'Neem die oude vlag maar mee'

Zaterdag wordt een nieuw land geboren: Zuid-Soedan. Of het ook levensvatbaar wordt, hangt voor een groot deel af van de islamitische leiders in het noorden.

KEES BROERE

JUBA - Natuurlijk wordt het een ontroerend moment, morgen ergens vroeg in de middag. Dan zal de vlag van het jongste land ter wereld, Zuid-Soedan, officieel worden gehesen. Daar, aan die enorme paal, die de inwoners van de hoofdstad Juba zonder schroom 'de langste vlaggenmast' ter wereld noemen.

Luid gejubel zal klinken; de vrijheid zal tegen de hemel ketsen.

'Maar weet je wat zo mogelijk nog mooier is?', zegt een veiligheidsbeambte bij het mausoleum van Vader des Vaderlands John Garang, waar zaterdag de plechtigheden zullen plaatsvinden: 'Als eerst die vlag van Soedan gestreken wordt, keurig opgevouwen, en in handen gegeven van wie ook maar de regering in Khartoem zal vertegenwoordigen. Zo van: alsjeblieft, neem maar mee naar huis, wegwezen nu!'

Die vertegenwoordiger zal, zoals het er nu naar uitziet, president Omar al-Bashir zelve zijn. Hij staat ook op de lijst van gastsprekers, als laatste en dus als meest vooraanstaande, voordat Salva Kiir, de leider van het nieuwe Zuid-Soedan, de ceremonie zal afsluiten.

Bashir zal door de bezoekers niet met de rug worden aangekeken, daar zijn de Zuid-Soedanezen veel te fatsoenlijk voor (en bevreesd dat hun eigen veiligheidsmensen ze anders een ruwe corrigerende tik zullen uitdelen).

Zij zullen beleefd luisteren naar de man die donderdag nog zei 'onze broeders' in het Zuiden de zegen te geven en succes te wensen. Maar daarna is het: tabee, en kom vooral niet nog eens terug.

Aan de vooravond van de onafhankelijkheid van 9 juli lijkt het voor het ongetrainde oog van een buitenstaander alsof die onafhankelijkheid pas ergens in augustus een feit zal zijn. Bij het feestterrein is een stevige tribune gebouwd, waarvandaan de parades afgenomen zullen worden, maar verder dient er nog een godsgruwelijke hoop gedaan. Het komt allemaal goed, zo weten de mensen.

Of het ook met Soedan zelf allemaal goed komt, is een vraag die alleen brutale bezoekers hardop wensen te stellen. Het verlangen naar vrijheid moge dan haast onpeilbaar diep en sterk zijn in Zuid-Soedan, daarmee is nog niet gezegd dat de bewoners zullen zijn opgewassen tegen de rauwe werkelijkheid die ze vanaf de vroege ochtend van 10 juli in het gezicht zal staren.

Riek Machar, de vicepresident, is vol vertrouwen. Machar is een man die niet alleen als rebel voor de vrijheid van zijn land heeft gevochten, maar die nu en dan ook 'de oversteek' maakte en zijn loyaliteit plotseling bij Khartoem legde. Nu echter, als we hem mogen geloven, is Machar, lid van het Nuer-volk, een betrouwbare partner in de regering van Zuid-Soedan, waar vooral Dinka's het voor het zeggen hebben.

In zijn ruime werkkamer, waar ook een grote gekantelde kaart van Zuid-Soedan hangt, zegt Riek Machar dat zijn land in de afgelopen vijf autonome jaren al de goede weg is ingeslagen. 'We hebben met wegen alle delen van het land met elkaar verbonden, in elk geval in het droge seizoen.

We hebben scholen opgeknapt, ziekenhuizen en kliniekjes geopend. En vooral: we hebben onze mensen veiligheid gegeven. We zijn van oorlog naar vrede gegaan.'

Dat mensen als Machar, en al die andere ex-commandanten die het slagveld hebben verruild voor veel te grote bureaustoelen in kantoren waar nog van veel te weinig effectief werk sprake is, vooral ook aan zichzelf hebben gedacht, dat is weer een ander verhaal. De vice-president bijvoorbeeld laat naar verluidt voor zichzelf een huis met vijftig kamers bouwen - ruimte en luxe waarvan de verpleegkundigen in menig Zuid-Soedanees kliniekje voorlopig nog maar even niet durven te dromen.

Maar houdt ook de veiligheid stand? Het bewind-Bashir is immers een bewind dat erom bekend staat met de linkerhand over de bol te aaien, om vervolgens met de vuist van de rechterhand een enorme dreun uit te delen. Recente militaire acties van Khartoem in het district Abyei en de noordelijk provincie Zuid-Kordofan doen sommigen het ergste vrezen.

'We gaan ervan uit dat er geen nieuwe oorlog zal komen.' Dat zegt Dirk-Jan Omtzigt, een Nederlander die als economisch adviseur van de Zuid-Soedanese regering aan menige onderhandelingsronde met Khartoem heeft deelgenomen.

'Een hoop zaken is nu nog niet beslist, maar dat is iets wat je ook zag bij andere landen die onafhankelijk werden. Het gaat erom, uit te komen op twéé levensvatbare staten. De gesprekken daarover zijn ontzettend complex, maar ik denk dat we er wel uitkomen. De fundamenten worden gelegd.'

Miljoenen Zuid-Soedanezen hopen maar dat het waar is, dat Omar al-Bashir niet snel al het gevecht voor zijn eigen politieke overleven in Khartoem zal uitvechten over de eerder al zo gegeselde rug van de zuidelijke buurman.

Vertrouwen is een mooi ding. Maar vertrouwen in Bashir is toch zo'n beetje hetzelfde als het vertrouwen een bruine kroeg tegen te zullen komen in het islamitische, drooggelegde Khartoem.

Maar niet gezeurd, niet nu althans. Eerst morgen maar eens, in de brandende zon of kletterende regen, door de ceremonie voor de onafhankelijkheid heen komen. Bij de generale repetitie gaat menig soldaat van zijn snikhete stokje. Maar het meisjeskoor houdt stand, en heft het nieuwe volklied aan.

'O God, wij prijzen en vereren U.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden