Niemand hier kan een mensensmokkelaar betalen

In Haouch el Harime ziet de minister hoe de opvang in de regio ervoor staat. Het is geen prettig gezicht. Van Libanon is in elk geval geen hulp te verwachten.

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken in het Libanese kamp Haouch el Harime, waar de armste Syrische vluchtelingen proberen te overleven. Beeld ANP

Amsha staat in een platte schaal felrode peperpasta te roeren wanneer minister Bert Koenders komt aanwandelen in het Libanese vluchtelingenkamp waar ze al vier jaar woont. Camera's flitsen en klikken, de oude Amsha kijkt vanachter haar zwarte sluier kalm naar Koenders.

'Ik ben bang dat het een beetje een invasie is,' zegt Koenders via een vertaalster. 'Zullen we naar binnen gaan?'

Het is een heel contrast, de boomlange minister in zijn nette pak en het krakkemikkige hutje van Amsha, netjes gemaakt met oude kleden en een gordijn met tulpenmotief. Op de kast ligt een knuffel, in de hoek staat een stokoud tv'tje. Koenders luistert naar hun relaas, een hand onder de kin of zijn armen over elkaar, en stelt vragen. Waarvan leeft u? Heeft u schulden? Voelt u zich veilig?

Europa wil opvang in de regio, maar geeft de belangrijkste VN-vluchtelingenorganisatie niet meer geld. Nederland geeft wel meer geld, maar Oost-Europa blijft achter.

Brandhout

Het 15-koppige gezin van Amsha ontvluchtte vier jaar geleden het Syrische Raqqa, en inmiddels zijn al hun reserves op - zoals geldt voor zo veel vluchtelingen. In het voorjaar werken de oudere kinderen op het land in ruil voor voedsel. Een dochter haalt soms een grijpstuiver binnen als naaister. Het levert niet genoeg op voor brandhout in de winter. De kleine kinderen krijgen alleen wat informeel onderwijs, meer om ze van de straat te houden dan als voorbereiding op een toekomst.

Even later, naast de schalen met Amsha's peperpasta, hamert Koenders tegenover lokale en Nederlandse media op solidariteit en samenwerking. Politici in Europa en elders moeten zich 'maximaal inspannen' om het conflict te beëindigen, te beginnen tijdens de Algemene Vergadering van de VN volgende week.

Ook op humanitair vlak moeten de handen ineen. Van Libanon en de Europese landen, van de regionale machten en de buurlanden van Syrië. Nederland wil meer druk op de Arabische landen aan de Perzische Golf, de grote afwezigen als het gaat om het opnemen van Syrische vluchtelingen. Sommige Golfstaten geven relatief veel geld, maar het kan beter - met name Saoedi-Arabië kan meer doen, zegt Koenders. Ook sommige Europese bondgenoten, zoals Hongarije en Polen, moeten eindelijk eens de portemonnee trekken.

'Ik vind eigenlijk dat die afspraken Europees gemaakt moeten worden, volgens een goede verdeelsleutel', aldus Koenders.

Mercedesjeeps

Even daarvoor is het konvooi met de minister de Bekaavallei binnengereden. Daar overleven de armste 400 duizend van Libanons 1,2 miljoen Syrische vluchtelingen. Vrouwen met kleurige doeken op het hoofd en peuters op de arm drentelen door het zand, terwijl de wind het zeil rond hun hutjes doet wapperen.

Wanneer de minister uitstapt in Haouch el Harime, kijken drommen kinderen met grote ogen naar de glimmende zwarte Mercedesjeeps. Feestbanketten zitten er voor de Syrische vluchtelingen niet in; het kamp is grotendeels afhankelijk van het Wereld Voedsel Programma van de VN. Dat heeft wegens geldgebrek de hulp gereduceerd tot 13,5 dollar (12 euro) per gezinslid per maand, met een maximum van vijf gezinsleden - klein, voor een Syrische familie.

'Ik vind dat er veel meer geld naar deze regio moet,' zegt Koenders. 'Als je ziet wat voor problemen het Wereldvoedselprogramma nu heeft, dat is onaanvaardbaar. We moeten woensdag (op de EU-top over vluchtelingen, red.) zorgen dat daar geld bijkomt.'

Minister Bert Koenders tijdens zijn bezoek aan Syrische vluchtelingen en medewerkers van UNHCR in het vluchtelingenkamp Haouch el Harime. Beeld ANP

Veilig

Als het gaat om de langdurige opvang van vluchtelingen, zou de Libanese politiek weleens in de weg kunnen staan. Waar Koenders zegt dat het gesprek met zijn Libanese evenknie constructief verliep, spreekt Gibran Bassil in Libanese media andere taal: geen officiële kampen voor Syriërs, want dan gaan ze nooit meer weg. Geen toename in fondsen voor de VN, want dan blijven de Syriërs maar. Libanon heeft de grenzen gesloten en de VN opgedragen de registratie van Syriërs te stoppen. Het moeten er minder worden, niet meer.

De Libanezen die Koenders dinsdag spreekt, zullen de Europese grenzen niet bestormen. Het zijn de armste, kwetsbaarste vluchtelingen. Niemand die hier een mensensmokkelaar kan betalen. In Libanon staat het water hen nu aan de lippen.

Wanneer Koenders hem bij het afscheid vraagt waar hij het liefste heen zou gaan, glimlacht kampleider Maher. 'Iedereen houdt van zijn land en wil terug,' zegt hij onder instemmend geknik van Amsha en haar kinderen. 'Dan moet het er wel veilig zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.