Nico Dijkshoorn

Het was prachtig.


Ik durfde alles


Zondag was ik voor het eerst in Zierikzee. Zeeland is een provincie waar dorpjes nog aan de horizon liggen. In Zeeland voel je, ploegend door eindeloze velden vol klei, langzaam het verlangen groeien om eindelijk eens ergens aan te komen. Maakt niet uit waar.


Op het eerste gezicht leek Zierikzee een stadje als alle anderen. Een parkeerterrein vlak buiten het centrum, meeuwen schielijk vretend uit een vuilniszak en de straten vol met overbekende winkels. In heel Nederland kopen mensen in dezelfde winkels dezelfde onderbroeken die ze met zich meedragen naar dezelfde huizen in dezelfde plastic zakjes. Overal staat de koffie klaar en treedt 's avonds die en die op daar en daar.


Ik was zaterdagavond die en die. Om 8 uur 's avonds las ik voor in een klein theatertje. Al om half vijf scharrelde ik door de straatjes, op zoek naar water en boten. Dat viel een beetje tegen. Grote verlaten schepen met namen als Cornelis Johannes en Christina. Daar moest ik het mee doen. Het rook er wel fijn, naar opgedroogde dode vis.


Opeens durfde ik alleen te eten. Dat zegt iets over Zierikzee. In bijna geen enkele stad durf ik alleen te eten. Ik zwerf eindeloos langs restaurants en durf nergens naar binnen. Bang voor hoongelach. Het stigma van De Eenzame Man. Nu kon dat me opeens niets meer schelen. Ik kreeg iets onverzettelijks.


Onderweg naar het restaurant sprak ik mijzelf toe. 'Je bent 52 jaar en je hebt gewoon een vriendin. Je gaat niet in een donker hoekje zitten. In het licht, mannetje. En je gaat eten. En om je heen kijken. Je gaat lachen naar mensen aan andere tafeltjes en je gaat kordaat om de rekening vragen.'


En zo ging het. Ik zat midden in het restaurant. Alleen. Ik heb niet gedaan alsof ik op iemand zat te wachten. Ik heb zelfstandig een voorgerecht en een hoofdgerecht besteld. Ik durfde eten te laten staan. U had me moeten zien wenken om de rekening. Het was prachtig. Ik durfde alles. Midden in het restaurant deed ik mijn jas aan. Dat mocht iedereen zien. Ik vroeg waar het toilet was. Ze mochten weten dat ik moest pissen. Bij het verlaten van het restaurant knikte ik naar de bediening. Oh, echt, u had me moeten zien.


Ik ben er van overtuigd dat dit allemaal door Zierikzee kwam. Rust in mijn botten. Wind door mijn hoofd. Meer was niet nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.