Column

Niemand komt met zijn tengels aan de kinderboeken uit mijn jeugd!

Arthur van Amerongen

Foto Gabriël Kousbroek

Ik was voor een bliksembezoek in het verafschuwde vaderland en wel vanwege een literaire kwestie. Oom Rob Hoogland en ik schrijven voor de legendarische uitgeverij Kluitman het Grote foute jongensboek, een hommage aan ons beider jeugd toen alles nog koek en ei was. Sinds ik als een wolfskind door de Portugese wildernis zwerf, durf ik de confrontatie met de betonnen jungle amper nog aan. Voor een bellettristische borrel bij de stiefvader van Dik Trom, Pietje Bell en de Kameleon maakte ik een uitzondering en liet mij invliegen.

Toen ik het historische pand te Alkmaar betrad, biggelden de waterlanders over mijn wangen. 'Had mama dit nog maar mogen meemaken', wilde ik het uitschreeuwen. Mijn moesje was de meest deugdzame en verschillige vrouw van de wereld. Ze zat in het onderwijs en leerde mij al lezen toen ik nog in het vruchtwater klotste. Ik groeide op tussen ontelbare kinderboeken, meesterwerken die nu door de Sunny Bergmannen van deze wereld als fascistisch worden bestempeld. Ons culturele erfgoed moet op de brandstapel, die door Abou Jahjah wordt aangestoken met de eerste druk van Pippi Langkous in Taka-Tukaland. Overigens was hottentottententententoonstelling een van moeders favoriete tongbrekers.

Met mijn kompel Rob Muntz maakte ik ooit een programma over foute kinderboeken. Wij bezochten de Openbare Bibliotheek te Amsterdam, want die had een kluis met verboden boeken. Daarin lagen De Protocollen van Sion, Mein Kampf maar ook de Olijke tweeling, rijkelijk geïllustreerd door Hans Borrebach. Mijn zus verslond die serie, waarin de kindertjes opvallend veel in hun nakie liepen (al bestudeerde ik liever vleeskleurig ondergoed en wangmassagestaven in de Wehkamp). 'Pedofilie', krijste een of andere onvruchtbare bibliothecaresse en hupsakee, daar ging Borrebach (ook nog eens fout in de oorlog) achter slot en grendel.

Broeder Gregorio, de schrijver van de bestseller Wipneus en Pim, was ook al zo'n ondeugende kindervriend die daarom net als Borrebach verketterd werd. A.H.J. Dautzenberg schreef eens een vlammend pleidooi voor de sardonische kabouters. 'Er zit geen christelijke barmhartigheid in de wereld van Wipneus en Pim, goed en slecht lopen door elkaar heen, er zijn echo's van Edgar Allan Poe. Dit heeft mij gevormd. Verhalen zonder moraal vind ik heerlijk.'

Ik schonk Hoogland nog wat bubbels bij en we proostten. 'Het is oorlog, oom Rob. Niemand komt met zijn of haar vuile tengels aan de kinderboeken uit mijn jeugd. Straks moeten onze jongens van de Kameleon nog in gendervrije toiletten sassen. Over mijn lijk!'

'Schrijf het op, jonge vriend', sprak de milde columnist wijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.