REPORTAGEDodenherdenking

Net als vorig jaar is de herdenking anders, maar als het taptoe wordt geblazen, is de Dam een gewijde plek

Voor het tweede jaar op rij werd de Nationale Herdenking op de Dam op een vrijwel leeg plein gehouden. André van Duin, die gewoonlijk herdenkt bij het Homomonument, haalde nu op de Dam herinneringen op aan zijn tewerkgestelde vader.

De Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
De Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Op het dak van de Bijenkorf wappert de Nederlandse vlag weer halfstok, de klokken van het Koninklijk Paleis op de Dam klinken ingetogen als altijd en de koning – gestoken in zwart – legt als vanouds met plechtige blik een krans voor alle oorlogsslachtoffers sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Maar verder is alles anders tijdens de Dodenherdenking in Amsterdam, waar het coronavirus nog steeds rondwaart. Met honderd genodigden op stoeltjes op het plein voelt de herdenking dit jaar intiemer dan andere jaren als zich 20 duizend man op de Dam verzamelt.

‘Hij had het overleefd, maar je moest niet vragen hoe’, zei cabaretier en acteur André van Duin over zijn vader Adrianus, die tijdens de oorlog te werk was gesteld in Duitsland. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei benaderde Van Duin voor de jaarlijkse lezing op de Dam. ‘Ze zochten een waardig opvolger van de koning’, grapt Van Duin vlak voor zijn optreden.

Vorig jaar hield Willem-Alexander op een nagenoeg lege Dam misschien wel zijn beste speech, waarin de koning ook de rol van zijn eigen familie in de oorlog kritisch beschouwde. Van Duin staat voor het eerst op de Dam tijdens de Dodenherdenking. ‘Ik herdenk ieder jaar bij het Homomonument bij de Westermarkt, het eerste monument van zijn soort ter wereld. Daar ben ik trots op. De vrijheid dat iedereen hier zichzelf mag zijn, die moeten we koesteren.’

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima leggen een krans. Door het coronavirus is de herdenking opnieuw in aangepaste vorm. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima leggen een krans. Door het coronavirus is de herdenking opnieuw in aangepaste vorm.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Op rijen zwarte stoeltjes op het plein zitten vertegenwoordigers van diverse groepen oorlogsslachtoffers: holocaustslachtoffers, de Indische gemeenschap, verzetsstrijders, militairen en de koopvaardij. Aangevuld met leiders uit de politiek en de krijgsmacht. Helemaal vooraan zit de 81-jarige Thea Meulders, die regelmatig op scholen vertelt over haar tijd in het jappenkamp Brastagi op Sumatra. ‘Ik smokkelde eens sprokkelhout mee in mijn rokje, maar kreeg daarvoor een enorm pak ransel van mijn moeder. De bewakers straften namelijk geen kinderen, maar wel hun moeders, door die bijvoorbeeld aan hun haren op te hangen. Ik heb in dat kamp vrouwen zien vechten om één korrel maïs.’

Meulders herinnert zich de vage figuur van haar vader, als die zich in 1942 over haar heen buigt om vaarwel te zeggen. ‘Hij moest als eerste luitenant van de marechaussee een weg bewaken. Het Japanse leger stelt na een kort gevecht alle Nederlandse krijgsgevangenen op langs de rivier en schiet hen dood. Mijn vader had zó dapper gevochten, hoorde ik later, dat hij een eredood kreeg: onthoofding met de sabel.’

Inmiddels heeft Meulders wel vrede met deze geschiedenis. ‘Mijn vader deed waarin hij geloofde en ook de tegenstanders volgde zijn cultuur.’ De voortzetting van haar jeugd in Nederland, tussen getraumatiseerde gezinsleden en racistische buurtgenoten, viel Meulders zwaarder. Zij herdenkt vandaag haar vader Joop.

Uitbreiding

Terwijl de genodigden zich verzamelen in de Industrieele Grote Club op de hoek, komt in het paleis aan de overkant voor het eerst een nieuw gezelschap samen rondom de koning en koningin. Hun cortège is dit jaar uitgebreid met de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. Een woordvoerder van het Comité: ‘We zijn gaan nadenken sinds de uitvoering vorig jaar zonder autoriteiten. We willen met deze uitbreiding laten zien dat we belang hechten aan de representatie van de volksvertegenwoordiging tijdens de Nationale Herdenking.’

Naast het Paleis, in een vrijwel lege Nieuwe Kerk, houdt schrijver Roxane van Iperen de jaarlijkse 4 mei-lezing. Zij oordeelt dat Nederland is blijven steken in een oppervlakkig verhaal over de Tweede Wereldoorlog. ‘Een opbeurend zelfbeeld op basis van niet-weten.’

Van Iperen, die een bestseller schreef over twee joodse zussen die tijdens de oorlog een verzetsgroep leidden vanuit het huidige woonhuis van de schrijver in Naarden, daagt alle Nederlanders uit om verder af te dalen. ‘Niet alleen in de geschiedenis, ook in onszelf.’ Het voorprogramma wordt afgesloten met het gezongen Indisch Onze vader.

Na een klaroenstoot loopt het vernieuwde cortège statig over de keitjes van de Dam: Willem-Alexander, Máxima en voorzitter Gerdi Verbeet van het Nationaal Comité 4 en 5 mei voorop, gevolgd door burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, adjudant-generaal Ludger Brummelaar en hofdame Pien van Karnebeek-Thijssen, met daarachter premier Mark Rutte, voorzitter Vera Bergkamp van de Tweede Kamer, voorzitter Jan Anthonie Bruijn van de Eerste Kamer en helemaal achteraan de commissaris van de koning van Noord-Holland Arthur van Dijk.

Voorafgaand aan de twee minuten stilte klinkt de taptoe.  Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Voorafgaand aan de twee minuten stilte klinkt de taptoe.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Gewijde plek

Twee minuten stilte op de Dam, zo blijkt, voelt toch anders dan twee minuten stilte thuis voor de televisie of bij een tankstation. Het plein dat doorgaans het terrein is van toeristen, levende standbeelden, hotdogkramen en boze demonstranten, verandert plots één dag per jaar in een gewijde plek. Waar eerstegeneratie-oorlogsgetroffenen en plechtig kijkende bestuurders met een vrijheidspin op hun zwarte kleding onderstrepen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Velen denk aan familieleden die niet terugkeerden uit vernietigingskampen, bezweken langs de Birma Spoorweg of verdronken in de Atlantische Oceaan na een torpedo-inslag.

Na de twee minuten stilte, en een verwaaide taptoe van een luchtmachtsergeant, vraagt de 19-jarige student Amara van der Elst uit Rotterdam zich af hoe je ‘oude wonden heelt met nieuwe woorden’. Het optreden van het spokenwordtalent, dat met ritmische stem en dito armgebaren haar gedichten voordraagt, doet denken aan dat van Amanda Gorman tijdens de inauguratie van president Biden. Maar dat is volgens het comité louter toeval. Een woordvoerder: ‘We vroegen de Nationale Jeugdraad al eerder om een onconventionele bijdrage. Daar kwam uiteindelijk Amara uit.’ Van der Elst, die eerder prijzen won met gesproken gedichten waarin alledaagse discriminatie en haar identiteit (half Nederlands, half Indo) een rol speelt, focust ditmaal op bewustzijn van het verleden.

Niet wie harder schreeuwt
maar stiller denkt
niet wie harder schreeuwt
maar stil herdenkt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden