Net niet naar Rio

De aanmeldingstermijn voor de Olympische Spelen sluit vandaag. Daarmee zijn de eerste verliezers officieel bekend: de sporters die zich niet hebben geplaatst. Vier jaar arbeid is tevergeefs, soms vanwege een fractie van een seconde, een luttele centimeter of een ongecontroleerde beweging.

Thijmen Kupers uitgeput na de 800 meter op het EK Atletiek in het Olympisch Stadion.Beeld anp

0,05 seconde

Thijmen Kupers, 800m. atletiek

Tot tweemaal toe kwam Thijmen Kupers op de 800 meter tot vlak bij de olympische limiet van 1.45,20. Vorig jaar strandde hij bij de NK atletiek, ondanks de hulp van een bevriende tempomaker, op 0,08 seconde van de vereiste tijd. Exact een jaar later, ditmaal zonder 'haas', was zijn lot nog pijnlijker. Na een lange solo bleef hij steken op 0,05 seconde. Aanvankelijk leek het de Groningse student bewegingswetenschappen wei­­nig te deren. De EK atletiek stond nog op het programma. Hij verklaarde opgewekt dat hij een medaille in Amsterdam hoger aansloeg dan een olympisch startbewijs. De koninklijke weg naar Rio had hij ook in gedachten: in de EK-finale een medaille veroveren en tegelijkertijd de limiet slechten. Kupers bleef steken in die bravoure. In de finale moest hij boeten voor de onbesuisde aanvalsdrang die in de twee voorronden wel had gewerkt. Na ruim 600 meter kopwerk werd hij genadeloos voorbij gesprint. Met de zesde plaats, in 1.46,67, verspeelde hij een medaille én een olympisch startbewijs. Hoe hard hij had moeten lopen, was voor iedereen zichtbaar. De Poolse winnaar Kszczot, die ruim tien meter voor hem lag, dook met zijn 1.45,18 net onder de Nederlandse limiet: 0,02 seconde.

Beeld Henk Jan Dijks

1 doelpunt

Waterpoloers

Toen bondscoach Robin van Galen in juni nog eens verhaalde van de manier waarop zijn waterpoloteam in april het olympische ticket voor Rio miste, kreeg hij het alsnog te kwaad. Hij stond te snotteren voor een groot gehoor bij een sponsorbijeenkomst te Leusden. Niemand vond het vreemd, iedereen wist dat de man daar op het podium pijn had geleden. Zijn mannenteam, een outsider, faalde in de laatste tellen van het olympisch kwalificatietoernooi in het Italiaanse Triëst.

Nederland leidde in de beslissende vierde periode met twee treffers verschil (7-5). Toen begon Luuk Gielen de verdediging van de Franse midvoor Camarasa te verwaarlozen. De midvoor scoorde driemaal (7-8). Daarna maakte Lindhout nog gelijk (8-8), zodat het uitdraaide op een strafworpenserie.

Die had Nederland nooit hoeven te verliezen, maar topschutter Gielen miste toen de nationale ploeg één treffer verschil had met de Fransen. Bij de vijfde pingel (stand 3-3) miste aanvoerder Roeland Spijker. Dat falen werd door Frankrijk afgestraft.

Beeld Orange Pictures

0,3 seconde

Hugo Haak, baanwielrennen

Hugo Haak uit Nieuwegein was vorig jaar nog Europees kampioen op de teamsprint. In maart maakte hij deel uit van het Nederlandse trio dat in Londen het WK-zilver greep op de aflossing over 750 meter. Vorige week kwam op de houten wielerbaan van Roubaix vast te staan dat Haak (24) geen deel zal uitmaken van het viertal Nederlandse baansprinters voor Rio .

Haak was op positie 3 (de man die van 500 naar 750 meter sprint) drietiende van een seconde langzamer dan Matthijs Büchli en Theo Bos. De ervaren Bos (32) bleef moeiteloos overeind op de twee testdagen. Hij is de man die vertrouwen uitstraalt. Büchli, keirinspecialist, bleek ook sneller dan Haak, die aan het eind van de dag, na acht ritten, wist hoe het erbij stond.

Toen bondscoach René Wolff zijn renners apart nam om hun de resultaten van de tests te vertellen (het verschil was maar drietiende, aldus technisch directeur Thorwald Veneberg), had Haak zijn bagage uit het hotel al meegenomen. Hij wist hoe laat het was. Als eerste verliet hij Roubaix. De concurrentie van Theo Bos, in december teruggekeerd, was hem te veel geworden.

Beeld Nederlandse Freelancers

8 seconden

Michel Butter, marathon atletiek

Op een regenachtige najaarsdag in de herfst van 2015 bleef Michel Butter op 8 seconden steken van de olympische limiet van 2.11 uur. Omgerekend liep hij per kilometer 0,19 seconde te langzaam. De pijn van die geringe marge drong pas goed tot de beste marathonloper van Nederland door toen hij vanwege een blessure voortijdig moest afzien van zijn tweede en laatste limietpoging, dit voorjaar. De eens zo aantrekkelijk ogende richttijd, een volle minuut langzamer dan de 2.10 die vier jaar geleden voor de Spelen van Londen had gegolden, bleek een genadeloze scherprechter.

Zijn enige hoop was nog een wervelend optreden bij de EK atletiek, op de halve marathon. Als hij die in een toptijd kon volbrengen, dan zou NOC*NSF-topman Maurits Hendriks mogelijk clementie tonen (al zou dat in tegenspraak zijn met Hendriks' karakter).

Maar in de halve marathon eindigde Butter als 26ste, in 1.05.24. Hij had kunnen betogen dat hij er op het heuvelachtige stratenparcours in was geslaagd in het tempo van de limiet te lopen. Tweemaal 1.05.24 levert immers 2.10.48 op, sneller dus dan 2.11. Maar hij zag het nutteloze van die poging meteen na de eindstreep al in. De nummer 26 van Europa vindt nergens gehoor.

Tot tweemaal toe kwam Thijmen Kupers op de 800 meter tot vlak bij de olympische limiet van 1.45,20. Vorig jaar strandde hij bij de NK atletiek, ondanks de hulp van een bevriende tempomaker, op 0,08 seconde van de vereiste tijd. Exact een jaar later, ditmaal zonder 'haas', was zijn lot nog pijnlijker. Na een lange solo bleef hij steken op 0,05 seconde.

Aanvankelijk leek het de Groningse student bewegingswetenschappen weinig te deren. De EK atletiek stond nog op het programma. Hij verklaarde opgewekt dat hij een medaille in Amsterdam hoger aansloeg dan een olympisch startbewijs. De koninklijke weg naar Rio had hij ook in gedachten: in de EK-finale een medaille veroveren en tegelijkertijd de limiet slechten.

Beeld Jan Kok

Kupers bleef steken in die bravoure. In de finale moest hij boeten voor de onbesuisde aanvalsdrang die in de twee voorronden wel had gewerkt. Na ruim 600 meter kopwerk werd hij genadeloos voorbij gesprint. Met de zesde plaats, in 1.46,67, verspeelde hij een medaille én een olympisch startbewijs.

Hoe hard hij had moeten lopen, was voor iedereen zichtbaar. De Poolse winnaar Kszczot, die ruim tien meter voor hem lag, dook met zijn 1.45,18 net onder de Nederlandse limiet: 0,02 seconde.

0,74 seconde

Joost Reijns, zwemmen

Joost Reijns werd vorig jaar in Kazan vicewereldkampioen op de 4 x 100 meter vrije slag gemengd. Het waren grote dagen in zijn zwemloopbaan, die een enorme knik kreeg toen in 2011 teelbalkanker bij hem werd ontdekt. Hij miste de Spelen van 2012 in Londen en zwoer in 2016 in Rio van de partij te zijn. Toen het Nederlandse zwemmen in de jaren na 2012 een estafetteploeg voor de 4 x 200 meter vrije slag vormde, aanvankelijk met Reijns in de basisopstelling, leek zijn droom uit te komen.

Het mocht niet zo zijn voor de 29-jarige reus uit Grootebroek. Vorig jaar zwom hij met zijn 4 x 200 nog de finale van de WK, waarin Nederland zevende werd. Toen Maarten Brzoskowski zich van specialist op de 1.500 meter omschoolde naar de 400 en 200, werd het lastiger.

De opkomst van de tien jaar jongere Ben Schwietert deed de zaak voor Reijns kantelen. In de finale van de Europese titelstrijd haalde het team met kopman Verschuren, tweede man Brzoskowski, volhouder Stolk en startzwemmer Dion Dreesens het goud. Voor Reijns zat er niet meer in dan te strijden om de positie van olympische reserve. Twee weken geleden zwommen Schwietert en hij om die vijfde plaats in het team voor Rio de Janeiro. En dat gevecht won Schwietert.

Beeld anp

Op één honderdste tel

Wellicht vinden de Nederlandse afvallers voor Rio de Janeiro troost in het ontbreken van enkele buitenlandse olympisch kampioenen. Die liepen zich stuk op een nog veel kleinere marge: 0,01 seconde.

0,01
Niemand liep de 100 meter zo vaak onder de 10 seconden als oud-wereldrecordhouder Asafa Powell: 95 maal. Bij de Jamaicaanse trials lukte dat juist niet. Hij werd vierde in 10,03 en ontbreekt in Rio de Janeiro op de 100 meter. Hij was 0,01 seconde te langzaam.

0,01
Tot een duel tussen Dafne Schippers en Allyson Felix zal het in Rio niet komen. De regerend olympisch kampioene en drievoudig wereldkampioene op de 200 meter plaatste zich wel voor de 400meter, maar liep op haar beste afstand een startbewijs mis. Ze werd vierde op de Amerikaanse trials, op 0,01 seconde van de limiet.

0,01
Met de donornier van een oudere zus hoopte wereldrecordhouder hordenlopen Aries Merritt te bewijzen dat sommige medische patiënten tot bijzondere prestaties in staat zijn. Hij wilde zijn olympische titel in Rio prolongeren, maar greep bij de Amerikaanse trials net naast een startbewijs. Het scheelde 0,01 seconde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden