Negen talen

Te midden van de studenten leefde Wim Smit – ook op hoge leeftijd – nog steeds helemaal op...

DOOR PETER BRUSSE

Professor Wim Smit, op 19 juli op 75-jarige leeftijd in Bennekom overleden, was hoogleraar Geschiedenis van de Lage Landen (The Queen Wilhelmina Chair) en Cultuurhistorische Wetenschappen aan de Columbia Universiteit van New York. Hij was een bevlogen docent, ontving zijn studenten bij hem thuis aan Central Park, kookte voor hen (graag rijsttafel), ging met zijn vrouw op zondag in dancehalls tango dansen, speelde op de piano zowel jazz als klassiek, las de Volkskrant op internet, kende De Vorst van Machiavelli van buiten, hield van joggen, kon zich redden in negen talen en was sinds enkele jaren bezig met Arabisch, Chinees en yoga. Hij was een Bourgondiër met een galmende lach en een chocolade stem. Hij had een fabelachtige kennis, genoot van discussies bij een feestelijk maal en praatte zelfs Henk van Os onder tafel. Hij was slordig en gedisciplineerd tegelijk, las alles wat los en vast zat, maar publiceerde zelf weinig of niets. Volgens de één omdat Wim lui was, volgens de ander omdat hij geen tijd en geen ambitie had en volgens een derde omdat hij niets mooiers vond dan het mondeling overbrengen van kennis aan studenten die vaak zijn vrienden werden. Na de dood van zijn vrouw, zes jaar geleden was hij depressief en een zoon ging bezorgd kijken of zijn vader nog college kon geven. In de collegezaal leefde Wim weer helemaal op en de zoon was gerustgesteld. Op zijn 73ste ging hij met gedeeltelijk emeritaat. Hij zou komend studiejaar colleges geven over de geschiedenis van de tolerantie.

Hij werd in Utrecht geboren, zijn vader had een kleine sigarenfabriek. Wim mocht als 10-jarige in het kathedrale koor solo zingen in de kerstnacht. Hij kon ook goed voetballen. In 1948 ging hij geschiedenis studeren, prof Geyl beschouwde hem als een zoon. Als werkstudent speelde hij piano in jazz cafés. Hij was politiek geïnteresseerd (lid van de PvdA) en medeoprichter van het godslasterlijke studentenblad Parasol en het tijdschrift Tirade (met onder anderen Pierre Vinken, Geert van Oorschot en J. Goudsblom). Op de eerste vergadering zei een mederedacteur tegen hem: ‘Wim, jij zorgt voor de voetnoten.’

Hij promoveerde in 1958 op Fruin en de partijen tijdens de Republiek, was te jong om Geyl op te volgen en aanvaardde als overtuigd republikein in 1965 de koningin Wilhelmina Stoel op de vermaarde Columbia Universiteit, waar hij tevens gewoon hoogleraar werd. Hij begeleidde promovendi en was de eerste en enige hoogleraar die alle vier de, voor iedere undergraduate verplichte, basiscolleges gaf: filosofie, muziek-, kunst- en literatuurgeschiedenis. Hij kreeg de Great Teacher Award, ook al vergat hij wel eens wanneer hij college had. In vakanties doceerde hij op zwarte universiteiten.

Hij was de ‘passionate intellectual’ en toen zijn dochter eens een onvoldoende voor een werkstuk over Dostojevski kreeg, kwam hij haar te hulp; haalde stapels boeken tevoorschijn en viel tegen de ochtend, te midden van de boeken, op de divan in slaap. Met collega’s in Nederland had hij – omdat hij niet publiceerde – vrijwel alle contact verloren. ‘s Zomers kwam hij naar zijn huis in de Bennekomse bossen, een zoete inval voor vrienden en studenten. Zijn levensmotto was: ‘Doe waar je plezier in hebt en als dat niet lukt maak dan plezier van wat je doet.’ Twee jaar geleden zei hij in semi-afscheidsrede: ‘Ik heb nooit geweten wat ik wilde worden. Ik weet het nog steeds niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden