Negeren jeugdprostitutie is na congres onmogelijk

Na vijf dagen confereren in het Folkets Hus in de Zweedse hoofdstad is in elk geval één ding bereikt: er is een basis, hoe fragiel ook, gelegd voor een wereldwijde beweging tegen kinderporno en -sekstoerisme....

MIRJAM SCHOTTELNDREIER

Van onze verslaggeefster

Mirjam Schöttelndreier

STOCKHOLM

In nog maar weinig landen loopt de wetgeving in de pas met deze technologie. In Canada is er al wel een wet die ook het 'virtuele' bezit van kinderporno strafbaar stelt. In Nederland is, op particulier initiatief, het meldpunt tegen kinderporno op Internet opgericht.

Maar groter is het aantal landen, vooral buiten Europa, dat geen speciale wetgeving over kinderporno kent, laat staan dat ze daarin computerseks hebben opgenomen.

Bovendien is er ook al geen wereldwijd geaccepteerde definitie voor de leeftijd waarop een kind ophoudt kind te zijn. Dat varieert tussen 12 en 21 jaar, zo constateerde de Amerikaanse onderzoekster K. Mahoney vrijdag. Zij gaf daarmee aan hoe ingewikkeld een mondiale aanpak van kindermisbruik is.

Ook L. Peters van Kinderen in de Knel, lid van de Nederlandse coalitie van ECPAT (End Child Prostitution in Asian Tourism), waarschuwde dat het gevaar dreigt van een schijn-eenduidigheid waarmee men over het kind spreekt. 'Want in Nicaragua is een jongen van achttien jaar gewoon een vader met twee kinderen.'

Deze onduidelijkheid staat niet in de weg dat, zoals de filmacteur Roger Moore stelde, wij 'diep in ons hart weten wat met kinderen wel en niet mag'. Zowel de autoriteiten als de media, ouders en andere volwassenen zouden meer respect moeten krijgen voor het kind en de jongere. In dat opzicht werd het door de congresgangers als hoopvol gezien dat in Thailand de jeugdprostituees niet langer als strafbaar worden beschouwd, maar dat het accent van de vervolging verschuift naar de prostituanten.

Minder rooskleurig is het beeld nog in Latijns Amerika, waar het straatkind vaak nog nauwelijks als mede-burger wordt behandeld. 'We boeken in rechtszaken nog maar zelden succes als er, bijvoorbeeld, een meisje is verkracht door een politieagent', aldus B. Harris, hulpverlener in Guatemala.

Paradoxaal zijn soms de uitkomsten van het overleg dat westerse en Aziatische delegaties op het congres in Stockholm voerden. Er wordt gestreefd naar uitwisseling van gegevens om kindersekstoeristen te vervolgen. Ook Nederland werkt daaraan mee.

Maar dat daarbij in Thailand de daders met foto en naam in de krant worden afgedrukt en in de Filipijnen de doodstraf voor pedofiele misdrijven wordt overwogen, 'hoeft voor ons nou ook weer niet', aldus ECPAT-vertegenwoordiger Peters.

De concrete aanpak van kindermisbruik verschilt sterk per land. Prof. T. Fürnis uit Münster hield een fel betoog over de noodzakelijke psychologische training voor politie- en justitiemedewerkers om kinderen zorgvuldig te verhoren, zonder dat daarbij de legale bruikbaarheid van een getuigenis in het geding zou komen. Nadat hij was uitgesproken, kwam een vertegenwoordiger uit Libanon naar hem toe. 'Hoe kom ik aan zo'n trainingsprogramma, wij hebben namelijk, eh, nog helemaal niets.'

Onvermijdelijk bleek ook het zwartepieten tussen de landen onderling. Wordt in de congresstukken Japan afgeschilderd als de grote producent van kinderporno in Azië, dan weet onmiddellijk een Japanse afgevaardigde dat in Europese documentaires 'onethisch' wordt gewerkt, omdat de daders van kinderprostitutie onherkenbaar worden gefilmd en de slachtoffers open en bloot. Voor Europeanen fungeert het balkje als onderscheid tussen verdachte en slachtoffer. Voor de Japanner betekent het echter gebrek aan respect voor de individualiteit van misbruikte kinderen.

En zo speelde België, dat met de affaire-Dutroux in de maag zit, in de wandelgangen van het Folkets Hus graag de bal door naar het 'liberale' Nederland. Daar kunnen pedofielen 'maar ongestoord hun gang gaan'. Mooi, sist ook B. Harris uit Guatamala, dat Zweden zo'n congres organiseert. 'Maar wel een beetje hypocriet als ze zelf het bezit van kinderporno nog niet strafbaar hebben gesteld.'

Ondanks dergelijke hindernissen is op de eerste wereldcongres tegen commerciële seksuele uitbuiting van kinderen een belangrijke stap gezet. Want vrijwel de meeste van de 110 aanwezige landen hadden naast hoge ambtenaren en diplomatieke vertegenwoordigers ook een minister afgevaardigd. Dat ze van kinderprostitutie, -porno en -handel niets weten, kan na Stockholm geen van de aanwezige overheden meer beweren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden