Nettenboetsters en dromers ontmoeten elkaar in Katwijk

De oude kerk aan de boulevard van Katwijk licht in het zonlicht nog net zo helwit op als op de oude schilderijen....

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

KATWIJK

Als een argeloze schilder nu in Katwijk zou neerstrijken, zal de drang om het dorpsleven met penseelstreken vast te leggen waarschijnlijk niet groot zijn. Op het strand zullen de uitspanningen met hun ligbedden en windschermen hem niet inspireren en ook voor het straatleven in het centrum hoeft hij niet meer naar Katwijk te gaan.

Rondom de eeuwwisseling kwamen de schilders echter wel in groten getale naar het dorp aan de Zuidhollandse kust. Op foto's uit die tijd is te zien hoe de heren elkaar soms met hun schildersezels verdrongen aan de vloedlijn. De boten op het strand, de witte kerk en de vuurbaak, de vrouwen en mannen in klederdracht, hun harde bestaan, het was één grote inspiratiebron voor kunstenaars die het échte leven wilden vastleggen.

In het Katwijks museum is tot eind september te zien hoe de ongeveer negenhonderd Hollandse en buitenlandse kunstenaars die in de loop der eeuwen in de vissersplaats neerstreken het dorp en zijn inwoners hebben getekend en geschilderd.

De vissersvrouwen kloppen weliswaar niet meer op het raampje in de werkkamer van reder Meerburg om te vragen of er al nieuws is van hun mannen of om een voorschot te vragen als deze te lang op zee blijven. Maar door de expositie herleeft Katwijk in het oude redershuis van de familie Meerburg wel één zomer lang als het vissers- én kunstenaarsdorp dat het ooit was.

De oudste werken op de tentoonstelling dateren uit de zeventiende eeuw. Bovenaan een tekening uit 1650 die op de tentoonstelling de titel draagt Het strand te Katwijk heeft de Belgische kunstenaar Jan Peeters in eigen handschrift gezet hoe het dorp toen heette: Cadwijck op Zee. Daaronder staan, in fijne potloodlijntjes, huizen verscholen in de duinen, figuurtjes op het strand en een schuit die op het zand wordt getrokken terwijl een andere boot met bolle zeilen aan komt varen.

Wat Peeters toen vastlegde, keert in de eeuwen na hem op velerlei manieren terug. In pen of olieverf, minutieus of met grove streken, naar de werkelijkheid of geromantiseerd.

Van dat laatste is het schilderij uit de eerste helft van de negentiende eeuw van Nicolaas Johannes Roosenboom een voorbeeld: donkere, dreigende onweerswolken die samenpakken boven het strand waar de zeilen van een tweetal bomschuiten en de witte mutsen van de vissersvrouwen oplichten in het laatste licht voordat de bui losbarst.

In de tweede helft van de vorige eeuw werden de schilders meer en meer gegrepen door de werkelijkheid van alledag. De kunstenaars die zich door Katwijk lieten inspireren, schilderden niet alleen meer de schijnbare idylle op het strand, maar ook de andere kanten van het leven in het vissersdorp.

De Belg Félix Cogen maakte een groot olieverfschilderij waarop een statige man brood uitdeelt aan de weduwen, grote vrouwen met verweerde hoofden.

Jozef Israëls begon in 1856 met potloodschetsen van Katwijkse naaistertjes. Het beroemde olieverfschilderij dat hij daarvan maakte, is niet aanwezig op de tentoonstelling. Maar wel een aquarel met hetzelfde onderwerp, De Naaischool te Katwijk. Negen vrouwen en meisjes, elk bezig met hun eigen naaiwerkje. Collegaschilder Max Liebermann, wiens Katwijkse Nettenboetsters alleen als ets op de tentoonstelling aanwezig is, schreef in een essay: 'Israëls schilderkunst is een tot kleur geworden gedicht: een simpel volkslied, kinderlijk, in bijbelse zin eenvoudig, het is niets dan gevoel en nog eens gevoel.' Israëls grote schilderij Vissersmeisje op het strand, dat wel in Katwijk is te zien, straalt diezelfde poëtische stilte uit.

Compleet anders van kleur en uitstraling is het werk van Jan Toorop, ook al een schilder die in Katwijk actief was. Daar waar de overige schilderijen op de expositie veelal zacht van kleur zijn, knalt Toorops doek Dorpelwachters van de Zee de ruimte in. Felle kleuren in tot strepen verworden punten op het linnen gezet, twee grote mannen die als het ware recht in de lens kijken, achter hen de zee en naast hen - bijna van het doek afvallend - een vrouw die haar kind vasthoudt. Het was 1901, er brak duidelijk een nieuwe tijd aan.

In een brief aan een vriend omschreef Israëls dit schilderij als: 'Twee oude mannen in zee turend, buiten de wrijvingen van de wereld.' Het vreemde is dat de twee niet over zee uitkijken. Dat doen wel de twee oude mannen die Toorop in zwart krijt heeft getekend. Angstaanjagende koppen. Het werk heet formeel Les Calvinistes de Catwijck of Hel en Twijfel of Oude bijgelovige Dromers. Voor iedere kijker wat wils moet Toorop hebben gedacht.

De kunstenaars deden niet alleen inspiratie op in Katwijk. Ze zetten zich ook in voor het vissersdorp. Zo hielden ze in 1886 in Hotel Brakke Grond aan de Nes in Amsterdam een schilderijenveiling. De uitnodiging ervoor was in het Frans gesteld. De opbrengst was bestemd voor het behoud van de Oude Kerk, het gebouw dat op zoveel van hun schilderijen figureerde.

Katwijk in de Schilderkunst. Katwijks Museum. T/m 30 september, van dinsdag tot en met zaterdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden