Nexit: het volk mijden is ook gevaarlijk

Nexit

Wachten tot de anti-Europese storm overwaait, is volgens Dirk Jacob Nieuwboer een houding die Europa fataal kan worden.

Beeld Jasper Rietman

Je ziet het meteen al: de neiging om de kop heel diep in het zand te steken. 'Ik heb niet de indruk dat er nu in Nederland een grote belangstelling bestaat om daar een referendum over te houden', zei premier Rutte vrijdagochtend over een Nexit.

De schrik zit er goed in. Zonder Brexit was het al een hele klus om optimistisch te zijn over de Europese Unie. Nu die een feit is, krijgen eurosceptici in andere landen ook nog de wind in de zeilen. Een Brexit is tot daaraan toe.

Maar een Frexit, Dexit of Nexit zou wel eens echt het begin van het einde van de unie kunnen betekenen. De angst is groot voor een reeks nieuwe referenda, waarin het pro-Europese kamp opnieuw niet weet te overtuigen. Rutte kan met zijn quasi-achteloze reactie niet verhullen dat ­recente peilingen laten zien dat ongeveer eenderde tot een nipte meerderheid van de Nederlanders zo'n volksraadpleging best zou willen.

De vrees is begrijpelijk, want als er één land is dat weet hoe verdomd lastig het is om campagne te voeren vóór ­Europa dan is het Nederland wel. In 2005 was een ruime Kamermeerderheid voor de Europese Grondwet, maar stemde in een referendum 61,5 procent tegen. En onlangs nog liet een meerderheid weten niets te moeten hebben van het associatieverdrag van de EU met ­Oekraïne, na een campagne vol euroscepsis. Wie durft nog na die twee keer 'nee'? Wie wil riskeren dat het volk het opnieuw op de heupen krijgt en Nederland, nota bene een van de oprichters, uit de EU zou stemmen? Wie wil het risico lopen dat Nederland verantwoordelijk wordt voor de verdere onttakeling van de EU? Een betere vraag is wellicht: Wie durft te zeggen dat hij wél kan overtuigen?

Soeverein

Bij de campagneslogans van de vertrekkers kun je je alles voorstellen, ze zijn er zelfs al. 'Ik denk dat de kiezer graag een sterk en soeverein Nederland wil', zei PVV-leider Geert Wilders deze week in De Telegraaf. 'Wij willen de baas zijn over ons eigen land, over onze eigen grenzen en over ons eigen geld.'

Het is de eurosceptische variant van Yes, we can. Het is net als Obama's leus een enorme versimpeling, maar ook een ambitieuze, aantrekkelijke en in essentie positieve boodschap die verandering belooft. Wie kan hier tegen zijn? Wie wil er niet uitgaan van eigen kracht? De belofte van een schone lei, waarvan je ­misschien wel weet dat er ook allemaal lelijke krassen op komen, maar voorlopig is-ie nog zo lekker schoon.

Dan de voorstanders van de EU. Die moeten het opnemen voor een imperfecte constructie, waarvan je op zijn best kunt zeggen dat dit blijkbaar op dit moment het hoogst haalbare is. Wie nu een Europese Unie zou moeten ontwerpen, zou nooit met deze op de proppen zijn gekomen. Als je je erin verdiept, lukt het met enig geduld best te begrijpen waar het Europees Parlement wel en niet over gaat, wat de rol is van de ­Europese Commissie, waarom er dan ook nog een voorzitter van de Europese raad nodig is en waarom alle Europese leiders zo vaak tot diep in de nacht bij elkaar zitten te tobben. Maar wie dat doet, kan moeilijk anders dan tot de conclusie komen dat dit alles bij elkaar een behoorlijk ondoorgrondelijk geheel oplevert.

Initiatiefwet nodig

Volgens de referendumwet mag het Nederlandse volk zich alleen uitspreken over nieuwe wetten of verdragen. Bij het ­Oekraïnereferendum was dat het geval, maar voor een Nexit-referendum ontbreekt zo’n nieuwe wet. De Tweede Kamer zou daarom eerst een initiatiefwet moeten aannemen. Met een pro-Europese Kamermeerderheid lijkt die kans niet heel erg groot.

Karikatuur

Je wilt als burger van een democratisch land toch enigszins kunnen volgen wie de besluiten nemen die jouw leven beïnvloeden. En idealiter heb je ook nog de mogelijkheid om die besluiten enigszins bij te sturen. Door de mensen en partijen te kiezen met ideeën waar je vertrouwen in hebt. En ze bij verkiezingen te belonen of af te straffen voor hun prestaties.

Formeel zijn in Europa alle besluiten democratisch gedekt, in de praktijk wordt het democratisch tekort elke crisis voelbaarder. Voor zover dat eerder nog niet duidelijk was, hebben de financiële en eurocrisis laten zien hoe groot de invloed van Brussel is op ons leven. De karikatuur wil dat ze zich daar vooral bezighouden met de kromming van bananen. In werkelijkheid vallen daar de besluiten die rechtstreeks invloed hebben op ons werk, de inhoud van onze portemonnee, ons leven. Alleen al omdat er ook via begrotingsafspraken wordt bepaald hoeveel ruimte de nationale overheden hebben om het beleid aan te passen. En op al die beslissingen hebben de politici op wie we mogen stemmen, zeker uit de kleinere landen, maar zeer beperkte invloed. Het heeft weinig zin om ze weg te stemmen, omdat je weet dat hun opvolgers net zo weinig invloed hebben. In Nederland is je invloed op Europa ook nog eens verder verwaterd door moeizame coalitievorming in een versnipperde politiek.

Iedereen die voor de unie pleit, komt al gauw uit bij defensieve formules. De Britse komiek-presentator John Oliver maakte dat het best duidelijk toen hij in zijn Amerikaanse televisieshow een hartstochtelijk, hilarisch én herkenbaar pleidooi hield voor een Bremain. Ja, zei hij, de EU is 'ingewikkeld, bureaucratisch, ambitieus, arrogant en consequent irritant', maar de Britten 'zouden absoluut gek zijn als ze haar zouden verlaten'. Aan het einde van het programma klonk zijn voorstel voor een nieuw Europees volkslied: 'Fuck the European Union! Even though we must admit, we would all be batshit crazy if we vote for leaving it!'

De Britse komiek-presentator John Oliver.

Onvermijdelijk

Nettere varianten van zijn boodschap hoor je voortdurend langskomen in campagnes voor Europese referenda. Ook pro-Europese politici ontkomen er niet aan zich eurosceptisch te uiten. En niet alleen om populisten de wind uit de zeilen te nemen, ook omdat het totaal ongeloofwaardig zou zijn als ze de EU als het paradijs op aarde zouden afschilderen. Dan kom je al gauw uit bij: 'Ja, ideaal is het niet, maar zonder de ­Europese Unie zijn we nog veel slechter af.' Het is geen toeval dat er, ook weer in de Brexitcampagne, zo vaak met angstbeelden wordt gedreigd. Van lichten die uitgaan tot nieuwe oorlogen, alles is wel zo'n beetje langsgekomen.

'Ik vind het onvermijdelijk', zei de Brits-Nederlandse politicus Nick Clegg, voormalig vicepremier, in het Finan­cieele Dagblad over die doemscenario's. 'Degenen die de status quo overhoop willen halen, moeten uitleggen waarom het goed is wat zij voorstellen. Zij moeten maar vertellen waarom we een overeenkomst die al 41 jaar geldt, moeten opzeggen. Het is logisch dat het andere kamp, het kamp dat net als ik lid van de EU wil blijven dus, zegt: dit zijn de risico's en bewijs ons maar eens waarom die risico's er volgens jullie niet zijn.'

Zo komen pro-Europeanen, al logisch redenerend, in hun pleidooien vóór Europese samenwerking toch keer op keer uit op verbeten en defensieve waarschuwingen tégen verandering. Dat Keine ­Experimente klinkt bovendien weinig geloofwaardig, omdat de EU zelf één groot experiment is. Of was de euro niet een grote stap in het duister, waarbij enorme risico's bewust opzij werden ­geschoven?

Dus ja, enig begrip voor bange, aarzelende pro-Europese politici moet je wel hebben. Verplaats je je even in Nederlandse politici die moesten pleiten voor die Europese Grondwet en het associatieverdrag met Oekraïne en je begrijpt waarom zo weinigen dat met enthou­siasme deden. In beide gevallen waren die campagnes dan ook too little, too late.

Maar die gelaten, defaitistische houding is ook deel van het probleem. Terwijl de onvrede over de EU toeneemt, niet in het minst onder laagopgeleiden, en de eurosceptici blijven beuken tot ze instort, staan zij die haar moeten verdedigen angstig te wachten tot de storm overwaait. Tot gisteren hoopten ze dat er geen Brexit zou komen. Nu hopen ze dat de economie niet al te veel instort. En ondertussen bidden ze dat er vooral niet te veel immigranten komen, dat Griekenland niet opnieuw wegzinkt en dat er niet een al te linkse regering komt in Spanje die de euroregels ter discussie gaat stellen. Om maar een paar potentiële crises te noemen.

Risico

Twee keer is die houding in Nederland al afgestraft. Een derde keer zou fataal kunnen zijn. Pro-Europeanen kunnen nu ervoor kiezen alles uit de kast te halen om die derde keer te voorkomen. En wie naar Rutte luistert, ziet dat al gebeuren. Hij noemde het referendum 'volstrekt onverantwoord', net nu 'onze economie aan het herstellen is'.

Het is in Nederland moeilijk om een Nexit-referendum van de grond te krijgen, pro-Europese partijen hebben veel mogelijkheden om dat te voorkomen. Maar als ze dat doen, moeten ze wel ­beseffen dat die keuze de onvrede waarschijnlijk alleen nog maar groter zal ­maken.

Wie vindt dat de Europese Unie belangrijk en onmisbaar is, wie vindt dat een Nederlands vertrek ondenkbaar is, zou dat risico niet moeten willen nemen. De peilingen van de laatste jaren laten, ook midden in de eurocrisis, een brede steun zien onder de Nederlandse bevolking voor het EU-lidmaatschap. Als je vindt dat de EU zo belangrijk en onmisbaar is, als een Nederlands vertrek rampzalig zou zijn, dan moet je er alles aan doen om dat zo te houden. Daarbij past het niet om bang te zijn voor een referendum. Wie de EU de moeite waard vindt, kan zich er maar beter op gaan voorbereiden. En snel een beetje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.