Neerlandistiek

Eind augustus werd het tweehonderdjarig bestaan van de neerlandistiek herdacht: twee eeuwen terug werd Matthijs Siegenbeek hoogleraar in de vaderlandse welsprekendheid te Leiden....

Ik kan me van 33 duizend publicaties geen voorstelling maken. Er is niemand die ze allemaal heeft gelezen, - honderdvijftig publicaties per dag lezen is onmogelijk. Zelfs eentiende ervan laat zich niet lezen. Er lijkt mij maar één conclusie mogelijk: 32.900 ervan worden door niemand gelezen, behalve door de schrijvers ervan, hoewel, als je elk jaar 660 artikelen moet schrijven - ik stel het aantal publicerende neerlandici op vijfhonderd - dan heb je ook geen tijd om je eigen publicaties te lezen. Van de 33 duizend zijn 32 duizend niet de moeite waard. Dat durf ik te zeggen zonder ze te hebben gelezen. Ze hadden ongeschreven en ongepubliceerd kunnen blijven.

Waar verschijnen trouwens die 33 duizend artikelen en andere bijdragen? Als elk artikel één bladzijde groot is, dan krijgen we dus 33 duizend pagina's, klein formaat. Het totale aantal pagina's van de Volkskrant - redactie- en advertentiepagina's samen - bedraagt 12 duizend. Als we vijf tijdschriftbladzijden per krantenpagina rekenen (heel krap genomen) dan is ongeveer een halve jaargang van de Volkskrant die 33 duizend pagina neerlandistiek. Stel u een halve jaargang 'Volkskranten' aan papier voor: de publicatiemogelijkheid van al die stukken wordt zeer onwaarschijnlijk, de hoeveelheid papier ook. (Wij hebben geen bosbranden nodig, wij hebben de neerlandistiek.)

Frits van Oostrom is een van de weinige mensen die ik altijd geloof, zelfs als hij in een interview zegt van het geld van de AKO-prijs een cabriolet te hebben gekocht. Maar nu maakt hij het me heel moeilijk. Als ik minister van Onderwijs was, zou ik bij het lezen van dat getal, onmiddellijk het vak neerlandistiek opheffen. Een vak dat bijna evenveel publiceert als in Italië jaarlijks over voetballen wordt geschreven (en dat wordt daar tenminste nog gelezen) kan men niet ernstig nemen. Een tweehonderdjarig bestaan lijkt mij trouwens een mooie gelegenheid voor die opheffing.

Laten we maar veronderstellen dat er veel gepubliceerd wordt. Is dat goed? Nee, want het meeste is overbodig. Veronderstel dat ik morgen een artikel moet schrijven over de poëzie van P.C. Boutens. Dan zijn er twee mogelijkheden. Ik herlees alle gedichten, lees alle studies over de poëzie van Boutens; ik schrijf dan een stuk waarin alles wat eerder geschreven is, is samengebracht. Dat is wetenschappelijk. En overbodig. Ik voeg niets toe; 32 duizend publicaties zijn van deze soort.

De tweede mogelijkheid: ik herlees alle gedichten, lees geen studies en schrijf een soort essay. Ook dat is overbodig, in dit geval dan. Wat ik niet gelezen heb, is een artikel of essay dat Vestdijk in 1940, bij Boutens zeventigste verjaardag, schreef. Hij nam het op in het tweede deel van zijn Muiterij tegen het etmaal. Het is vier bladzijden groot, het is een meesterwerk, waarin het hele oeuvre schitterend wordt weergegeven, in scherpzinnige verschillen tussen de jonge en de oudere Boutens - poëzie van de bloesem en die van de wortelstok, wat een schitterende metaforen -, en waarin zijn literair historische plaats, de synthese tussen Tachtig en De Beweging, tussen het beeld en de idee, prachtig is gekarakteriseerd. En het platonisme wordt uiteraard ook niet vergeten. Kortom: dit is het ideale stuk over de poëzie van Boutens. En het maakt elk ander essay overbodig. Ik heb er zelden of nooit naar verwezen gezien. Vestdijk was dan ook geen neerlandicus. De literatuurwetenschap neemt wat de literatuur zelf over literatuur schreef, lang niet altijd ernstig. Vestdijk heeft ook de twee beste stukken over het vroege werk van Gerard Reve geschreven. H.A. Gomperts publiceerde bij verschijnen het beste stuk over Archibald Strohalm van Mulisch. Ter Braak heeft talloze belangrijke werken definitief gekarakteriseerd. Enzovoort, zou ik hier haast schrijven.

Waarom over gaan doen wat al zo voortreffelijk en onovertrefbaar gedaan is? 32 Duizend overdoeners per jaar, 140 op een dag. Overdoen: maar de schrijvers denken opnieuw te beginnen. Er moet een schitterend boek te maken zijn met daarin van alle belangrijke werken uit, laat ik zeggen, deze eeuw, die onovertrefbare stukken erover. Orden ze chronologisch en je hebt een volmaakt inzicht in een eeuw literatuur, en dat moet door geen literatuurgeschiedenis te verbeteren zijn. Die stukken zijn maar voorlopig, wordt gezegd. Alles is voorlopig, ook de grote literatuurgeschiedenis die aan het begin van de volgende eeuw moet gaan verschijnen.

Het onovertrefbare als norm. Er zullen per jaar misschien nog 300 publicaties verschijnen, en dat is nog te veel. In elk geval een fractie van wat door tandheelkunde, andere medische vakken, wordt gepubliceerd. Als de neerlandistiek driehonderd jaar bestaat, verschijnen er nog maar vier boeken in de zoveel jaar. En de neerlandistiek zal algemeen als een zeer belangrijk vak worden gezien. Siegenbeek had gelijk. Hij hield nog veertig jaar over om nog eens diep na te denken over wat hij had geschreven. Dat was zijn vruchtbaarste tijd. De twee delen Muiterij tegen het etmaal zijn alleen nog antiquarisch te krijgen. En Boutens is bijna vergeten. Beiden worden niet of nauwelijks meer gelezen. Te begrijpen, er liggen nog 99 duizend publicaties van de afgelopen drie jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden