Nergens meer blij mee

Ze hebben al zo veel en ze krijgen nog meer. Arme kinderen. Ze baden in hun speelgoed en weten niet wat ze ermee moeten....

XANDRA VAN GELDER

ONZE ZOON van twee heeft eigenlijk alles al, weet u misschien iets wat wij hem nog kunnen geven?' Beschroomd benaderen twee ouders na een lezing over speelgoed de deskundige voor een advies. Geef hem wat lege dozen, oppert de vrouw die een hele avond over speelgoed heeft gepraat. 'Nee', lacht moeder, 'u begrijpt het niet. We willen iets kopen.' Koop dan twaalf rollen wc-papier, daar heeft hij uren plezier mee, raadt de deskundige. De moeder knikt verbaasd, loopt weg en vraagt aan haar man. 'Heeft Fisher Price ook wc-papier?'

'Hebt u iets voor een kind dat alles al heeft?', is de meest gehoorde vraag in speelgoedwinkels. Margot van Dantzig, moeder van twee dochters, suggereert rond hoogtijdagen wel eens dat gulle gevers een nachtpon of een bijzondere panty geven. 'Mijn kinderen hebben echt geen speelgoed nodig. Maar ze willen toch per se dat ik nog iets bedenk, want kleren geven, daar vinden ze niets aan. Op haar laatste verjaardag kreeg mijn jongste dochter drie Barbies. Die kunnen dan gezellig bij die negen anderen in zo'n gammel Barbiehuis gaan wonen.'

Veel ouders vragen zich bezorgd af of het slecht is als een kind in zijn eigen werktuigen een bad kan nemen. 'Nee', zegt Jan Spil beslist. 'Te veel speelgoed is onmogelijk. Het is well done te roepen dat veel niet goed is, maar ik heb nog nooit een kind horen klagen. Van speelgoed leren kinderen veel. Mijn zoon van zeven heeft drie verschillende constructiesystemen. Daar is niets mis mee.' Spil is directeur van de Duitse speelgoedgigant Otto Simon. Twintig procent van al het speelgoed in Nederland wordt geleverd door Otto Simon.

Trots toont Spil zijn toonzalen, een gigantische verdieping waar de schatkamers van Sinterklaas mager bij afsteken. Verheugd werpt hij zich op een wigwam. 'Is hij niet prachtig. Moet elke jongen hebben.' Je hoort Spil niet zeggen dat een gezonde Nederlandse jongen niet zelf met wat lappen en stokken een wigwam kan bouwen. Maar of dat leuk is? 'Zo'n jongen gaat dan liever bij zijn vriendje spelen die wel een echte tent heeft.'

Willemijn Visser 't Hooft - eigenares van Belltree, een luxe speelgoedwinkel in Amsterdam - denkt dat bijna elk Nederlands kind te veel speelgoed heeft. 'In de kindertijd is het allerbelangrijkste dat kinderen leren hun fantasie uit te bouwen. Kinderen die te veel spullen hebben, raken snel verveeld.'

Visser 't Hooft - behalve winkelier ook pedagoog - heeft onderzoek gedaan naar de fantasie van kinderen. 'Als ze niet veel hebben, moeten ze hun fantasie gebruiken en steeds iets nieuws bedenken met de dingen die ze wel hebben. Fantasie is iets waar je zuinig op moet zijn, dat is uiteindelijk wat we nodig hebben om onze samenleving te vernieuwen.'

Marianne de Valck, een van de weinige speelgoeddeskundigen in Nederland, richtte in 1975 de eerste Speel-o-theek in Nederland op. 'Ik zie steeds vaker ouders die zich doodschamen en nauwelijks durven bekennen dat hun kind het mooiste en duurste speelgoed heeft, maar nergens mee speelt.' De helft van al het speelgoed wordt in de laatste drie maanden van het jaar verkocht. Sinterklaas en de Kerstman zijn, naast verjaardagen, de gelegenheden om grote cadeaus te geven. 'Vóór Sinterklaas zijn kinderen verwend', zegt De Valck, 'daarna zijn ze overvoerd.'

Het verlanglijstje dat een kind voor Sinterklaas maakt, is geen lijst van dingen om mee te spelen, 'dat is een lijst voor de heb.' Liefhebbende ouders kiezen een paar cadeaus van de verlanglijst en zijn vervolgens teleurgesteld als het kind er niet mee speelt. Volgens De Valck - ze geeft vaak lezingen over speelgoed - kun je de kinderen niets verwijten. 'Zij proberen hun kansen te benutten, dat hoort erbij.'

Het zijn de ouders die het niet handig aanpakken. De Valck: 'Zij kopen uit onzekerheid, opgejaagd door de commercie, veel te veel. Zo raken jongeren overvoerd. Die hebben na Sinterklaas zo veel, dat ze door de bomen het bos niet meer zien en met het pakpapier gaan rotzooien.'

Visser 't Hooft ziet in haar winkel steeds vaker ouders die niet meer weten waar zij hun kinderen een plezier mee kunnen doen. 'Die kinderen hebben zo veel dat ze eigenlijk nergens meer blij mee zijn.' De onzekere ouders van de veelbezitters kiezen allemaal verschillende dingen. 'In de hoop dat iets raak is. Het is toch vreselijk als je niet meer weet waar je je kind blij mee kunt maken.'

Speelgoed is een onderwerp waar in Nederland weinig mensen zich druk over lijken te maken. De markt wordt voor meer dan de helft beheerst door Blokker, Bart Smit en Intertoys. De drie bedrijven zijn eigendom van de Blokker Groep, maar niemand die erover denkt om in Europa te klagen over een te grote speelgoedconcentratie.

In geen ontwikkeld land wordt zo weinig geld aan speelgoed uitgegeven als in Nederland. Gemiddeld krijgt een kind voor zo'n 375 gulden per jaar aan speelgoed. In andere landen is dat gemiddeld 125 gulden meer.

Duitse ouders bijvoorbeeld kiezen kwalitatief beter speelgoed. De Nederlander let op andere kenmerken: hoe groter de doos, hoe beter het produkt verkoopt. Omvang is belangrijk. Het is niet ongewoon dat moeder rond Sinterklaas een winkel binnenkomt met de mededeling dat zij voor al haar kinderen cadeaus wil kopen die even groot èn even duur zijn. Verder speelt prijs een belangrijke rol. Goedkoop speelgoed is zeer in trek, en Nederlanders zijn dol op aanbiedingen.

In geen branche staat op de verpakking de prijssticker met de oorspronkelijke prijs zo vaak doorgestreept voor een goedkopere. Een Nederlandse speelgoedverkoper die zijn waren bij een Belgische groothandel betrekt, krijgt sowieso dertig procent korting. Voor de Belgische prijs is het speelgoed in Nederland niet te verkopen.

Aaltje van Zweden, moeder van vier kinderen, houdt van goed, mooi speelgoed. Ze denkt wel dat haar kinderen te veel hebben, maar ze gelooft niet dat dat erg is. Haar kinderen maken zelf een selectie. 'Ze spelen eigenlijk maar met een paar dingen.' De overschotten geeft ze weg aan familie, school of kindertehuizen.

Benjamin, haar zoon van vijf, is autistisch. Hij houdt niet van spelen, zijn moeder moet hem leren spelen. 'Juist voor hem ben ik me in speelgoed gaan verdiepen. Nu pas zie ik wat voor troep er eigenlijk allemaal op de markt is. Die plastic rotzooi heeft niets om het lijf.'

Op verjaarspartijtjes wordt het steeds vaker usance niet alleen de jarige, maar ook de partijgangers te verrassen met een 'kleinigheidje'. Van Zweden, die onlangs van Amstelveen naar Aerdenhout verhuisde, doet niet meer mee met deze trend. 'Ze mogen een prachtige partij geven, dan is het mooi geweest.' Wel signaleert zij in Aerdenhout een ander verjaardagsfenomeen: 'actieve moeders' zamelen geld in voor een partijtje, zodat de jarige van zijn vriendjes en vriendinnetjes een mooi, groot geschenk kan krijgen. 'Dat vind ik raar. Zulke cadeaus krijg je van je familie. Het is veel leuker als je vriendje iets persoonlijks krijgt.'

Jan Slecht is verkoopmanager van Vtech, een succesvol bedrijf dat over de hele wereld speelgoedcomputers verkoopt. Matige maar goedkope modellen, die in Nederland 'waanzinnig succesvol' zijn, raakt zijn bedrijf in de rest van de wereld nauwelijks kwijt. Slecht, die jaren in Engeland werkte, vindt dat er in Nederland weinig aandacht is voor goed speelgoed. 'Ze gaan naar een winkel om vijfentwintig gulden uit te geven. Voor dat bedrag moet zo veel mogelijk spul worden verworven. Of er een kwalitatief goed produkt wordt gekocht, vraagt niemand zich af.'

Nederlanders, klagen Slecht, de Valck en Visser 't Hooft, hebben geen benul van kwaliteit. 'Speelgoed heeft in Nederland geen status', zegt Visser 't Hooft bitter. 'Ze geven hun geld liever uit aan status-verhogende zaken, en daar hoort speelgoed niet bij.' In bijvoorbeeld Duitsland en Engeland, is dat anders. Daar krijgt een vijfjarig meisje rustig een pop van honderdvijftig gulden. 'In Nederland heet dat al gauw verwennen', concludeert De Valck.

Met een pop op schoot geeft ze een klein college. Een goede pop moet een vage gezichtsuitdrukking hebben, zodat een kind kan fantaseren wat voor bui haar pop heeft. 'Een pop die altijd lacht, kan nooit huilen.' De handen van de pop moeten naar binnen staan, zodat een poppenmoeder niet met de kleertjes achter een uitstekende duim of pink blijft haken. Buigzame gewrichten vergroten het speelpezier. Het lange haar moet stevig in het hoofd zijn verankerd, omdat het anders tijdens de eindeloze kambeurten uit zou vallen.'

Volgens De Valck wordt verwennen in Nederland verward met het geven van duur speelgoed. 'Dat klopt niet. Mensen hoeven helemaal niet meer geld aan speelgoed uit te geven, ze moeten gewoon minder dingen kopen en van een betere kwaliteit.' Het is trouwens opvallend dat poppen van tweehonderd gulden in Nederland niet goed verkopen, terwijl een constructiedoos voor een jongen, die zeker hetzelfde kost, regelmatig over de toonbank gaat.

Aan werktuigen voor jongens wordt gemiddeld meer geld besteed dan aan presentjes voor meisjes. Van de ruim zeshonderd miljoen gulden die jaarlijks in de speelgoedbranche omgaat, gaat 35 procent naar meisjes en 65 procent naar jongens. Als hoofdschuldige wordt de moeder aangewezen. Zij koopt verreweg de meeste cadeaus. Als vader iets koopt, zijn het meestal dure spullen als treinen, racebanen en computertuig.

Iemand die niet meehuilt in het bos van verwende kinderen, is de schrijfster Marja Roscam Abbing. In haar boekje Het baby museum schrijft zij dat verwennen een van de weinige doodzonden is waarvoor moderne ouders nog in de hel komen. 'Maar bij welke kassabon begint verwennen?' Zij heeft vooral spijt van alle mooie, dure dingen die zij niet gekocht heeft. 'Uit krenterigheid, uit calvinisme. De speelgoedjaren zoeven voorbij.'

Roscam Abbing is een moeder die geniet van de taak van het opvoeden. Ze trekt tijd uit voor spelletjes, voorlezen en gewoon samen nietsdoen. Veel moderne ouders schijnen dergelijke bezigheden als een last te zien. 'Hebt u een gezelschapsspel dat mijn kind alleen kan spelen?' is een vraag die in speelgoedwinkels vaak wordt gesteld. In de eigen kamer of de eigen speelhoek dienen jongeren zichzelf te vermaken.

Visser 't Hooft verbaast zich erover dat in de mode de kinderwereld steeds dichter bij die van de volwassene komt, terwijl de speelgoedwereld steeds meer een eiland op zichzelf wordt. Het kind dient zich gelukkig, zoet en vooral stil in het speelgoedparadijs terug te trekken. 'Weinig ouders hebben nog de rust om acht keer per week ganzenbord te spelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden