had er nul fout? Niemand? Gisteren ging het beter; dit was misschien toch te moeilijk.'


Lieve Muller (16)

'Ik ben dyslectisch maar daarvan heb ik met spellen weinig last, gelukkig. Ik lees vooral langzaam. Wat ik echt niet vind kunnen, is dat docenten spelfouten maken. Ook al ben je geen docent Nederlands, je moet op zijn minst goed Nederlands kunnen.'


Boudewijn van Lieshout (17)

'In een groepsgesprek op WhatsApp, is spelling niet zo belangrijk. Maar in je werk, staat het onverzorgd als je fouten maakt. In je sollicitatiebrief kan het natuurlijk echt niet, maar ook in e-mails aan collega's moet het kloppen. Ik let er nu al op als ik op sociale media zit. Goed spellen leer je door het veel te oefenen.'


Bente Elgersma (15)

'Spelling gaat me redelijk goed af, ik sta ruim een 8 voor Nederlands. Vooral de werkwoordspelling moet ik niet te snel invullen, weet ik van mezelf. Soms zie ik dan een woordje als 'gisteren' over het hoofd en vul ik de tegenwoordige tijd in. Verder vind ik komma's, koppeltekens en puntkomma's moeilijk. Dus ik blijf goed opletten.'


Tijmen Nederkoorn (16)

'Ik spel vooral op gevoel: ziet het er goed uit wat ik heb opgeschreven? Meestal gaat dat goed. Zeker als je de tekst moet opschrijven, zoals bij een dictee. Dan ben je preciezer. Op sociale media zijn spelfouten niet zo erg. Als je elkaar maar begrijpt. Op school weet je dat je het goed moet doen; dus voor het centraal examen kijk ik nog wel even een paar dingen na.'


LOG EN LELIJK

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal gaat natuurlijk over spelling, maar Kees van Kooten, die het dictee dit jaar schrijft, maakt zich vooral druk over onjuist taalgebruik. ' Er is zoveel meer aan de hand in de Nederlandse taal dan de juiste spelling. Je merkt echt dat het leeft, dat zie je aan de ophef over Het Koningslied en het eindexamen Nederlands. Men maakt zich druk en dat is maar goed ook', zei hij eerder in de Volkskrant. Van Kooten: 'Fouten met wederkerende werkwoorden, voegwoorden en voorzetsels maken de taal zo log en lelijk, daar strijd ik tegen.' Wie wil zien wat Van Kooten precies bedoelt, surft naar volkskrant.nl/grootdictee

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden