Reportage Libië

Net op tijd ontkwamen ze uit Libië. Nu wachten honderden migranten tot het Westen hen komt halen

Met de laatste VN-vlucht uit Libië voordat de strijd er oplaaide werden zij geëvacueerd. Nu wachten honderden vluchtelingen in de brandende hitte in Niger om te worden opgehaald door westerse landen, terwijl hun vrienden nog vastzitten in de Libische detentiecentra. ‘We horen de geweerschoten door de telefoon.’

‘Ik ben zo blij dat we hier zijn, dat we veilig uit Libië zijn gekomen. Dat ik weer met mijn vrouw ben en hier samen met haar kan zijn’, zegt de Somalische Ibrahim als hij haar tegen zich aantrekt. Hij wijst naar de witte tent achter zich die nu hun voorlopige thuis is. Binnen staat een fleurig opgemaakt tweepersoonsbed, voor de tent heeft hij met kartonnen dozen en rieten matten een veranda gemaakt die hen moet beschermen tegen de brandende zon in de woestijn van Niger. Een piepklein vers geplant boompje biedt na de regentijd hopelijk meer schaduw.

Ibrahim (22) en zijn vrouw Hamda werden in Libië een jaar gescheiden van elkaar vastgehouden door smokkelaars en regeringstroepen. Toen ze elkaar eindelijk hervonden om samen in een bootje de Middellandse Zee op te gaan, werden ze opgepakt door de Libische kustwacht en weer gescheiden van elkaar naar een detentiekamp gebracht. Daar bleek de situatie niet beter dan in de martelkampen van de smokkelaars. ‘Ik moest bukken om als tafeltje te dienen voor de bewakers als ze gingen eten’, vertelt Ibrahim. En ze lieten ons voor de lol de hele dag stenen dragen. De volgende dag moesten we ze weer terugsjouwen.’

Het Somalische echtpaar heeft geluk gehad. Zij werden begin maart geëvacueerd met de laatste vlucht uit Libië door de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. De volgende evacuatie van 150 vluchtelingen uit Tripoli stond gepland voor aankomende donderdag, maar nu vorige week de strijd om de ­Libische hoofdstad is losgebarsten en ook het vliegveld is gebombardeerd, weet niemand wanneer de volgende groep vluchtelingen uit Libië kan worden bevrijd.

‘Als dieren doorverkocht’

In dit zogeheten transitkamp bij Hamdallaye, een plaatsje 40 kilometer ten noorden van hoofdstad Niamey in the middle of nowhere, maakt iedereen zich zorgen over vrienden en lotgenoten die ze hebben achtergelaten in de Libische detentiekampen. ‘Gisteren sprak ik een vriend. Ze zijn bang en krijgen geen eten meer. Ik hoorde geweerschoten door de telefoon’, zegt de uit Darfur afkomstige Ibrahim Ahmed Bashir bezorgd.

Omstanders tussen de witte tenten in het woestijnzand knikken bevestigend. Ook zij maken zich zorgen. ‘Je hebt geen idee waar die Libiërs toe in staat zijn. Ze kennen geen medemenselijkheid’, zegt de Somalische Abdirizak Abdikasim Serar. ‘Ze hebben ons gemarteld, vernederd, als dieren doorverkocht en uitgebuit. Mijn vrouw is meer dan tien keer misbruikt.’ Geëmotioneerd vertelt hij verder. ‘Het is heel erg om te weten wat haar is overkomen. Elke keer als we naast elkaar liggen denk ik eraan. Ik hou van haar. Ik weet dat het niet haar schuld is, maar ik denk: in naam van Allah, wie doet zoiets?’

De 440 bewoners van het splinternieuwe kamp bij Hamdallaye zijn allen geëvacueerd uit Libië en wachten nu in Niger bij een ondraaglijke temperatuur van 48 graden Celsius totdat westerse landen hen komen ophalen als erkende vluchteling. Dit Emergency Evacuation Transit Mechanism (ETM) werd door de UNHCR opgezet nadat beelden van de Amerikaanse zender CNN de wereld over waren gegaan waarop te zien was hoe Afrikaanse migranten in Libië per opbod werden verkocht op slavenmarkten. Tijdens een migratietop in 2017 besloten de Europese Unie en de Afrikaanse Unie niet langer weg te kijken en een grootscheepse evacuatie in gang te zetten.

Erkende vluchtelingen

Sinds 2017 zijn ruim 2.600 vluchtelingen van Tripoli naar Niger overgebracht, in de detentiecentra van de – vooralsnog – officiële regering van Tripoli wachten nog zo’n vijfduizend migranten op bevrijding. Elders in het land worden nog tienduizenden ­migranten vastgehouden door smokkelaars en milities, waar hulporganisaties geen toegang toe hebben. De erkende vluchtelingen van de UNHCR komen vooral uit Eritrea, Somalië, Ethiopië en Soedan, de meeste andere nationaliteiten worden beschouwd als arbeidsmigrant. Zij kunnen gebruik maken van het vrijwillige terugkeerprogramma van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) dat eveneens door de Europese Unie wordt gefinancierd.

Vanuit Niger zijn tot nog toe naar schatting 1.300 vluchtelingen vertrokken naar veilige landen als Frankrijk, Zweden, Duitsland, Groot-Brittannië, Amerika, België en Zweden. Op papier liggen nog eens vierduizend uitnodigingen klaar, waarvan Frankrijk met duizend aanbiedingen zich het meest ruimhartig toont. Nederland heeft 27 vluchtelingen opgenomen en komt volgende maand naar Niger om een volgende lichting van 50 te selecteren, waarbij de voorkeur uitgaat naar Eritreeërs. Eigenlijk had de IND al in november vorig jaar moeten komen, maar dat bezoek werd steeds uitgesteld.

‘Het schiet zo niet erg op’, geeft Alessandra Morelli, hoofd van UNHCR in Niger, toe. Ze wijt het deels aan de Libiërs, die niet meewerken om hulpverleners toegang te geven tot de detentiecentra. Maar het is duidelijk dat ze de Europese lidstaten niet voor het hoofd wil stoten. Ze legt daarom liever de nadruk op deze ‘unieke vorm van solidariteit’. ‘Dat zoveel landen zich hebben gecommitteerd aan dit programma toont dat er nog empathie en medemenselijkheid in de wereld bestaat, dat we slavernij en andere vormen van ­onderdrukking en straffeloosheid niet accepteren.’ Ook de medewerking van Niger, dat toestaat dat evacués uit Libië hun uiteindelijke bestemming in het land mogen afwachten, is volgens Morelli een wereldwijd unicum.

Elektroshocks

De Italiaanse doet wel een emotionele oproep aan landen om meer haast te maken met het ophalen van vluchtelingen en vooral meer minderjarige asielzoekers uit Libië op te nemen. ‘Er zitten zeshonderd minderjarigen in de Libische detentiecentra, tieners zijn het. Hier in Niger hebben we een jongetje van 13 jaar die zijn hele familie voor zijn ogen heeft zien verdrinken. Hij hoorde met dertig anderen bij de overlevenden van een boot met 150 migranten. Na uren dobberen werd hij door de Libische kustwacht gered. Maar in plaats van dat hij een deken van medeleven over zich heen kreeg, werd hij in een detentiecentrum gegooid waar hij werd gemarteld en elektroshocks kreeg toegediend, voor de grap. Als ik het kon, zou ik hem zelf adopteren’, roept ze theatraal.

Het team van psychologen dat de Italiaanse hulporganisatie Coopi dagelijks naar het transitkamp stuurt, heeft zijn handen vol aan de getraumatiseerde vluchtelingen uit Libië. ‘Mensen zijn gebroken door wat hun is overkomen. Als je maar lang genoeg wordt gemarteld en vernederd, ga je geloven dat je niets meer waard bent’, zegt psycholoog Ibrahim Moussa. Vrijwel iedereen die arriveert heeft symptomen van posttraumatische stress. ‘Ze slapen niet, piekeren, huilen veel, vertonen agressief gedrag of isoleren zichzelf. Veel mensen blijven maar malen en denken dat ze nog steeds gevangen zitten.’

De Eritrese Betrom Kidanay (22) meldt zich deze ochtend met hoofdpijn bij de kampkliniek van Coopi. Te veel ellende meegemaakt, zo luidt zijn eigen diagnose. ‘Ik heb drie jaar vastgezeten. Er waren dagen dat je geen zonlicht zag, geen frisse lucht kon inademen. De bewakers werden betaald om ons te verhandelen. Vaak werden we ineens ontvoerd en weer ergens heen gebracht om te werken. We kregen er nooit geld voor. Veel van onze vrienden die ’s nachts zijn ontvoerd zagen we nooit meer terug.’

Zijn vriend Amanuel laat een filmpje zien van hun mislukte poging Libië te verlaten met een gammele rubber boot. De motor stopte ermee, na een noodoproep kwam de Libische kustwacht. ‘We hebben vier uur liggen dobberen voor ze kwamen en toen staken ze onze boot lek om ons te dwingen aan boord te komen. Toen mensen zich realiseerden dat ze terug moesten naar Libië, sprongen ze in paniek in het water. Liever dood dan terug naar die hel. Vier mensen zijn verdronken.’

Impasse op zee

Hulporganisaties verzetten zich al jaren tegen de Europese steun aan de Libische kustwacht. Nu de oorlog in Libië opnieuw is opgelaaid, dreigt er op de Middellandse Zee opnieuw een impasse. Er varen nauwelijks meer reddingsschepen van hulporganisaties voor de kust van Libië omdat Italië zijn havens definitief heeft gesloten. De Europese grensorganisatie Frontex kondigde vorige maand ook aan de reddingsoperaties te staken. Migranten die nu nog de gok wagen om de zee op te gaan, zijn dus overgeleverd aan de ­Libiërs. ‘Wat er nu gaat gebeuren, weet niemand’, verzucht een woordvoerster van UNHCR. ‘We kunnen alleen maar hopen dat onze mensen in Tripoli een creatieve manier vinden om vluchtelingen daar weg te krijgen.’

De Eritreeërs Betrom en Amanuel hebben al gehoord dat ze naar Frankrijk mogen. Wanneer is nog de vraag. ‘Merci’, roept Bertrom enthousiast bij het afscheid in de kliniek. Hij wil zo snel mogelijk de taal leren. ‘Hier zijn geen boeken, maar zodra ik daar ben ren ik naar de winkel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.