Niemand die eraan denkt de naam te wijzigen

In de Karl Marxlaan van Dnjepropetrovsk in Oekraïne voelt de lokale chic zich thuis. Maar de verwijzing naar het communisme wil niemand kwijt....

Jan Hunin

Zoals pand nummer 26 staan er wel meer huizen in de Karl Marxlaan, de hoofdstraat van Dnjepropetrovsk. Het is een van de typische ‘stalinki’-gebouwen uit de tijd dat Stalin in de Sovjet-Unie de scepter zwaaide.

Zijn bijzonderheid ontleent het pand aan een van zijn bewoners. In appartement nummer 39 woont volgens welingelichte bronnen de premier van Oekraïne: Joelija Timosjenko, de prinses van de Oranje Revolutie.

Helaas geeft Timosjenko niet thuis. Misschien heeft ze het te druk met haar werk in Kiev. Of misschien woont ze niet in de Karl Marxlaan, maar in de aanpalende Gogolstraat, zoals andere goed ingelichte bronnen beweren.

Maar hier wonen, was passend geweest. Niet omdat pand nummer 26 er zo ministerieel uitziet, maar omdat Timosjenko, als ze er gewoond had, voor haar garderobe niet ver had hoeven te lopen. Want in de kledingzaken van het naburige winkelcentrum maken alleen de bekende couturiers een kans.

Haar favoriete Louis Vuitton mantelpakjes zijn er weliswaar niet te vinden, maar de om haar goede smaak bekend staande Timosjenko had toch goed terecht gekund aan de overkant van de straat bij Le Billionaire, de duurste kledingzaak van Dnjepropetrovsk. Klanten daar moeten echter niet op een hryvnja (de Oekraïense munt) meer of minder kijken bij hun aankopen.

Nog meer geld ben je kwijt in de horlogewinkel om de hoek. Voor een uurwerk dat op de reclameborden in de stad wordt aangeprezen door de Amerikaanse acteur George Clooney moet je algauw 20 duizend hryvnja neertellen, meer dan twee keer een gemiddelde Oekraïense jaarloon.

Toch ontbreekt het er, afgaande op het aantal horlogewinkels in deze winkelstraat, niet aan afnemers. Het is inderdaad niet toevallig dat het Oost-Oekraïense Dnjepropetrovsk, met amper een miljoen inwoners toch een stuk kleiner dan hoofdstad Kiev, zichzelf opschepperig ‘niet de eerste stad van Oekraïne, maar ook niet de tweede’ noemt.

Sinds Leonid Breznjev Sovjet-leider werd – hij begon zijn politieke carrière in Dnjepropetrovsk –, heeft het de Russischtalige stad niet ontbroken aan mensen met macht. Die zogenaamde clan van Dnjepropetrovsk wist na de val van het communisme met gemak zijn politieke macht om te zetten in financiële. Vandaag worden de plaatselijke oligarchen er aangevoerd door Viktor Pintsjoek, de nummer twee op de ranglijst van rijkste Oekraïners en schoonzoon van ex-president Leonid Koetsjma.

Je zou bijna vergeten dat er in Dnjepropetrovsk ook normale Oekraïners wonen. Om hun koopwoede te stillen, zijn zij aangewezen op het minder chique gedeelte van de Karl Marxlaan. De ‘stalinki’ en de nog oudere ‘jekaterinki’ – uit de tijd dat de stad ter ere van Catharina de Grote nog Jekaterinoslav heette – zijn er vervangen door ‘chroesjtsjovki of – erger – ‘breznjoevki’, grijze woonblokken uit de jaren zeventig en tachtig.

Aan een van die blokken staan een paar afgedankte drankautomaten. Voor ze in de werkloosheid belandden, verkochten ze voor 24 kopeken (5 eurocent) een glas mineraalwater. Plus tien kopeken voor wie niet uit zijn eigen bekertje wilde drinken.

Maar zelfs in dat minder exclusieve gedeelte van de kilometerslange straat blijken de Oekraïners van horloges te houden, zij het dat de aangeboden merken er iets minder duur zijn. Wie daarna nog geld over heeft, staat voor de keuze: ofwel ruilt hij in een van de vele wisselkantoren zijn zuurverdiende hryvnja’s voor stabielere euro’s – die hebben in de Oekraïense spaarvarkens de plaats ingenomen van de zwakke dollar – ofwel hij verspeelt zijn laatste centen in een van de Karl Marxlaan . Dankzij namen als Nevada, Jackpot of Gold kan de gokker er zich even in Las Vegas wagen.

Ondanks die kapitalistische symbolen hebben in de Karl Marxlaan de helden uit het verleden nog niet afgedaan. Niemand die er in Dnjepropetrovsk aan denkt om de naam te veranderen in Catharinalaan, zoals de straat heette voor de communisten in Rusland aan de macht kwamen. Lenin hoeft er zich evenmin bedreigd te voelen. Zijn standbeeld domineert nog altijd het plein in het midden van de laan. Zelfs Feliks Dzerzjinski, de oprichter van de gevreesde KGB, staat er nog.

En er is ook niemand in de stad aan de Dnjepr die er een probleem over maakt. ‘Dat is onze godsdienst’, zegt een jongen die op straat op de gezondheid van een pas getrouwd stel staat te drinken.

Zouden hun goden er ook geen probleem over maken? Daarover hoeft hij geen seconde na te denken. ‘Lenin zou ons allang tegen de muur hebben gezet.’

Jan Hunin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden