Nicolaaskerk, Nieuwegein

Op het kerkhof brandt de dodenlantaarn. Het teken dat een parochiaan is overleden, maar nog niet begraven of gecremeerd. Ook al heeft Jutphaas allang zijn naam ingeruild voor Nieuwegein, de Nicolaaskerk hecht nog steeds aan tradities....

Nadat architect Alfred Tepe het onderwerp voor een neogotische kruisbasiliek had ingeleverd, duurde de bouw van de kerk aan het Merwedekanaal op de dag af precies één jaar, van 11 mei 1874 (de eerste steen) tot 11 mei 1875 (de inwijding). Dertig jaren daarentegen vergde het interieur waarvoor bouwpastoor G. van Heukelum zelfs een kunstenaarsgilde (Bernulphus) in het leven riep, aanvankelijk alleen toegankelijk voor geestelijken, later ook voor leken. Omdat in Nederland na invoering van de bisschoppelijke hiërarchie (1853) nauwelijks nog kunstenaars waren met kennis van de symboliek van religieuze kunst, kwamen de leden voornamelijk uit Duitsland en België. De middeleeuwse gotiek diende ter inspiratie.

Een van de leden was de Duitse beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, vader van acht dochters en acht zonen onder wie de latere Concertgebouwdirigent Willem. Aan hem vertrouwde Van Heukelum de inrichting toe, met als kanttekening: stem het geheel op het orgel af. Voor ogen had de pastoor 'een kerk die zichzelf bezingt'.

Dat orgel (uit 1525) stond aanvankelijk in de Amsterdamse Nieuwezijdskapel en dreigde op de schroothoop te belanden. Reddende engel was de Utrechtse firma Maarschalkerweerd; nu is het orgel een onbetwist pronkstuk waarvan de (middeleeuwse) kleuren rood, blauw en groen door de hele kerk zijn terug te vinden.

Van Wilhelm Mengelberg zelf is het houtsnijwerk van het sublieme hoofdaltaar en de veelkleurige, zandstenen kruisweg. Een ander hoogtepunt van schrijnwerkkunst is de met bladgoud bedekte preekstoel, vervaardigd door Wilhelms broer Otto. De Piëta, eveneens van zandsteen, is weer van de hand van Wilhelm. Er hangt een blauw kleed over de treurende Maria. 'Dat doen zigeuners', legt rondleider Wim Schults uit, 'die komen af en toe langs en leggen dan ook geld in Jezus' hand. In de Paastijd is het kleed wit. Ja, je zou het een offergave kunnen noemen.'

Eenwenoude beelden, fonkelend glas-in-loodramen, een rijk versierde apostelbalk, engelenkopjes op de pilaren en - als enige afwijking van de neogotiek - een achtzijdige doopkapel in art deco-stijl waarvan niemand oorsprong of aanleiding kent. Overstelpend rijk en welgevuld is de Nicolaaskerk en ook nog eens boordevol symbolen. Om die te herkennen is een rondleider als Wim Schults onontbeerlijk.

Tussen 1992 en 1998 werd de kerk volledig gerestaureerd; kosten 5,5 miljoen gulden waarvan de parochieleden zelf anderhalf miljoen opbrachten. Schults: 'We hebben een heel hechte gemeenschap en dat hechte is via de restauratie alleen maar toegenomen.' Tweehonderd vrijwilligers telt de Nicolaaskerk momenteel; ze houden zich bezig met de schoonmaak van de kerk, met het onderhoud van kerkhof en park en met de administratie. En met iedere doordeweekse ochtend koffie drinken in de voormalige pastorie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden