'Nee, nee, ik ben niet egocentrisch '

Het gaat goed met Thijs Römer (26), telg uit het acteursgeslacht dat begon met opa Piet. Over een week gaat NU in première, een voorstelling van zijn eigen theatergezelschap....

ls Thijs Römer een vrouw was geweest, werd hij nu de muze van Theo van Gogh genoemd. Medea, 06/05, Cool!, Najib & Julia, in al die producties speelde hij grote rollen - in Medea zelfs, samen met Katja Schuurman, de hoofdrol. Nu wonen de twee samen in het appartement waar Van Gogh Schuurman als actrice liet schitteren - in Interview, met Pierre Bokma.

Het huis is niet veranderd sinds Römer er zijn intrek nam. Veel dimlicht en kaarsen, veel paarse, rode en oranje accenten - 1001 Nacht in een Marokkaanse kashba - en op het aanrecht die indrukwekkende hoeveelheid drank.

Ze staan op het punt de etage beneden te kopen, en hij wordt de eigenaar. 'Yorickie', zal hij die avond met een wijds armgebaar zeggen tegen zijn goede vriend Yorick Zwart, 'Yorickie, weet je wie die etage gaat kopen? Ik.'

Ja, het gaat goed met Römer, telg uit het acteursgeslacht dat begon met opa Piet. Gelukkig in de liefde, als acteur in de schijnwerpers, zijn eigen toneelgezelschap Annette Speelt onlangs beloond met een structurele subsidie. 26 Is hij pas, en of het jeugdige bravoure is, of aangeboren zelfverzekerdheid, met zijn hele voorkomen straalt hij uit: de wereld is van mij.

Over een week gaat nu in première, het stuk dat Annette Speelt een jaar geleden aan schouw burgdirecteuren verkocht nog zonder dat de makers wisten waarover het zou gaan. Römer: 'We hadden een vaag idee, een vraag eigenlijk, en die luidde: als er zoveel toneel wordt gespeeld in de politiek, moeten toneelspelers dan niet op zoek naar de waarheid? Arnold Schwarzenegger was net gouverneur van Californië geworden, mede dank zij toespraken die doorspekt waren met oneliners uit zijn eigen films. Politiek en acteren liepen hier letterlijk door elkaar. Daar wilden wij iets echts tegenover stellen.'

Wat?

'Dat wisten we niet. Anderhalve maand voor de moord voor Theo van Gogh spraken we de legendarische woorden: de inhoud zal zich te zijner tijd wel aan ons opdringen.'

En zo zitten straks Ayaan Hirsi Ali, Mo hammed B. en Andries Knevel in het decor van EO-talkshow Het elfde uur.

'Dat leek ons wel een mooie driehoek: de moslim, de christen en de afvallige. Het stuk begint met een inleiding van Knevel, waarin hij zich afvraagt: als Theos God betekent in het Grieks, en Theo is dood, bestaat God dan ook niet meer? Knevel heeft de diepe wens deze twee mensen, die in alles elkaars tegenpolen zijn, bij elkaar te brengen. Als het hem lukt, zegt hij, heeft hij het bewijs geleverd dat God er nog is.'

En?

'Laat ik het er op houden dat Ayaan en Mohammed een gemeenschappelijke vijand krijgen. Knevel.'

Nee, een statement is nu niet, een eerbetoon aan Van Gogh evenmin. Römer voelde 'een verplichting naar de gebeurtenis' en hij geeft onmiddellijk toe dat het afstandelijk klinkt. 'Wat ik bedoel is: drie maanden na Theo's dood is het alweer zo onverdraaglijk stil geworden. Ik hoorde Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur, tijdens het Rotterdams Filmfestival zeggen dat de moord op van Gogh een incident is. Een incident! Dat kon je misschien na Fortuyn nog geloven, maar na Theo toch niet meer. Dus we moeten zijn verhaal blijven vertellen. Iedereen moet zijn mening blijven vormen, opnieuw, en opnieuw. De discussie mag niet verstommen.'

Dat doet hij ook niet. Er zijn nu al mensen die zuchtend de krant openslaan en zeggen: ik ben het zó zat met die islam.

'Maar alles wat wordt gezegd en geschreven is zo oppervlakkig en fragmentarisch. Ik mis iemand die mij leiding geeft. Die zegt: ''Volg mij maar even.'' Maar Nederland heeft geen visionairs.'

Ayaan Hirsi Ali?

'Heb ik moeite mee. Niet met wát ze zegt, maar hóe ze het zegt. Als je Submission maakt om moslimvrouwen te bevrijden, en je zegt tegen diezelfde moslimvrouwen in een uitzending van Nova dat het hun probleem is als ze zich beledigd voelen ... ja, wat wil je dan? Zo bereik je elkaar toch niet?

'Die cabaretier, kom, hoe heet hij ook alweer, oud, grijs, van Neerlands Hoop. Freek de Jonge. Die zei: ''Als het goed gaat in een samenleving ben je als kunstenaar verplicht te ontregelen, is de samenleving ontregeld, dan moet kunst de mensen bij elkaar brengen.'' Zo voel ik dat ook. Ik heb behoefte aan hoop en aan troost.'

Zoals: Balkenende bindt.

'Maar hij is zo ontzettend krachteloos. Hij zou zijn boodschap met de bravoure van Fortuyn moeten brengen. Dan zou ie me misschien wel mee krijgen.'

Hij groeide op in Diemen, met zijn moeder en zijn drie jaar oudere zus Nienke. Zijn ouders scheidden toen hij 2 was, maar organiseerden een co-ouderschap waarbij de kinderen steeds vaker en steeds langer bij vader Peter woonden - tot Thijs er op zijn veertiende definitief zijn intrek nam.

Met zijn moeder had hij wat hij noemt 'een erg uitgesproken relatie. We maakten heel heftig ruzie, en daarna maakten we het ook weer heel heftig goed'. Vanaf zijn elfde begon het verzet tegen haar gezag. 'Mijn moeder was absoluut streng. Het type dat zei: je doet het nu, omdat ik dat wil, en er is geen discussie mogelijk. Daar werd ik dus opstandig van. Ik wilde best iets doen wat iemand vroeg, maar wel op een moment dat het mij uitkwam.'

Op school botste het ook, met zijn docenten. Specifieker: met zijn vrouwelijke docenten. 'Ik accepteerde hun gezag gewoon niet. Als ze me iets opdroegen, zei ik altijd: kun je dat niet even leuk in overleg doen, en mij in mijn waarde laten?' Het is psychologie van de koude grond, zegt Römer, maar het kan niet anders dan dat het gemis van een vader de reden voor zijn verzet is geweest. 'Ik had grote behoefte aan een man in huis.'

Prima plan dus van zijn ouders, om hem op het hoogtepunt van zijn puberteit naar zijn vader te laten verhuizen. 'Vanaf dat moment heb ik pas echt een band met hem opgebouwd, een echte mannenband, veel terloopser dan die met mijn moeder, maar daarom niet minder. De liefde zit meer in alledaagse dingen.'

Hij kwam terecht in Haarlem, waar alles wat hij deed zich afspeelde op de vierkante kilometer tussen huis, school en tennisbaan. 'Een beetje trutterig, maar wel rustig en veilig. In Amsterdam was ik alleen maar aan het reizen: van Diemen naar Osdorp, waar ik naar school ging, van Osdorp naar Amster dam-Zuid, waar ik tenniste. En dat vier keer in de week.'

Lange tijd leek het erop dat hij de eerste Römer in de topsport zou worden. Het was zijn grote ambitie: tennissen op het hoogste niveau. Het liefst was hij elke vrije seconde op de baan, en thuis sliep hij met zijn racket in bed. 'En trainen, hè, heel hard trainen. Honderd trappen op in het Amsterdamse Bos, nou, daar ging ik.'

Maar op zijn vijftiende moest hij toegeven dat een carrière als toptennisser er niet in zat. 'Te weinig balgevoel, en geen wedstrijdmentaliteit. Ik maakte me veel te druk dat ik moest winnen, terwijl ik daar juist het talent niet voor had. Ik had talent voor hard werken tijdens de training.'

En toen viel je, heel klassiek, tijdens een schoolvoorstelling toch voor het toneel.

'Ja, tijdens De Feeks van Shakespeare. Ik moest, staand achter een paneel, een piepschuimen eend op een stokje laten vliegen, en ineens dacht ik: stel dat die eend nou echt wegvliegt, wat dan? Ik ben het toneel opgerend, achter die eend aan, waardoor de scène op het podium helemaal in het water viel, mijn opa in de zaal schaamde zich helemaal dood, maar ik wist op dat moment: als acteur kun je alles laten gebeuren.'

Hij deed auditie op de toneelschool in Amsterdam. Maakte, in de herinnering van zijn latere docent Bart Kiene, indruk met zijn 'absoluut flamboyante verschijning'. Zelfverzekerd door zijn achternaam? 'Nee, ik was net zo nerveus als alle anderen. Want je weet: van de vijfhonderd kandidaten kunnen er twaalf door.'

Tijdens zijn tweede opdracht transformeerde hij zo weergaloos tot hond - 'een paar mensen hadden hun schoenen uitgedaan omdat ze met blote voeten beter konden aarden of zoiets, en toen heb ik de voeten van een van die jongens helemaal afgelikt' - dat hij zou zijn aangenomen als ze hem niet te jong hadden gevonden.

Een jaar later was het dan toch raak, en begon een periode van vier jaar waarin hij voor het eerst in zijn leven het gevoel had iets te doen, helemaal voor zichzelf. 'Niet om iets toe te voegen aan wat mijn opa, mijn vader en mijn oom Han al hadden gedaan. Ik ben gaan acteren omdat ik het leuk vond.'

Het romantisch ideaal, van complete over gave aan de kunst, is voor hem samengebald in de scène die hij in het tweede jaar speelde, in de Oresteia van Aeschylos. 'Ik speelde Orestes, zoon van Klytemnestra die haar man heeft vermoord. Orestes wil zijn vader wreken, maar dat kan alleen door zijn moeder te doden. En dan zegt de moeder tegen de zoon: ja maar jongen, ik heb je gemaakt, ik heb je gezoogd, uit deze borst kwam de melk waarvan jij groot bent geworden, en dan kniel ik voor haar, houd haar vast, steeds vaster en vaster, en terwijl ik allemaal lieve woorden fluister, dood ik haar.'

Díe tegenstelling, zegt Römer, daar draait het om in het acteren. Zijn belangrijkste les, eentje waaraan hij nog altijd denkt, kreeg hij van Bart Kiene. 'Hij zei: ''Als je een vrouw in een concentratiekamp ziet huilen, dan snap je dat, dan denk je: ja natuurlijk, zij is zielig. Maar als je een vrouw in een concentratiekamp ziet lachen, dan gaat je fantasie werken.'' Het is het verzet tegen het onvermijdelijke dat dramatisch is, en al helemaal als dat verzet gepaard gaat met een groot optimisme.'

Herken je dat?

'Ik heb twee keer in mijn leven kennisgemaakt met het onvermijdelijke. De eerste keer was ik 16, en kreeg mijn moeder baarmoederkanker. Ze had al een tijd buikpijn, voelde zich lusteloos. Als ze twee maanden later naar de dokter was gegaan, was ze er nu niet meer geweest. Zo ziek als mijn moeder was, ze heeft altijd gezegd: ik word 83. Grenzeloos optimistisch. Een geloof. Maar misschien zei ze het ook zodat wij ons geen zorgen zouden maken. En ik dacht: als zij het zegt, dan is het zo. Ik heb me opgetrokken aan haar optimisme.'

En de tweede keer?

'Werd Theo vermoord. Die daad was in alle opzichten zo weerzinwekkend dat ik mij nu nog steeds machteloos voel.'

Van Gogh was zijn beste regisseur. 'Theo heeft de kracht en de energie die ik in me heb als acteur weten te bundelen. Ik wil graag dienst baar zijn aan mijn tegenspeler, probeer ook open te staan voor wat die mij geeft, maar tegelijkertijd vind het lekker om gas te geven, om een scène vooruit te duwen.'

Dan speel je dus alleen voor jezelf.

'Nee, nee, ik ben niet egocentrisch. Het is meer, dat ik begin vanuit iets gezamenlijks, vervolgens op mijn eigen spoor terechtkom, en dan soms vanuit mijn enthousiasme niet genoeg ruimte laat aan anderen. ''Laat mij nou ook eens uitpraten'', ja dat hoor ik vaak.'

Je hebt de rol van Jason Jason in Medea je beste tot nu toe genoemd. Waarom?

'Ik vond het heerlijk om een man te spelen die ogenschijnlijk elke situatie domineert. Ook al zit hij in de shit, hij weet er altijd weer een draai aan te geven, en dat doet hij met zoveel plezier, en zoveel bravoure.

'Maar Jason is uiteindelijk natuurlijk een heel naar persoon. Hij manipuleert alles en iedereen, hij verleidt, bedriegt, verlinkt. Hij wil wel van Medea houden, maar hij kan het niet. Hij is in de liefde totaal onkundig omdat hij, als wees, nooit heeft geleerd om van iemand te houden. Daarin lijkt hij weer helemaal niet op mij. Ik ben heel liefdevol opgevoed. Mijn ouders hebben mij altijd voorgeleefd: heb je naaste lief zoals jezelf.'

Of dat ook weleens niet lukt? Er volgt een hele lange stilte. 'Ik zal je zeggen... ik kom er niet op. En dat wil niet zeggen dat het niet is voorgekomen.'

Cijfer je jezelf weleens helemaal weg?

'Poeh'...

Hij vertelt van zijn beste vriend Yorick, hoe vaak die hem soms moet bellen om contact te krijgen, 'ja, dan ben ik echt onbetrouwbaar, een lul', en elke keer als hij de voicemail hoort, denkt hij: o ja, Yorick bellen, en dan komt het er toch weer niet van, na weken wordt de schaamte steeds groter, en dan volgt een berichtje: ''Thijs, als er iets is, bel me, want ik snap het niet'', en dan belt hij en zegt: er is niks, en dan klinkt er een opgeluchte zucht aan de andere kant van de lijn: oh, gelukkig, en daarmee is de kous dan af. 'Dat is echt Yorick. Zo zonder verwijten. Zo liefdevol.'

Andersom heeft hij ook een keer een offer gebracht, toen ze twee weken samen in Amerika zaten, en Yorick zijn vriendin zo miste dat hij niet te harden was. 'Toen heb ik gezegd: Yor, als het zo erg is, dan gaan we toch terug? Geen probleem. Maar toen hoefde het al niet meer.'

En dan komt het onderwerp van gesprek binnen, en vertelt Römer over zijn voornemen om die etage te kopen. Op de opmerking dat hij en Katja dan maar meteen moeten gaan trouwen omdat het zo zo serieus is, reageert hij: 'Het was negen maanden geleden al serieus.'

Laatst zat hij in de radiouitzending van Giel Beelen, en die zat zo te vissen naar een trouwdatum dat hij het niet kon laten om te zeggen dat hij Katja dan wel niet gevraagd had, maar dat ze wel al zwanger was. 'Hadden ze het 's avonds als nieuws bij SBS6 Shownieuws en RTL Boulevard. En nu gaat ook nog het gerucht dat Tara Elders achter me aan zit.'

Hij lijkt er van te genieten, van die aandacht, maar zeg er iets van, en hij ontkent ten stelligste. 'Al die telelenzen voor je deur, echt niet leuk.'

Ze leerden elkaar kennen op de set van Medea, hadden elkaar nog nooit ontmoet, en wat hij in haar herkende was 'een buitengewone energie en onbevooroordeelde houding'. Daardoor werd hij verliefd.

En andersom?

'Voor Katja was het puur fysiek. Hahaha.'

Hun mooiste scène samen, en zijn beste scène, was die waarin hij haar, zittend voor een spiegel, ten huwelijk vroeg. 'Niet alleen omdat ik het hartstikke fijn vond om het fictief te doen, maar omdat het de eerste keer was dat ik niet naar mezelf zat te kijken en helemaal opging in wat ik speelde.'

Het is al vaak gememoreerd, hoe Theo van Gogh genoot van de liefde tussen zijn twee acteurs. Misschien herkende hij de gretigheid waarmee ze het leven omarmden. 'En het engagement, de trouw, het mateloze'...

De depressies.

'Nee, daarvan heb ik geen last. Niet zoals Katja. Maar ik moet wel altijd in beweging zijn. Want als ik niet werk, als ik niets doe, krijg ik al snel last van de hamvraag.'

Wie ben ik en waarom ben ik hier.

'Daar heb ik dus geen antwoord op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden