'Niemand geloofde in onze kansen'

Op 24 mei is het twintig jaar geleden dat Ajax in Wenen de Champions League-finale won van AC Milan met 1-0. In aanloop naar dat jubileum vraagt de Volkskrant oud-spelers, coryfeeën en fans van Ajax naar hun herinneringen aan de avond toen een Nederlandse voetbalclub voor het laatst kampioen van Europa werd. In aflevering 6: Gerard van der Lem, destijds assistent van trainer Louis van Gaal.

Van der Lem in 1996. Beeld anp

'Het is ongelofelijk dat we die Champions League hebben gewonnen', zegt Van der Lem (62). 'Niemand geloofde in onze kansen, vooraf.' Ajax werkte volgens Van der Lem na de aanstelling van Louis van Gaal van begin af aan toe naar het succes. 'Ieder seizoen kwamen er goede spelers bij. Maar de ontbrekende schakel was Frank Rijkaard.' In 1993 keerde hij de middenvelder annex verdediger voor twee seizoenen terug uit Milaan.

'We werkten ontzettend hard.' Van der Lem was zeven dagen per week op de club. 'Ik stond iedere dag met die ploeg op het veld. We hadden ook geen grote staf. Frans Hoek (nu keeperstrainer bij Manchester United, red.) werkte nog parttime, terwijl Laszlo Jambor het tweede en de jeugd er nog bij deed.

Twintig jaar na Wenen

de Volkskrant blikt terug op de Champions League-winst van Ajax in 1995. Klik hier voor ons online dossier.

Van der Lem in 1996 tijdens een training met Bogarde (links) en Silooy. Beeld anp

Analyses

Van der Lem bereidde de Champions League-wedstrijden voor. Hij maakte analyses van de tegenstanders. 'Dan ging ik bij ze kijken, een of twee keer. En als we bang waren dat we iets essentieels gemist hadden, ging ik gewoon nog een keer. Wat me opviel aan Milan? Dat weet ik echt niet meer, het is twintig jaar geleden.'

AC Milan was volgens de assistent wel lastig te bespelen. 'Een oud elftal, met allemaal sterren. Wij hadden natuurlijk een vrij jonge ploeg.' In de poulefase ging het Ajax 'nog redelijk gemakkelijk af'. Beide keren werd het 2-0 voor de Amsterdammers. 'Maar bij een finale komen andere dingen kijken. Het team van die Italianen zat goed in elkaar. Milan was de titelhouder; bij ons had alleen Rijkaard de finale gespeeld.

'Maar toen we in de halve finale van Bayern München wonnen, dachten we wel: dit moet kunnen.' Het liep zo goed bij Ajax, zegt Van der Lem. Zes dagen voor de finale in Wenen won het team met 5-0 van Feyenoord in de Kuip. 'We waren al kampioen en hadden de beker gepakt, maar met die cup staan tegen Milan, dat was alles.' Hij erkent dat de spanning er goed in zat. 'Dat is het allerlastigste, de beslissende stap maken naar die beker.

Grip op het middenveld

De eerste helft verliep echter niet zoals Van Gaal en Van der Lem wilden. 'Albertini (Demetrio, red.), de man van Seedorf, zette dertig minuten lang continu druk op Frank Rijkaard in de verdediging. Daarom lieten we Seedorf dieper spelen, zodat de afstand tussen Albertini en Rijkaard groter werd. Dan kon die lepe speler Seedorf niet vrij laten, want dan waren ze nog verder van huis.'

Zo kreeg Ajax grip op het middenveld. 'Frank kreeg de ruimte om naar voren te dribbelen. We speelden in de tweede helft beter, maar kregen weinig kansen.

In de rust ging Rijkaard 'op de trainersstoel zitten' om nog maar eens het belang van de finale aan te stippen. Van der Lem: 'Frank drukte die jongens op het hart dat dit misschien wel hun enige kans was om de Champions League te winnen. En het was ook zijn laatste keer, zijn laatste wedstrijd.'

Toen Kluivert in de 85ste minuut het bevrijdende doelpunt maakte, kon Van der Lem alleen nog naar de klok kijken. 'Hoe lang nog? Hoe lang nog? En Rijkaard riep vanuit het veld dat hij ons zestienmetergebied niet meer uit kwam. Hij kopte ook alles weg. Die Italianen gingen natuurlijk opportunistischer voetballen. En het lukte hem hoor, Frank nam stiekem voor de derde keer die beker mee naar huis.'

Rijkaard kopt een bal weg in de finale. Beeld AFP

Tuitknakje

Van der Lem zegt niet zo lang stil te hebben gestaan bij het succes. 'De scheidsrechter floot af, we kwamen even samen met de technische staf: Louis, Bobby Haarms, Frans Hoek en ik.' Even stond het stel te 'hossen'. 'Dat was ook voldoende ontlading voor mij. Iedereen zette het op een rennen door dat stadion.' Zelf liep hij terug naar de dug-out. 'Daar bekeek ik die feestende mensen en ging ik eens even fijn genieten van het tuitknakje dat ik nog in mijn borstzak had, mijn sigaar.'

In de kleedkamer kwam prins Willem-Alexander de selectie feliciteren. 'Wij werden ingeseind dat we absoluut niet met champagne mochten sproeien', zegt Van der Lem. 'Dat hadden ze nou net niet moeten zeggen, want na een finale gaan die flessen open. Maar hij vond het geweldig hoor.'

Van Gaal (links) en Van der Lem in 1996. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.