Net drama van meester en minnaar ***

Een smetteloze productie over de op- en ondergang van een genie en zijn maestro - maar je raken?

Theater


***


Vaslav naar de roman van Arthur Japin, door DeLaMar Producties, regie Gijs de Lange


16/3, DeLaMar Theater, Amsterdam; daar t/m 30/4. delamar.nl


Een man komt op vanuit de zaal. Het is Jeroen Krabbé in een lange, zwarte mantel afgezet met bont. Hij speelt Diaghilev in de voorstelling Vaslav. Al pratend loopt hij het podium op, dat helemaal leeg en wit is, een kale ruimte. 'Ik begin altijd op dezelfde manier, ik begin altijd met niets', zegt hij. Kunst begint met niets en dan volgt de inhoud. En voor die inhoud zorgt hij: Sergej Diaghilev. Russisch impresario en kunstmecenas. Oprichter van het befaamde Ballets Russes en ontdekker van Vaslav Nijinski, de grootste danser van de 20ste eeuw.


Meester en leerling waren ze, Diaghilev en Nijinski, en minnaars. Met legendarische producties als L'après-midi d'un faune en Le sacre du printemps zorgden zij voor een revolutie in de balletcultuur; componisten als Debussy en Stravinsky, kunstenaars als Picasso en Braque wisten ze aan zich te binden. Arthur Japin schreef in 2010 de roman Vaslav waarin hij het verhaal van de twee mannen en daarmee van een belangrijk hoofdstuk vertelde in de 20ste-eeuwse kunstgeschiedenis. Een mooi boek, vooral door het wisselende vertelperspectief en het gebruik van geromantiseerde fictie. Knecht Peter komt aan het woord, net als Diaghilev zelf en Nijinski's vrouw Romola.


De toneelversie daarvan, door Japin zelf geschreven, begint op 19 januari 1919, de dag waarop Nijinski, na jaren niet te hebben opgetreden, nog één keer zal dansen. Het zal ook de laatste keer worden. 'Nu is het kleine paardje moe', dat waren op die dag zijn laatste woorden, daarna heeft hij dertig jaar niet meer gesproken. Die 19de januari is ook de dag dat Diaghilev hoopt op een verzoening met de danser en minnaar die hem heeft afgewezen. Vanuit dit dramatische vertrekpunt vertelt de voorstelling in vogelvlucht en in schetsmatige scènes de opkomst en ondergang van een genie en zijn maestro.


Smetteloos - dat is het woord dat nog het best past op deze productie van het DeLaMar Theater. In regie van Gijs de Lange (die de opgestapte Paul Eenens onlangs verving) is het allemaal perfect geproduceerd, voorbeeldig in aankleding, decor en licht, met fraaie historische beelden van de echte Nijinski. Maar zonder kloppend hart, zonder zinderende ziel, geen waanzin, geen smetje. Er wordt gehuild en gezoend en omarmd, maar het raakt niet.


De billen van Maarten Heijmans (Nijinski) mogen vormtechnisch attractief zijn, ze zijn decor. Zijn rolopvatting is in alles technisch; van meet af aan speelt hij een man in de war - monomaan, volkomen in zichzelf gekeerd. Heijmans accentueert zijn sluimerende gekte door een iets geknepen stem en met een choreografie van handen. Jeroen Krabbé verstaat de kunst van boekentaal theatertekst te maken, maar ook zijn rolopvatting blijft theoretisch. De meest dramatische scène is die als Vaslav het op zijn heupen krijgt en zijn meester en minnaar bruut afwijst. Hij bespot hem - met zijn geverfde haren en valse tanden. In het boek is dat een hoofdstuk dat door merg en been gaat, in het theater sorteert het nauwelijks effect. Gek genoeg is de levendigste scène die tussen Romola (een pittig gedecideerde Noortje Herlaar) en haar moeder (een heerlijk vileine Beppie Melissen) - dan gebeurt er iets op toneel dat het nette overstijgt. Overigens is ook Floris Verkerk als Vaslavs knecht en verzorger kernachtig en aandoenlijk.


'Eenzaamheid en gebroken harten, daar gaat alle kunst over', zegt Diaghilev. Zo zou het inderdaad moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.