Net zo lief thuis, in Zeeland

Het twintigste deel van het dagboek van Hans Warren (1921-2001) is een feest van vertrouwdheid...

Ed Schilders

Iedere dagboekschrijver heeft recht op zijn dagelijks ritme. Samuel Pepys begon zijn journaal vaak met ‘Up, and to the office’, en zijn favoriete zinnetje om de dag te sluiten was ‘And so to bed.’ Hans Warren (1921-2001) geeft in het essay Het dagboek als kunstvorm een mooi voorbeeld uit het dagboek van Ignatius van Loyola. Die kon geen heilige mis bezoeken of hij noteerde: ‘Veel tranen tijdens de mis; na de mis tranen.’ Drie, vier keer per week. Zoiets gaat ‘fascineren in al zijn consequentheid’, schrijft Warren, maar me dunkt dat het ook de consequentie is van elk autobiografisch geschrift van buitengewone proporties.

In het leven van Hans Warren, zoals opgetekend in het twintigste deel van Geheim dagboek (1996-1998), vormt ‘het uitstapje’ zo’n fascinerend periodiek patroon; om de twee tot drie weken moet het gehouden worden: ‘het vermaledijde uitstapje’. Als Warren de dag laat beginnen met ‘Ik schrok’, dan is het weer zover: zijn veel jongere levenspartner, Mario Molegraaf, wil naar een tentoonstelling in Parijs of Aken of naar het landschap van de Ardennen. Terwijl Warren het liefst in hun huisje bij Kloetinge zou blijven. Hij is slecht ter been, heeft problemen met de stoelgang, en vindt een rondje langs mooie Zeeuwse plekjes eigenlijk genoeg vertier. Ruzie. ‘‘Het is helemaal afgelopen tussen ons,’ tierde hij. En ik: ‘Graag!’’ Door de herhalingen krijgt het ook wel iets komisch, de humor van de sitcom. Maar ze gaan door, en wat volgt verloopt ook via min of meer vaste patronen. Warren beschrijft de tentoonstelling uitvoerig en met kennis van zaken, heeft vaak zeer genoten, en de dag wordt besloten in een met zorg gekozen restaurant. And so to bed.

Veel herhaling dus, met een zekere mate van voorspelbaarheid als gevolg. Toch is dat niet méér van hetzelfde in de negatieve betekenis, wel in de zin dat het leven per definitie volgens vaste patronen geleefd wordt. ‘Consequent geleefd’, zou Warren zeggen. Je kunt dat saai vinden, maar ook een feest van vertrouwdheid. Het is de kracht en tegelijk het noodlot van elke gedetailleerde autobiografie in welke vorm dan ook. Het gevolg is dat megadocumenten als die van Samuel Pepys, Giacomo Casanova, de gebroeders de Goncourt, en Frédéric Amiel meestal niet in de boekenkast staan in hun volle omvang maar in verkorte uitgaven, door redacteuren ontdaan van al dat opstaan en slapengaan. Nu het Geheim Dagboek nog maar drie levensjaren te gaan heeft, nadert ook voor Warren waarschijnlijk het moment van de verkorte uitgave. Het bijzondere is echter dat hij de omgekeerde weg heeft kunnen, en durven bewandelen. Een dagboek van die omvang dat al bij het leven van de auteur voor het grotere deel in druk verscheen, ik ken het niet.

Opzienbarend kan het twintigste deel van een dagboek onmogelijk zijn, wel een waardig vervolg. Warren figureert als vanouds in de vele gedaanten waarmee de vaste volgers van zijn leven vertrouwd zijn geraakt. De natuurliefhebber met een hang naar afzondering. De gourmand, de verzamelaar en kenner van etnografica. Een estheet, aandoenlijk negatief over zijn literaire verdiensten: ‘Ik weet dat ik in de Nederlandse literatuur nauwelijks meetel.’ Altijd onzeker over zijn relatie met Molegraaf. En soms de sluwe Warren, die zelf voorstelt een uitstapje te maken. Maar alleen om een nog groter gevaar af te wenden: ‘De dreiging van minstens twee weken Griekenland in oktober.’Ed Schilders

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden