Negeren stoplicht afhankelijk van kinderen

Volwassenen voelen zich verantwoordelijk voor andermans kinderen in hun buurt. Twee derde denkt dat het helpt om het goede voorbeeld te geven, en om kinderen aan te spreken op hun gedrag.

In totaal zegt 88 procent van de volwassenen niet door een rood stoplicht te gaan als er kinderen bij staan. Bijna de helft van de volwassenen geeft aan normaal wel een rood stoplicht te negeren, maar niet als er kinderen in de buurt zijn.

Dat blijkt uit donderdag gepubliceerd onderzoek van het Online Opvoeddebat dat minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) vorig jaar op internet is begonnen. Rouvoet noemde het in een reactie ‘een mooi signaal’ dat ‘de omgeving zich medeverantwoordelijk voelt voor kinderen in de buurt’. Wel is hij geschrokken dat ondanks de resultaten ‘slechts’ 13 procent ingrijpt als volwassenen zien dat een groepje van 10-jarigen een ander kind pest. Dat noemt hij ‘eigenlijk een vrij schokkende uitkomst’.

Via het digitale debat hoopt de minister een discussie tussen ouders teweeg te brengen. Dat veel volwassenen niet ingrijpen bij pesten geeft volgens hem aan hoe belangrijk het is dat mensen met elkaar in gesprek gaan over opvoeden.

Verder blijkt uit het onderzoek dat zes op de tien ondervraagden kinderen wel aanspreken op gevaarlijk gedrag. Ook geeft ongeveer de helft aan kinderen te wijzen op hun gedrag als ze aan het klieren zijn in een restaurant.

Een op de vijf zou helemaal niets doen. Vaak voelen deze mensen zich geremd om andermans kinderen aan te spreken. Dat heeft volgens de onderzoekers mogelijk te maken met angst de suggestie te wekken dat de kinderen geen goede ouders hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.