Nico werkt op de ambulance: 'Dit werk gáát ergens over'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Ambulanceverpleegkundige Nico van Til probeerde van alles, maar keerde steeds weer terug naar werk dat ertoe doet: op 'de auto'.

Nico van TilBeeld Marijn Scheeres

'We reden door de stad toen we een melding kregen van een vrouw in partu. Aan het bevallen, op de A10. Ik zat net een jaar op de ambulance en had eigenlijk nog nooit een natuurlijke bevalling gezien. Nou, dan krijg je het warm, hoor. Onderweg kregen we meer informatie: de billetjes kwamen er al uit. Een stuitligging, ook dat nog. De auto, het was een zwarte Saab, stond op de oprit van de snelweg met de achterdeuren open en daar lag die vrouw, met haar benen wijd richting de weg. Er had zich een kleine menigte verzameld en toen we uit de ambulance stapten, zagen we een zucht van verlichting door die groep mensen gaan. Terwijl ik dacht: hoe gaan we dit in godsnaam aanpakken? Ik was net begonnen, ik was bij wijze van spreken al blij als er niemand overleed op een dag, nu moest er zomaar iemand geboren worden.'

Ambulanceverpleegkundige Nico van Til (57, Akersloot) werkt ruim achttien jaar op de ambulance. Tot midden jaren tachtig was hij technisch tekenaar, na zijn opleiding hbo-v werkte hij als verpleegkundige in het Prinsengrachtziekenhuis en op de intensive care van het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Na zijn overstap naar de ambulance werkte hij eerst vast in Amsterdam, daarna voor een uitzendorganisatie in de hele Randstad en in een ambulancevliegtuig op Bonaire. De laatste jaren werkt hij in de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. De Volkskrant sprak hem thuis in Heiloo.

Hart op de tong

'Of je met de stress kunt omgaan moet in de praktijk maar blijken. In het begin haal je je de wildste taferelen voor ogen, je hebt de verhalen van ervaren collega's in je hoofd en de adrenaline staat tot híér. Dat verdwijnt langzaam. Mettertijd merk je dat er ook veel ritjes bij zitten die op elkaar lijken: 'pijn op de borst' komt bijvoorbeeld dagelijks voor. Het is geen aaneenschakeling van crises. Maar ja, soms sta je tot je knieën in de shit. Het klinkt misschien gek, maar dat geeft me wel het gevoel dat ik lééf.

'Amsterdam was een goede leerschool. Daar heb ik de eerste zeven jaar gewerkt, dat wilde ik graag. Je krijgt daar net iets meer ongezouten feedback van je collega's. En patiënten of hun familie hebben het hart ook wel op de tong, zijn net wat temperamentvoller. Ik houd daar wel van. Je moet je mannetje staan, zeggen dat je alleen je werk kunt doen als het gaat zoals jij zegt. Nee, ik ondervind niet zo veel agressie. De politie heeft dat meer, de mensen denken dat ze die niet zo hard nodig hebben. Ons wel, dat scheelt.

'Ik ben begonnen als elektricien en werd daarna technisch tekenaar. Pas toen ik midden 20 was ben ik een opleiding tot verpleegkundige gaan doen, omdat ik iets wilde betekenen. Veel concreter was het niet. Daarna heb ik zeven jaar op de intensive care gewerkt als verpleegkundige. Ik dacht, misschien kan ik daar iets met mijn technische achtergrond. Het bracht me ontzettend veel, ik heb zo veel over het menselijk lichaam geleerd en dat bleek me echt te interesseren. Daar ging ik 's avonds nog voor in de boeken zitten, terwijl ik dat met die techniek nooit had.

'Ik kan niet één aanleiding noemen. Maar toen je vroeg naar een beslissend moment of een persoon kwam meteen dit beeld bij me naar boven: dat ik op de IC werkte in de VU in Amsterdam en dat als ik af en toe naar buiten keek, naar de Amstelveenseweg, een groot verlangen voelde. Daar zag ik de ambulances vertrekken en dat vond ik spannend. Ik zag een verbondenheid met de rest van de wereld en een vrijheid en avontuur die je niet hebt binnen de muren van een ziekenhuis. Ja, het was vrijheidsdrang die me naar de ambulance heeft getrokken.

Kwetsbaar

'Ik bleef wel geregeld verandering zoeken, deed allerlei opleidingen naast mijn werk. En een paar jaar terug ben ik kort leidinggevende in een ziekenhuis geweest, maar in zo'n kantoor kreeg ik het benauwd. Moest ik bijvoorbeeld gaan uitzoeken hoe vaak de waterkoelers verwisseld moesten worden in verband met bacterievorming - ook belangrijk, maar ik kon het niet. Voor mij had het te weinig diepgang.'

'Hoe ik ook om me heen kijk, steeds word ik weer teruggetrokken naar de auto. Dit werk gáát ergens over. Je treft mensen op een kwetsbaar moment, zonder masker, zowel de patiënt als zijn familie of omstanders. Dat is heel bijzonder. Hoe het ook afloopt, je werk is waardevol. We kwamen eens aan bij een brand waar een man in slaap was gevallen voor de gaskachel, die vervolgens was ontploft. Hij stond al onder de douche; het was hopeloos, verschrikkelijk. Ik ben bij hem gebleven, het enige wat hij zei was: ik ga toch niet dood, ik ga toch niet dood. Terwijl ik wist: dit ga je waarschijnlijk niet halen. Je brengt een uur met zo iemand door, je kunt iemand alleen maar bijstaan, het is een belangrijk uur in zijn leven. Dat kun je alleen doen als je accepteert dat de dood bij het leven hoort en dat jij als ambulancemens daarvan deel uitmaakt.'

Beeld ANP

'Ik heb nooit een geval gehad dat me afschrok. De enige keer dat ik het echt moeilijk had, was toen we zelf een vrouw aanreden die vanachter een tram tevoorschijn kwam. Ik zie haar nog op de ruit klappen, ze werd 20 meter door de lucht geslingerd. Achteraf - ze haalde het, moest lang revalideren - bleek dat ze een gehoorprobleem had en ons niet had horen aankomen. Ze verweet ons niets.

'Met piepende banden door de stad scheuren vormt ook een gevaar, dat vind ik echt een probleem. In het overgrote deel van de gevallen denk ik tegenwoordig: dat had niet met zo veel haast gehoeven. Sinds een jaar of vijf worden ritten veel vaker opgeschaald naar A1, dat betekent met spoed ernaartoe. Dat komt door het nieuwe meldingssysteem naar Amerikaans model, gericht op het uitsluiten van zo veel mogelijk risico's. Maar het roept een ander risico op. Als ik iets zou moeten noemen dat me ergert aan dit werk, dan is dit het enige.

'Ik kan heel blij worden van een mooi verhaal of een bijzonder contact. Dat kind? Dat werd geboren, ja. Een jongetje. Geen gemakkelijke bevalling, maar het liep goed af.'

Er rijden in Nederland 752 ambulances (cijfers: ambulancezorg.nl, meest recente rapport 2015). In 2015 rukten die 1.253.294 keer uit; een toename van ruim 320 duizend in 10 jaar. Piekdagen zijn Koningsdag en Nieuwjaarsdag. In ongeveer de helft van de gevallen geldt een A1-indicatie: hoogste prioriteit, zwaailicht en sirene. Driekwart van alle patiënten wordt na eerste hulp naar een ziekenhuis vervoerd. Het vaakst (23 procent) rijdt een ambulance voor hartklachten of hartstilstand; het minst (0,9 procent) voor een bevalling. Uit de (niet-volledige) cijfers over reanimatie blijkt dat ruim driekwart van de patiënten het na behandeling in eerste instantie overleeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden