Negen lagen Troje en evenveel vraagtekens

Misschien is het verstandig eerst de 'Ilias' van Homerus te lezen. Dat maakt het gemakkelijker om de berg stenen bij Truva te zien veranderen in de belegerde veste Troje....

Wie Troje zegt, denkt er meteen het woord 'paard' bij. En wie het hedendaagse Troje bezoekt, loopt dan ook vrijwel direct tegen zo'n beest aan. Ooit bouwde ene Epeidos op voorspraak van de listige Odysseus, koning van Ithaka, een houten paard. Het huidige Trojaanse paard uit 1975, een slordige zes meter hoog en een meter of twee breed, is een schepping van de Turkse kunstenaar Ismet Senemoglu. Het gevaarte leunt lichtjes naar achter, waardoor het lijkt of het dier elk moment door zijn hoeven kan zakken.

Het staat in het Turkse Truva, bij de ingang van een opgraving waarvan zeer velen geloven dat hier de ruïnes van het Homerische Troje liggen. Eigenlijk liggen hier negen Trojes op en over elkaar heengebouwd, maar dat hier ook de verbrande resten van het Troje van koning Priamos zijn te vinden, is waarschijnlijk onzin.

Net zoals het eerste bijbelverhaal begint ook de geschiedenis van Troje met een appel. En ja, er komt ook groot gedonder van. Tien jaar oorlog om precies te zijn, althans, dat valt te lezen in de Ilias van Homeros.

De Grieken, of liever gezegd de Acheërs, slaagden er aanvankelijk niet in de Trojanen de baas te worden. Dat kwam doordat de gewone stervelingen feitelijk heel weinig te vertellen hadden. Wat er moest gebeuren, werd bepaald op de berg Olympos, waar vrijwel alle goden woonden. En die waren het bij voortduring oneens, zodat de strijd nu eens in het voordeel van de Grieken, dan weer in het voordeel van de Trojanen dreigde uit te vallen.

De narigheid was veroorzaakt door Eris, de godin van de twist, die bij een feestje waarvoor ze niet was uitgenodigd een appel naar binnen gooide waarop stond 'voor de mooiste'. Het gevolg was slaande ruzie tussen de godinnen Hera (de vrouw van oppergod Zeus), Athene en Aphrodite. Aan Paris, zoon van koning Priamos van Troje, werd gevraagd het finale oordeel te vellen; de goden bemoeiden zich daar maar liever niet mee.

Aphrodite trok aan het langste eind, omdat zij Paris had beloofd dat deze de mooiste vrouw ter wereld (de sterfelijke dan) mocht bezitten. Dat was Helena, de vrouw van koning Menelaos van Sparta. Paris schaakte haar en reisde terug naar Troje, achtervolgd door woedende Grieken, waarna het beleg begon. Uiteindelijk trokken de Grieken aan het langste eind door de truc met het paard waarin zich soldaten hadden verborgen.

Een Pyrrusoverwinning, zo bleek later. Talloze Grieken zagen hun vaderland nooit meer terug. Hun opperbevelhebber, koning Agamemnon van Mykene (de broer van Menelaos), werd bij thuiskomst vermoord door zijn eigen vrouw Klytaimnestra en haar minnaar Aigisturs. Niet zo gek overigens, want Klytaimnestra's eerste man en haar pasgeboren zoontje waren gedood door Agamemnon en zij was gewoon buit geworden.

Met de grootste held uit de Ilias, Achilles - heerser over het volk der Myrmidonen en felle concurrent van Agamemnon - was het al eerder slecht afgelopen. Hij was onkwetsbaar, op één plekje na: zijn hiel. Daar werd hij tijdens de oorlog dan ook getroffen en hij stierf.

En Odysseus? Die beleefde na de val van Troje tal van avonturen, opgeschreven door Homeros: 'Zing van de man van duizend listen, Muze, die zoveel rondzwierf, nadat hij de heilige stad van Troje verwoest had, die van veel mensen zag hoe ze woonden en wist hoe ze dachten, die veel ellende kreeg te verduren op zee, terwijl hij vocht voor zijn leven en voor de thuiskomst van zijn vrienden', heet het in de Odyssee-vertaling van Imme Dros, ook begrijpelijk voor ex-hbs'ers en havisten.

Na een zwerftocht van tien jaar, waarbij vrijwel al zijn makkers omkwamen, keerde hij terug naar Ithaka, waar hij werd herenigd met zijn vrouw Penelope. Maar eerst moest hij daar met zijn boog ettelijke klaplopers doodschieten die Penelope jarenlang hadden belaagd en op de zak van Odysseus hadden geteerd.

Buiten het seizoen is het rustig in Troje: geen touringcars met toeristen, geen over elkaar struikelende gidsen die hun diensten komen aanbieden en geen verkopers van lokale snuisterijen of 'oude' munten. De parkeerplaats is op drie auto's na leeg.

Vertrokken is ook net de graafploeg van prof. Manfred Korfmann van de Universiteit van Tübingen. Elk jaar is hij ruim twee maanden in de weer bij de opgraving. Dikke vellen plastic dekken muurtjes en geulen af. Daarin wordt volgend jaar weer de schep gezet.

Korfmann is overigens niet echt geïnteresseerd in de authenticiteit van het homerische Troje. Hij denkt dat er door de speciale ligging van Troje vele oorlogen zijn gevoerd. De stad was al in de bronstijd een knooppunt voor schepen die door de Dardanellen naar de Zwarte Zee voeren. Door de overheersende noordoostelijke winden moesten de kielloze schepen vaak weken wachten voordat zij door de smalle zeestraat konden koersen. Dat maakt de stad zo interessant voor archeologen, niet het verhaal van Homeros.

Korfmanns beroemde (beruchte?) voorganger Heinrich Schliemann geldt als de ontdekker van Troje, ofschoon ook daar enige controverse over is. Schliemann zou minimaal de eer moeten delen met de op Malta geboren Brit Frank Calvert, die met zijn broer Frederick grote stukken land rond de resten van Troje bezat.

Hij was de eerste die groef in de Hissarlik, de heuvel waaronder de stadsresten werden gevonden. Een verzoek om steun aan het Brits Museum werd afgewezen, vermoedelijk omdat Calvert in Groot-Brittannië bij verstek was veroordeeld wegens het maken van grove oorlogswinsten ten koste van de Britten tijdens de Krimoorlog.

Maar de eerzuchtige Schliemann heeft altijd de eer (en de kostbare vondsten) voor zichzelf opgeëist. Hij wordt echter niet alleen gezien als een ordinaire schatgraver maar ook als de man die nieuwe archeologische technieken introduceerde en daardoor ook vroegere beschavingen beter kon duiden.

Hij was een opmerkelijke figuur. Hij werd in 1822 geboren in Mecklenburg, werkte als commissionair in Amsterdam bij de firma B.H. Schröder en Co, voordat hij naar Sint Petersburg vertrok. Volgens Irving Stone, schrijver van een geromantiseerde biografie over hem, was Schliemann niet alleen een talenwonder, maar ook een uitgekookte zakenman.

Hij begon in Rusland voor zichzelf en bouwde een vermogen op. In 1850 trok hij naar de Verenigde Staten waar hij tijdens de Goldrush zijn tweede fortuin maakte met het leveren van spullen aan goudzoekers. Hij was net op tijd terug in Rusland voor de Krimoorlog waarin hij opnieuw (evenals Calvert dus) goed verdiende dankzij zijn monopolie op de kleurstof indigo, onmisbaar voor de tsaristische legers. Daarna keerde hij terug naar de VS en liet zich van zijn eerste vrouw scheiden.

Het was tijd voor een nieuw leven. Hij kon zich vanaf nu vrijelijk wijden aan zijn obsessie: Troje. Hij trouwde opnieuw, dit keer met een meisje van zeventien, de Griekse Sophia Engastromenos. Zij werd min of meer beschikbaar gesteld door haar oom, de geestelijke Theokletos Vimpos die Schliemann uit Rusland kende, zo valt te concluderen uit het boek van Stone.

Schliemann was een fanatieke doorzetter en een schurk. Toen hij in 1871 uiteindelijk een schat vond, smokkelde hij deze het land uit, evenals talrijke artefacten. Hij dacht de schat van koning Priamos te hebben gevonden en daarmee ook het homerische Troje. Pas later rees ook bij hem de twijfel en we weten nu dat hij er een dikke duizend jaar naast zat: de schat was veel ouder.

Uiteindelijk kwamen de kostbaarheden terecht in Berlijn, waar zij in 1945 door de Sovjets werden geroofd en van de aardbodem verdwenen. Na de val van de Muur dook de schat plotseling op in Moskou. Nu bevindt ze zich in het Poesjkin Museum en wordt er gevochten over wie de rechtmatige eigenaar is.

Orhan (17) en zijn evenoude vriendinnetje Gül zitten op een bankje voor een indrukwekkend stuk muur. Hoewel ze meer oog hebben voor elkaar dan voor hun omgeving, wil Orhan wel kwijt weinig te weten van Troje en nog minder van Homeros. Yunanistan (Griekenland) zegt hem niks. 'Troje is Turks en dus zullen degenen die daar vroeger woonden dat ook geweest zijn.'

Indrukwekkend vinden beiden de opgraving wel, ofschoon menig reiziger over Troje heeft opgemerkt er niets anders in te zien dan een hoop stenen. Maar misschien moet je toch eerst de Ilias lezen, voordat die berg stenen verandert in een belegerde veste waar Priamos' zonen Hektor en Paris vanaf de hoge muren verwensingen schreeuwen naar de listige Odysseus die hen dat later betaald zal zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden