Nicolaas Klei

ROTTEND KREUPELHOUT HEEFT HIJ GEPROEFD. EN KOTS MET KRUIDNAGEL...

'Aan welke denk jij dan, Cas?'

'Op de neus dacht ik heel even aan Gamay. Maar hij heeft wat hout. Ik neig toch naar een Pinot Noir.'

'Fout! Mooi wél Gamay. Leve de Gamay, hoe vermaledijd die ook gevonden wordt in restaurants.'

'Door serieuze kenners niet serieus genomen, de Gamay.'

'Ach wat, serieuze kenners dat zijn opgeblazen eikels.'

'En nou déze jongens! Ai-ai-ai, die is schofterig lekker.'

'Wil je geloven dat ik hem verdorie niet herken?

'Je importeert hem nota bene zelf, Henk.'

'Ach, het is net Yab Yum, hè. Je kunt niet alles zelf bijhouden.'

Op tafel staan spuugemmers, een schaal met Vlaams boerenbrood, mineraalwater (Volcan) en flessen rode wijn waarvan het etiket verhuld is. Er zijn worsten meegebracht uit de buurt van het Massif Central en van de Beaujolais. Er kan geroken, gesnoven, geproefd en gespuugd worden. De wangen bollen zich. Hoe meer er geproefd wordt, hoe minder er in de spuugemmers verdwijnt. In ijltempo gekauwde wijn zal steeds frequenter de huig passeren. En wie zei daar dat je met droesem een boterham kunt beleggen? 'Nooit wegdoen, dat depot, daar kun je een lekkere saus van maken!'

De een heeft als employé van De Bijenkorf ooit flessen wijn van 65 gulden te eigener nutte beplakt met prijsjes van 4,85 gulden. De ander zegt dat je niet over je lever moet drinken, net zo min als je over je longen moet roken of over je hart moet eten. Ze zijn respectievelijk organisatieadviseur, psycholoog annex wijnimporteur, manager van sportpaarden, copywriter, belichter en wijnschrijver. Ze zweren bij natuurlijk gemaakte, ongefilterde wijn; wijn waar geen zwavel in zit. Die uit de Beaujolais komt. Van eerlijke wijnboeren als een Pierre Breton, of een Marcel Lapierre. Niks poeha, we hebben met connaisseurs van doen - al noemen ze zichzelf amateurs, ware liefhebbers. Hun genootschap heet Wirekuf en dat staat nogal apodictisch voor: Wijn Is Rood En Komt Uit Frankrijk.

Als 'clublokaal' van Wirekuf doet de Amsterdamse wijnkoperij Otterman aan de Keizersgracht dienst, want daar deden de heren hun vondst. En daar moet het hoge woord er maar eens uit: 'Wij zijn mordicus tegen Bordeaux. Dat is schrikken zeker? Kijk, Bordeaux drink je niet voor je plezier. Bordeaux wordt niet gemaakt door boeren met eerlijke klei aan hun laarzen, maar door witte jassen; zo'n angst hebben ze daar voor infecties. Het is ketchupwijn voor de Amerikaanse markt geworden.'

Ergo, Bordeaux heeft zichzelf uit de markt geprijsd, beklemtoont mr. Nicolaas Klei, met zijn 39 jaar het jongste Wirekuf-lid. 'Die wijn ruikt tegenwoordig te veel naar hout en drop. Hij is bovendien veel en veel te duur. En zo zwaar vaak, na één glas val je al om.'

Gezag kan Klei niet worden afgestreden. Hij heeft vier boeken over wijn op zijn naam staan, waarin hij de lezer(es) bij de hand neemt in de doolhof van grenache-stokken, barriques, cuvées en tanninen; hem/haar inwijdt in de syntaxis van appellations en behoedt voor de hellecirkel van wijnsnobs die dit hedonistische tijdsbeeld lijkt te bepalen. Zijn uitgever noemt Klei 'de Jacques d'Ancona van de wijn' maar dat doet hem onrecht. Want betweterigheid en arrogantie zijn Klei even vreemd als goede smaak aan een windbuil van de Gooise matras.

Met zijn shoker, ruitcolbert en fijnproeverswangen oogt Nicolaas Klei als het type dandy uit de jaren twintig dat aan moederlijke gevoelens appelleert, zo weggewandeld uit het Engelse periodiek Punch. Bedachtzaam, voorkomend en innemend in de omgang, maar des te onstuimiger in de overdracht van zijn warenkennis op papier. Er is wijn die naar hondenvoer ruikt, naar slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, naar goedkope aardbeienjam met zaagsel. Hij heeft Liebfraumilch uit karton voor zijn neus gehad die slechts geschikt was om door te spoelen of aan een vliegtuigmaatschappij te slijten, en hij werd op slag door koppijn bezocht bij de geur van zwavelig suikerwater.

Hij weet nu dat je schuimwijnen hebt die smaken naar aftershave, zeepsop, aceton, mest en afvoerputjes. Manmoedig heeft hij de essence van Bulgaarse autobanden getrotseerd, de geur van oude schoonmaakdoekjes en vieze sokken ook. De afdronk van een dweil heeft zijn smaakpapillen geteisterd, hij zag alle vooroordelen tegen schroefdopwijn bevestigd, ontdekte het verschil tussen bejaardenhuis- en rijtjeshuisrioja's, en ook dat de combinatie dropjes opgelost in zeewater schijnt te kunnen.

Nee, geen verf- of rubbersmaak is hem bespaard gebleven. Rottend kreupelhout heeft hij uitgeschonken. Kots met kruidnagels. Maar ook hoogst plezierige verrassingen geslobberd waarvan hij niet bevroedde dat ze uberhaupt in die prijsklasse bestonden; we hebben het hier over wijn die je in supermarkt en warenhuis vindt als je met je winkelwagentje langs de schappen kart. Wc-papier, melk, eieren, blinde vink, augurkjes, lolaborstel, ontbijtkoek, wat nog meer? O ja, wijn voor bij de pasta. Bij de vis. Wordt het Chileens of toch maar Zuid-Afrikaans? Met kerst in aantocht kon de verschijning van Nicolaas Klei's Supermarktwijngids niet op een gunstiger tijdstip komen.

Duizenden flessen heeft hij de afgelopen zomer besnuffeld en beoordeeld. Nu eens niet het selecte lezerspubliek van een wijntijdschrift naar een kleine importeur in Stavoren gestuurd om de top van de top te proeven, al zal Klei het wijnmodewoord 'top' nooit in de mond nemen. Maar moest hij dan per fiets de supermarkten in zijn woonplaats Amsterdam langs? 'Mijn uitgever Joost Nijsen zei: als je het zelf al zo lastig vindt om in de supermarkt te ontdekken wat goed of slecht is, is het dan niet handig om er een boekje van te maken?' De winkelketens werden netjes ingelicht en gaven op hun beurt een keurig assortimentsoverzicht. 'Alleen de Hema was nogal moeilijk-doenerig. Die wilde mijn beoordeling controleren, wat natuurlijk heel mal is.'

Thuis proeven geeft ondoenlijke troep, weet Klei van zijn eerste boekje Onder de kurk dat hij samen met reclamemaker Kees Ster ren burg schreef. Dus verzamelde hij afgelopen zomer in een Almeerse bedrijfsruimte bijna tweeduizend flessen. Drie dagen per week proefde hij, tweeënhalve maand achtereen. Een werkstudent voor het ontkurken en voor het intypen van alle namen in de computer. 'Als ik 's ochtends aankwam, stonden er zestig, zeventig flessen in slagorde te wachten. Dan haalde ik eens diep adem, greep een glas, en ging aan de slag. Aan het eind van de dag waren mijn tanden en tong paarszwart.'

Blij maken de meeste supermarktwijnen uit het boekje van Klei ons niet, maar wie bij zijn volle verstand een fles van fl.2,69 scoort, weet, ook zonder gids, dat hij een gevaar voor de mensheid in handen heeft. De beste koop ('ongewoon goed') doen we op gezag van Klei in de Plusmarkt - hij was er zelf nog nooit geweest - en dan ben wel je 14 gulden meer kwijt. 'Van verschrikkelijk tot verrukkelijk, ik heb alle supermarktwijn in kaart gebracht', weet de auteur met gepaste bescheidenheid. D t kan collega-wijnschrijver Hubrecht Duijker hem met diens Wijnen onder een tientje niet nazeggen, met permissie.

De wereld van de wijn is er een van rangen en standen en de drang tot catalogiseren moet Klei in de genen zitten. Zoals vader Bert Klei de kerkpagina van het dagblad Trouw verluchtigde met ironische wetenswaardigheden ('Liever een bal des gehakts') betreffende Gereformeerde Bonders, Binnenverbanders, Buitenverbanders, Gekrookte Rieters, Bewaar het Panders en aanverwante uit verkorenen van het protestants-christelijk spectrum, zo belijdt diens zoon wekelijks in het Algemeen Dagblad zijn liefde voor de vloeibare kant van het polderhedonisme. Ook ten behoeve van twee wijntijdschriften 'filtert de oprechte wijndilettant Klei vaardig het droesem uit de overvolle zakken van de wijnkennis', zoals een bewonderaar schreef.

Zijn opa was makelaar in spiritualiën, maar de jonge Klei kreeg de wijn niet met de paplepel binnen; bij het avondmaal in de hippe Keizersgrachtkerk schonken ze vruchtensap om drankzuchtigen onder het kerkvolk voor verleiding te behoeden. Verder had hij aan de kerk het land 'omdat er zo gehamerd werd op het leed der wereld dat je bijna tegen de Derde Wereld en voor de kernbommen werd.'

Nicolaas Klei bewoont boven zijn ouders een statige verdieping die vol staat met meubels van de straat, uitdragerij en Waterloopleinmarkt. Het is alsof je de negentiende eeuw binnenstapt. De entree voert langs de gecombineerde badkamer-keuken, waar gasfornuis pal naast badkuip is geposteerd. Bladderend plafond geeft het interieur een toegevoegd rococo-accentje. Wegens doorzakkingsgevaar krijgt de gast het vriendelijk vermaan een Louis Seize-achtige crapaud te mijden. Een Jan des Bouvrie-bank komt er hier niet in (tenzij bij het oud vuil gevonden), hier conserveert men de belle époque. Een boek van dichter Bilderdijk ligt opengeslagen op een taboeretje.

In deze ambiance wekt het geen verbazing dat de bewoner samen met zijn vriendin en kunsthistorica Marieke Cobelens een boek schreef over de historie van de kleding (De man in zijn hemd) dat een onhollandse combinatie van charme en geleerdheid is genoemd. Klei weet waarom Napoleon is afgebeeld met hand in vest: even bijkomen uit de beknelling van de strak gesneden kleding in die dagen.

Ook het Genootschap ter verspreiding van nutteloze kennis (van dagblad Trouw) vond in Klei een toegewijd lid. Hij had zich als aankomend jurist aan de Vrije Universiteit verdiept 'in de meest onnutte zaken als kanoniek recht anno 1100 en de mores van waterschappen rond 1700. Als ik zou gaan solliciteren, dan had elk advocatenkantoor vriendelijk lachend gezegd: nee, dank u. Niemand studeert toch zoiets geks als rechtsgeschiedenis? Het enige wat ik kon doen is professor worden. Dat je er de kost mee kon verdienen, dat kwam als student gewoon niet bij me op.'

Raden wat voor wijn van welke streek en van welk jaar er in de geblindeerde fles zit, dat begon als aardigheidje van jongens onder mekaar. In een periodiek voor maag- en darmziekten kon Klei zijn kennis etaleren, een 'onorthodox-baldadig wijnboek' bleef niet uit, Over de tong (1994). Het kennersgilde dat op proeverijen gewichtig achter kladblokken rondneuzelt, schuwt hij als maagzuur. Hij noemt zichzelf simpel: liefhebber. Want veel van die erkende allesweters zijn niet te beroerd om je thuis op bocht te onthalen.

Hém hoeven slijters niet meer op de mouw van zijn tweedehands colbertje te spelden dat je een stevige rode een uur tevoren moet ontkurken voor de gewenste zachtheid. 'Er gebeurt niks daar in die flessenhals, al wacht je een dag. Uitschenken, liefst klokkend, dat geeft em pas lucht. Eerder werkt de zuurstof heus niet. Het is ook napraterij dat wijn van wegleggen beter wordt. Dat geldt misschien voor onbetaalbare Barolo's uit Italië en dito Médocs. Ik zeg: ongeveer 90 procent van rood en 98 procent van wit wordt echt niet lekkerder door bewaren. Wel kan rode wijn na een paar jaar wat zachter worden, zodat de tannine niet meer zo aan je gehemelte en tong blijft hangen.

'Je hebt barbaren die hun geld stoppen in grands cru's die nog in het vat zitten. Over anderhalf jaar levert de handelaar ze in flesvorm af; en over tien jaar verhuis je dat kistje Mouton-Rothschild, Latour of Pétrus naar Christie's in de hoop dat je het met veel winst kunt verkopen. Want na de sportauto moest je wat aan cultuur gaan doen, dus worden eerst de Van Goghs opgekocht, ik noem maar wat, en vervolgens de dure wijnen. De Russische maffia, de nieuwe rijken in Japan en China: ze worden er als een magneet door aangetrokken. Ze doen maar. Geef mij maar een lekkere vin de table De Clos de Tue-Boeuf uit de Loire. Maar wacht! Ik heb nog iets moois klaarstaan.'

Terwijl de gastheer wegstommelt, stijgen van beneden harmoniumklanken op die meer passen bij slappe thee dan bij een godendrank. Ze doen denken aan een troosteloze zondagmiddag uit de jaren vijftig; aan de bundel van Johannes de Heer in een catechisatielokaal waar het rook naar natte jassen. Nicolaas glimlacht: 'Mijn vader oefent vage psalmbewerkingen omdat hij een keer in de maand gereformeerde bejaarden vol plezier uit hun geheugen laat meebrullen.' Met een zwierig gebaar plant de wijnschrijver een Fleurie Métras voor me neer en zegt, zonder verandering van intonatie: 'En d¡t is een héle lekkere 99'er van de vier zwavelloze gekken uit de Beaujolais!'

'Ruikt ie niet naar framboosjes, bramen, kersjes, enzovoort? Meneer Jules Chauvet, die grappig genoeg ook de peetvader is van de zwavelloze wijn, is met dit soort geuraanduidingen begonnen. Zelf heb ik het ergens over een witte wijn die smaakt naar een beek met kiezelstenen; dat klinkt aanstellerig, maar begrijp je de bedoeling? Je moet een beetje het idee krijgen van de wijnboer zelf. Als ik het heb over McDonald's-wijn en Coca-Cola-wijn, dan gaat het om goede wijn die karakter mist. Saai van perfectie. Misschien is de leukste wijn wel wijn met 'n klein foutje.'

Zoals een meisje dat een tikje loenst? 'Precies!', reageert hij enthousiast. 'Je wordt toch ook niet verliefd op een Barbiepop? Neem de vroege opnamen van Gustav Leonhardts Bach-cantates: je hoort de musici nog wat onwennig hannesen op die authentieke instrumenten, maar dat geeft nou juist ook zo veel charme aan die muziek.'

Als parttime winkelbediende bij Gall & Gall kreeg Nicolaas Klei vaak de vraag: welke wijn kun u aanbevelen? 'Eigenlijk geeneen', luidde soms het antwoord plompverloren. En in een radio-interview over zijn eerste wijnboekje liet Klei weten dat de wijnen van het betreffende concern weliswaar niet vies waren, maar bezwaarlijk hoger dan 'een keurig middelmaatje' konden worden geclassificeerd. 'Toen schijnt het management van Gall & Gall in paniek-conclaaf bijeen gekomen te zijn, wat ook niet van zelfverzekerdheid getuigt. Ik mocht er blijven werken, maar ik mocht het nooit meer doen.'

Valt de wijn vies tegen die in zonnig Frankrijk nog zo heerlijk leek? Dan is niet Klei's conclusie: wijn kan niet tegen reizen, maar: wij kunnen niet tegen thuiskomen. Klei vertoeft graag in Frankrijk. Hij plukt, hij plant. Zijn favoriete streken zijn befietsbaar, een rijbewijs bezit hij niet. In een oude garage ergens in de Nuits-Saint-Georges heeft hij zijn mollige gestalte in een kuip vol druiven laten zakken. Spiernaakt. Om handelingen te verrichten die elders machinaal gebeuren met een mega-gootsteenontstopper: het persen van de wijnoogst.

'Sinds de Middeleeuwen geldt die wijngaard als een van de allerbeste, de Chambertin Clos-de-Bèze en daar heb je een ouderwetse wijnboer die peperdure Bourgogne maakt van ik geloof 500 gulden de fles of zoiets belachelijks. Daar heb ik onder stampmuziek in een dikke koek van gistende druiven staan trappelen. Je moet die schilletjes steeds naar beneden dansen. Zwaar werk. Iemand van 150 kilo sprong erin, maar zelfs hij zakte er niet door. Vroeger verzopen er wel mensen in hun eigen wijn. Daarom liep er nu iemand rond die keek of we niet te moe werden. Proost.'

Die clubavond was het Wirekuf-genootschap aan een delicaat onderdeel toegekomen. 'Moeten we dood?', riep iemand. 'Snel opdrinken', beval een ander. 'Als hij binnen tien minuten niet op is, gaat hij naar karnemelk smaken', verhelderde een derde. 'Nou ben ik gewend elk glas te walsen dat me wordt voorgezet', zei Nicolaas Klei. 'Zélfs karnemelk aan het ontbijt.' De stemmen verstomden. Hier stond een Saint Joseph Crozes-Hermitage. 'Goeie wijn is niet te koop!', riep ten slotte Kees van 54, de zelfbenoemde voorzitter.

Op tafel lag de zoveelste ontwerptekst voor een pas die Wirekuf-leden in restaurants aan de sommelier moeten voorleggen, luidend: 'Ondergetekende is slechts natuurlijk gemaakte wijn zonder chemicaliën gewend te drinken. Iets anders kan ernstige gedragsstoornissen en braken tot gevolg hebben.' Maître Klei had geglimlacht, als een onderwijzer om zijn dekselse rekels. Nee zeg, zo zal hij het zelf nou nooit durven formuleren. 'Voor dat aplomb ben ik veel te bescheiden. Maar we moeten wél weigeren de ouwe lijken te drinken die ze ons overal maar proberen voor te zetten. Het wordt hoog tijd voor een eerlijk glas wijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden