Negatieve mythen plagen de hogeschool

Omdat een handjevol opleidingen niet deugde, worden alle hogescholen aan verscherpt toezicht onderworpen. Niemand zal daar wijzer van worden.

Niet alleen 'hbo-journalistiek is ver onder de maat' (O&D, 25 oktober), maar het gehele 'hoger onderwijs is een opgeblazen zeepbel' (O&D, 16 november) en in 'tal van opleidingen zijn zwakke studenten met kunst en vliegwerk aan een diploma geholpen' (O&D, 16 november). Over de lerarenopleidingen kunnen we kort zijn: die schijnen al helemaal niet te deugen (O&D, 21 november).


Is het werkelijk zo slecht gesteld met het Nederlands hoger onderwijs? Over het antwoord kunnen we kort zijn: het gaat juist heel goed met het hoger onderwijs in Nederland. Maar deze boodschap is aan dovemansoren gericht en het is dan ook niet verwonderlijk dat de politiek op basis van deze mythevorming door critici een wetsvoorstel voor verscherpt toezicht binnen het hbo heeft ingediend.


De Raad van State heeft begin deze maand in een advies over dat verscherpte toezicht in het hoger onderwijs echter gehakt gemaakt van de pregnante mythe dat er iets mis zou zijn met het hbo: 'Uit de onderzoeken kan niet worden afgeleid dat het hoger onderwijs kampt met een structureel nalevings- of kwaliteitsprobleem. Met uitzondering van vier alternatieve afstudeertrajecten van Inholland, is van geen enkele opleiding vastgesteld dat het eindniveau van afgestudeerden daadwerkelijk in het geding is.' Het gaat om een bijzonder klein aantal opleidingen - uiteindelijk niet meer dan 5 - op een totaal van bijna 1.200. Dat maakt de zaak niet minder erg, maar het maakt duidelijk dat de critici een loopje nemen met de cijfers.


Dat het hoger onderwijs een opgeblazen zeepbel is, zoals Ewoud Jansen op 16 november beweerde, blijkt in elk geval niet uit belangrijke ranglijsten voor universiteiten, zoals de Times Higher Education World University Ranking. Nederlandse universiteiten presteren wereldwijd bijzonder goed. Nederland staat met maar liefst twaalf universiteiten in de top-200 van de wereld, en bezet achter de VS en Groot-Brittannië de derde plek. Bovendien zijn de afgelopen jaren alle Nederlandse universiteiten op de ranglijst gestegen.


Het grootste probleem van het onderwijs is de gebrekkige opleiding van veel docenten, stelde Martin Slagter in de krant van 21 november. In het hbo is de helft van de docenten te laag opgeleid en daarom is Slagter voorstander van de eis dat een docent in het hbo over een master moet beschikken. In een aantal gevallen betekent zo'n rigide eis echter een regelrechte aantasting van de kwaliteit van de opleiding.


Neem het vak bouwtechniek op een technische lerarenopleiding. Is zo'n opleiding gediend met een universitair geschoolde, liefst gepromoveerde, docent die nog nooit een beitel in zijn hand heeft gehad en nauwelijks weet wat vmbo betekent? Of moeten de toekomstige leerkrachten bouwtechniek worden opgeleid door ervaren vakmannen die het vmbo van binnen en buiten kennen, dankzij jarenlange leservaring op een vmbo-school en dankzij een stevige dosis praktijkervaring in de bouwsector? In dat soort gevallen heeft een master geen enkele meerwaarde, maar volgens Slagter moet elke docent in het hbo universitair opgeleid zijn.


Op dit moment zien we de gevolgen van de hardnekkige mythen over het hbo. Den Haag lijkt te willen vasthouden aan verscherpt toezicht en legt het advies van de Raad van State, waarin wordt gesteld dat de voorgenomen regeling geen enkele meerwaarde heeft, dan ook gewoon naast zich neer. Dat betekent meer regels en dus meer bureaucratie.


Maar ook zonder die nieuwe wetgeving zien we dat in sommige opleidingen nu al vuistdikke dossiers worden aangelegd om administratief aan te tonen hoe de kwaliteit van het afstuderen wordt gewaarborgd. De tijd die daarin gaat zitten, wordt in elk geval niet besteed aan het geven van lessen. Dat is een volstrekt onwenselijk gevolg van de verscherpte aandacht van de keuringsinstanties, want voor de overgrote meerderheid van de opleidingen is er immers geen aanleiding tot meer bureaucratie. Minder lessen: dat kan toch niet de bedoeling zijn van deze 'kwaliteitsimpuls'.


Ook elders zien we dat afstudeertrajecten worden onderworpen aan verscherpte procedures. De aanleiding is dan niet de wens om de kwaliteit van het afstuderen te verbeteren, maar enkel het feit dat trajecten transparant moeten zijn om zo de keuringscommissies tevreden te stellen. En wat was ook alweer de aanleiding voor dit soort - uiteindelijk peperdure - investeringen? De aanleiding was de gesignaleerde tekortkoming op 5 van de 1.200 opleidingen.


Het gevolg is wel dat alle opleidingen zonder rationele overwegingen moeten investeren in papierwerk in plaats van hun eigenlijke taak. Dat de Inspectie heeft aangegeven dat het beeld van de 5 opleidingen niet representatief is voor het hbo én dat de Raad van State glashelder stelt dat het eindniveau van afgestudeerden niet in het geding is, blijkt de critici te zijn ontgaan. Dat zegt echter meer over de staat van het publieke debat en de politieke besluitvorming dan over de staat van het hoger onderwijs zelf.


Inmiddels denken veel ouders dat het onderwijs als geheel slecht is. Dat heeft voornamelijk te maken met de negatieve media-aandacht, want gek genoeg zijn de meeste ouders wel (redelijk) tevreden over de school waar hun eigen kinderen op zitten. Dat roept de vraag op waar al die slechte scholen en docenten dan wel zitten. Wij hebben ze gevonden: ze zitten in het hoofd van Martin Slagter en Ewoud Jansen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden