Media in Verenigde Staten

New York Times gebruikt het woord ‘racistisch’ liever niet

Wat houdt de media in de VS bezig? De liberale krant The New York Times krijgt kritiek uit linkse hoek voor de huiver om Trump racistisch te noemen, merkt onze correspondent Michael Persson.

Beeld REUTERS

The New York Times ligt al langer onder vuur, van alle kanten, maar deze zomer barstte er ook een bom in de eigen gelederen. Na verschillende blunders moest de hoofd­redacteur tekst en uitleg komen geven aan zijn eigen redactie, en werd een sous-chef in Washington uit zijn functie gezet. Meer dan ­andere Amerikaanse kranten wordt de gerenommeerde ‘paper of record’ door zijn lezers geconfronteerd met zijn koppen en andere keuzes in het tijdperk-Trump. En daarbij zijn de verdeeldheid, onzekerheid en generatiekloof in het land ook de redactieburelen binnengeslopen.

De directe aanleiding voor de plenaire discussie met hoofdredacteur Dean Baquet, op 12 augustus, was een miskleun van een week eerder. ‘Trump Urges Unity Vs. Racism’, waren de woorden boven een stuk over de reactie van de president op de schietpartijen in El Paso en Dayton dat weekend. De kop dekte de lading van het onderliggende genuanceerde stuk maar zeer ten dele – want daarin gaf Trump vooral de mentale gesteldheid van de schutters de schuld en repte hij met geen woord over zijn eigen ophitsende uitspraken jegens immigranten, retoriek die weerklonk bij de schutter in El Paso.

De krant veranderde de kop in volgende edities, maar het kwaad was al geschied. Op sociale media gierden de oordelen.

Discussies

Hoe kon dit gebeuren? Baquet kwam met technische en organisatorische oorzaken, zoals de beperkte ruimte voor de kop en het feit dat de eindredacteuren pas ’s middags aan het werk gaan en zo de discussies over het nieuws missen, maar daarmee namen zijn verslaggevers geen genoegen.

‘Ik vraag me af wat de overkoepelende strategie is waarmee we deze regering verslaan en waarmee we door deze periode heen komen’, vroeg een van hen, volgens een naar website Slate gelekte opname van de bijeenkomst. Hij vreesde, met veel andere jongere en/of gekleurde collega’s, dat die ene kop een symptoom was van een veel dieper probleem: dat de regering-Trump niet kritisch genoeg wordt verslagen.

De eerste kop in de krant, die veel discussie losmaakte.

Want waarom, vroegen de verslaggevers, schreven we bijvoorbeeld niet gewoon dat het racistisch was, toen Trump zei dat vier gekleurde volksvertegenwoordigers terug moesten naar hun eigen land? ‘Ik vind het veel sterker om Trump te citeren en dat in perspectief te zetten, dan om dat woord te gebruiken’, zei Baquet.

Toen wees iemand hem op een artikel uit 1957, waarin werd beschreven hoe witte mannen en vrouwen in Arkansas zwarte leerlingen wilden tegenhouden die een witte school wilden binnengaan. Ze werden gewoon racistisch genoemd. ‘Dat was bot, krachtig, simpel, direct. Ik vroeg me af of we dat ooit weer zo zouden kunnen doen.’

Natuurlijk, zei Baquet. ‘Ik denk dat niemand de term racistisch in die scène had kunnen vermijden.’

Dat was een merkwaardige spagaat. In Trumps geval was ‘racistisch’ kennelijk niet krachtig genoeg, maar in dat historische voorbeeld juist onvermijdelijk, vanwege de kracht.

Baquet zei het etiket ‘racistisch’ te willen vermijden. Maar dat redacteuren vervolgens hun toevlucht namen tot eufemistische kwalificaties zoals ‘raciaal gekleurd’ of ‘raciaal geladen’, vindt hij helemaal ‘half-assed’. ‘Je moet óf de scène beschrijven óf het woord gebruiken als het moment daar is.’ Maar dat moment is volgens hem dus nog niet gekomen.

Voor progressieve lezers maakt de Times zich daarmee medeplichtig aan trumpisme. De verdenkingen begonnen met de grote aandacht voor de e-mails van Hillary Clinton en het bagatelliseren van de Russische banden van Trump, vlak voor de verkiezingen, en is sindsdien steeds verder gevoed door soms welwillende verhalen uit het Witte Huis, die worden weggezet als ‘access-journalism’. Dat de krant ook geweldige onderzoeksverhalen heeft gepubliceerd, neemt die verdenking niet weg.

‘Kom op zeg’

Het helpt ook niet dat Jonathan Weisman, een van de bazen van de redactie in Washington, eind juli iets merkwaardigs twitterde over enkele gekleurde Democratische volksvertegenwoordigers. ‘Zeggen dat Rashida Tlaib (Detroit) en Ilhan Omar (Minneapolis) uit het Midden-Westen komen is hetzelfde als zeggen dat Lloyd Doggett (Austin) en John Lewis (Atlanta) uit het Diepe Zuiden komen. Kom op zeg.’

Dat werd al als racistisch gezien, en daarna verslikte hij zich ook nog door te suggereren dat een bruine kandidaat-politica niet bruin was. Toen de (gekleurde) schrijfster Roxane Gay, tevens opinie-auteur voor de Times, daar iets over zei, eiste hij van haar een ‘enorm excuus’. Volgens zijn werkgever getuigde dit alles van een ‘serieus gebrek aan beoordelingsvermogen’. Het leidde tot een demotie en een verbod zich nog op sociale media te begeven.

Baquet, zelf een zwarte Amerikaan uit New Orleans, kwam uiteindelijk tot een onthullend eerlijke conclusie. ‘We kunnen veel beter. Ik denk dat we het land beter kunnen begrijpen. Hoe schrijven we over rassen op een inzichtelijke manier, iets dat we lange tijd niet hebben gedaan? Veel van deze dingen zijn pas zes, zeven weken geleden opgedoken. Het verhaal is veranderd, na het Mueller-rapport. We zijn een beetje verrast. Dit is geen verhaal meer waarbij de redactie in Washington elke week een gigantische onthulling produceert. We hebben andere spieren nodig. De komende weken gaan we uitzoeken welke spieren dat zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden