Net als thuis, maar iets luxer

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: de indeling van het bootinterieur...

Rutger Pontzen

‘Als de keuken goed is, dan wordt ie verkocht. Want de man zegt dat hij een boot wil, maar de vrouw koopt ’m.’ Je hoort de slogan met regelmaat op de watersportbeurs Hiswa: de inrichting van het interieur is doorslaggevend voor de aanschaf van een boot. En dat is een vrouwenzaak. ‘Want ja, je kan als man wel willen varen, maar als de vrouw niet meegaat, dan houdt het een keertje op.’

Niet zo vreemd dus dat dat interieur, als de echtelijke rolverdeling, er even traditioneel uit ziet. Met veel tropische houtsoorten onder dikke lagen lak, koningsblauwe bekleding met een print van kleine kroontjes, koperen deurklinken, klassieke paneeldeurtjes, sfeervolle inbouwlampjes, een nepgranieten aanrecht en afgeronde salontafels naar de mode uit de jaren vijftig. Alles ‘zoals thuis, maar dan net iets luxer’.

Het blijft natuurlijk opmerkelijk. Varen over de wereldzeeën, je zou in eerste instantie denken dat het iets te maken heeft met ruwe bolsters en stoere zeerotten die de einder kiezen terwijl de wind loeit en de golven tegen de romp beuken.

Fout! Varen à la de Hiswa is in eerste plaats pleziertochtjes maken op het IJsselmeer, enkele mijlen de Noordzee op of dobberen op de Méditerranée. Daar past soms wel wat avontuurlijkheid bij en vooral veel techniek (het wemelt van de apparatuur: klokken, kompas, navigatie, GPS, AIS, radar, wind- en snelheidsmeters), maar eerder willen de meeste ‘zeevaarders’ toch hangen bij de bar, liggen in de hut, zonnen op het achterdek en kijken naar de tv.

Jammer. Voor hetzelfde geld zou het bootinterieur een vernieuwende branche kunnen zijn. Hoe je op een inventieve manier hutten, keukens en douchecellen kan ontwerpen. Wat voor nieuwe materialen daarvoor gebruikt kunnen worden. En wat de uitstraling ervan moet zijn, anders dan die van een bruin café, alleen geschikt om te klaverjassen.

Bovendien, er bestaan al sinds langere tijd linken tussen botenbouw en architectuur. De manier waarop de Amerikaanse architect en ontwerper Buckminster Fuller al in de jaren twintig nadacht over compacte ruimtes. Net als Le Corbusier na hem. Veel van de architectuur van de Fransman is zelfs rechtstreeks aan de scheepsbouw te herleiden: trappen, relingen, de handige opbergkastjes boven het bed, een multifunctionele keukeninrichting. Maar blijkbaar is de weg terug, van Le Corbusier naar de nautische wereld, moeilijker af te leggen – ondanks de spaarzame introductie van het wat strakkere, Italiaanse design; weggelegd voor wie niet op een paar ton extra kijkt. ‘Er is inderdaad weinig innovatie in bootinterieurs,’ zegt een architect. ‘Mensen willen toch het idee hebben alsof ze een warme jas aantrekken.’ Rutger Pontzen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden