Neppil ontmaskerd

Sommige patiënten lijken op te knappen van een neppil. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat er niet al te veel geloof aan de placebo moet worden gehecht....

Nee, zijn proefschrift over het bestaan van het placebo-effect hoeft niet naar het oud papier. Medisch onderzoeker dr. Ton de Craen reageert juist ingenomen op nieuwe bevindingen dat er nauwelijks sprake is van een placebo-effect. Een artikel hierover verscheen de afgelopen week in het Amerikaanse tijdschrift The New England Journal of Medicine.

'Ik ben sinds mijn promotie bijna drie jaar geleden een stukje opgeschoven. Op het einde van mijn promotie overwoog ik zelfs, een stelling toe te voegen in de trend van dat het placebo-effect niet bestaat, maar dat zou mijn proefschrift hebben tegengesproken.'

De nieuwe publicatie, geschreven door twee Deense onderzoekers, zaagt flink aan de placebo-theorie. Die luidt, grofweg, dat sommige mensen die worden behandeld met een therapie die normaal gesproken geen werking kan hebben, toch opknappen. 'De precieze definitie van een placebo of het placebo-effect is echter moeilijk', zegt De Craen. Een placebo kan dus een neppil of een schijnbehandeling zijn met een apparaat waarvan de lampjes knipperen, maar dat verder niks doet.

Veel mensen zijn overtuigd van de kracht van het niks. Volgens De Craen, onderzoeker bij het Leids Universitair Medisch Centrum, stamt die opvatting uit de jaren vijftig. Toen verscheen een artikel over de 'krachtige placebo' in the Journal of the American Medical Association (JAMA), een gerespecteerd Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift.

'Die studie deugde van geen kanten. De auteur had mensen met klachten een placebo laten slikken en geconstateerd dat ze opknapten. Hij was vergeten dat er altijd mensen zijn die in de loop der tijd opknappen. Uit die tijd stamt de misvatting dat ongeveer eenderde deel van de mensen baat heeft bij placebo's.'

De Deense onderzoekers doen het beter. Ze hebben alle studies waarin een placebo is vergeleken met 'niks doen' onder de loep genomen. Bij die studies, waarvan de oudste terug gaan tot de jaren veertig, waren ruim achtduizend patiënten betrokken. Er volgde een statistische bewerking, waaruit een miniem effect af te leiden valt ten gunste van placebo's. `Maar die is in de meeste gevallen niet significant', zegt De Craen. 'Op grond daarvan kun je dus constateren dat het placebo-effect niet bestaat.'

De onderzoekers maken één uitzondering. Als patiënten werd gevraagd naar de pijn die ze voelden, een subjectieve waarneming, dan hadden placebo's wel enig effect. De Craen: 'Op grond van dezelfde studie kun je dus ook zeggen dat er wel een placebo-effect is. Dat is het moeilijke van de discussie. Critici zullen dan beweren dat sommige mensen zeggen dat ze zich beter voelen om de dokter een plezier te doen. Hierdoor worden de uitkomsten van dit soort onderzoeken verstoord.'

In ieder geval vinden de onderzoekers het niet gerechtvaardigd placebo's voor te schrijven anders dan bij een klinische test om de werking van een nieuw geneesmiddel te beproeven. De standaard voor medische studies is gebaseerd op dubbelblind onderzoek. Een groep van proefpersonen wordt in tweeën gesplitst. Eén groep krijgt het te testen middel, de andere krijgt een foppil. Zowel patiënt als dokter weet niet wie welk middel heeft gekregen, dit om beïnvloeding te voorkomen. Het nieuwe middel moet vervolgens overtuigend beter zijn dan de placebo.

Maar placebo's onderzoeken is een ander verhaal. Want waarmee vergelijk je ze? De Craen: 'De Denen hebben een selectie gemaakt van studies met wat wij noemen drie armen. Behalve de placebo en het nieuwe middel is er dan een derde groep, de groep patiënten waarmee helemaal niets gebeurt.'

De vraag is hoe doe je dat? Want zo gauw als je iemand vertelt dat hij deel uitmaakt van een onderzoek, is er al wat gebeurd. 'Dat is zo', erkent De Craen. 'We hebben daar een mooi woord voor. Dat noemen we het Hawthorne-effect. Er verandert iets als mensen het idee hebben dat ze onderdeel zijn van een studie. Dit effect negeren we in placebostudies anders kunnen we niks meer onderzoeken.'

Er zijn volgens De Craen wel mogelijkheden om dit effect te omzeilen. Bijvoorbeeld door patiënten te laten wachten op hun behandeling. `Je hebt een groep patiënten waar je wat mee wilt, maar je zegt tegen de helft, we kunnen u niet behandelen, u komt over zes maanden aan de beurt. Voordat de onbehandelde groep aan de beurt is, vraag je naar hun toestand en dat kun je vergelijken met de behandelde groep. Ook kun je niks zeggen, maar dat is niet ethisch, hoewel er in het overzicht in de New England Journal wel dat soort onderzoeken zijn meegenomen. Die gaan terug naar de jaren veertig. Toen ging alles anders.'

Prof. dr. Jos Kleijnen, hoogleraar gezondheidswetenschappen aan de universiteit van York in Groot-Brittannië, heeft moeite met de Deense studie. 'De methodologische bezwaren zijn zo groot dat ik er in ieder geval nooit aan ben begonnen. Je kunt dit soort onderzoek niet dubbelblind doen. Sommige patiënten weten in welke groep ze zitten en dat leidt dus tot problemen. Ik vind die zo goed als onoverkoombaar.'

Ook vindt hij het een bezwaar dat er vooral is gekeken naar pilletjes. `Je moet ook onderscheid maken tussen een kille klinische benadering waarbij de arts weinig tijd heeft, of een warme prettige behandeling waarbij de patiënt het gevoel heeft serieus genomen te worden. Die laatste groep geneest beter. Ik noem dat geen placebo-effect, maar een context-effect. Daar moet eens goed naar worden gekeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden