Nee, jíj trekt volle zalen

Gratis wijn in de pauze, theaterklassiekers op de planken en toch nog wat mooie kleine producties: Hein Janssen signaleert wat de theaters komend seizoen in stelling brengen om ondanks de bezuinigingsmalaise het publiek naar binnen te lokken.

Met de première van Lange Dagreis door de Nacht van Toneelgroep Amsterdam is deze week het theaterseizoen 2013-2014 van start gegaan. Het afgelopen jaar waren de verhalen uit en rond de theaters nogal somber. Legere zalen, verschralend aanbod, producenten die een faillissement vreesden, schouwburgen die alleen nog maar risicoloos programmeren.


Laat nu eerst maar eens het stof neerdalen, pas dan kan worden bezien of de malaise structureel is - dat hoor je vaak. En ook: we hebben met z'n allen een flinke sanering achter de rug, maar wie weet zullen in het omgeploegde landschap weer mooie dingen bloeien. Vanuit die optimistische gedachte een overzicht in drie bedrijven van wat er dit nieuwe theaterseizoen gaat spelen.


1 Lang leve de pauze!

'Ik wil hier graag pleiten voor de portemonneeloze pauze.' Met die opmerking oogstte Nel Oskam, directeur van de schouwburg in Gouda, onlangs veel hilariteit bij het debat Prikkelen of Pleasen, dat ging over de vraag of theaters niet te risicoloos zijn gaan programmeren.


Volgens Oskam gaat het publiek mede naar het theater om andere mensen te ontmoeten en een praatje te maken. Theater als sociaal-culturele hangplek, als het ware. Vandaar die pauze waarin het publiek een drankje kan drinken zonder de portemonnee te hoeven trekken - in Gouda is het trouwens ook gebruikelijk dat het publiek na afloop gratis bitterballen krijgt.


De portemonneeloze pauze van Nel Oskam staat voor de bereidwilligheid van schouwburgen en theatermakers het publiek zo veel mogelijk tegemoet te komen. Zo zou Oskam ook graag zien dat de acteurs en artiesten na afloop nog wat nablijven in de foyer om met het publiek in gesprek te gaan. Dat vinden de mensen leuk en dan komen ze sneller terug. Cabaretier Peter Heerschop zei in dat bewuste debat dat hij alles wilde doen om het publiek van dienst te zijn, desnoods wil hij na afloop met plezier leuke dames naar huis brengen.


Het DeLaMar Theater in Amsterdam is een van de theaters die opvallen, als het gaat om service. Van de programmering daar kun je van alles en nog wat vinden, maar men weet wel wat het publiek wil voor zijn (dure) kaartje: een grote garderobe waar je niet wordt weggeduwd, mooie foyers met goede koffie en wijn, ruimte om te flaneren.


Ook de wat chiquere schouwburgen in de grote steden wagen zich aan voor hen nieuwe marketing. De Rotterdamse Schouwburg lanceerde deze maand een spaaractie: bij vijf jeugdtheaterkaartjes ontvangt men een gratis Fruutknuffel. Op 15 september wordt de Fruut gepresenteerd, die hopelijk niet zal lijken op de wuppies van Albert Heijn.


'Wist u dat u zomers heerlijk kunt barbecueën bij ons op het balkon van de stadsschouwburg?', staat in de laatste nieuwsbrief van de Stadsschouwburg Amsterdam. Het zomerarrangement behelst een barbecue voorafgaand aan de voorstelling en bubbels na afloop. De keuze daarbij is die uit Lange Dagreis door de Nacht van Eugene O'Neill en De Meeuw van Tsjechov.


'Zij houdt van het toneel, zij denkt dat zij de mensheid, de heilige kunst dient, maar volgens mij is het toneel van tegenwoordig routine, conventie. (...) Nieuwe vormen hebben we nodig, en als die er niet komen, dan maar liever helemaal niets.' Dat zegt de jonge toneelschrijver Kostja in De Meeuw over zijn moeder, de beroemde actrice Arkadina, die voor hem het symbool is van het vastgeroeste theater.


2 Bekend maakt bemind.

Tsjechov, Shakespeare, Strindberg, Büchner, Oscar Wilde en modern-klassieke schrijvers als Eugene O'Neill en Edward Albee domineren komend seizoen het aanbod. Dat is trouwens al jaren zo, want bekend maakt bemind, zeker bij het theaterpubliek. Je zou kunnen beweren dat de theatermakers met dit repertoire behoorlijk op safe spelen in de hoop het publiek te verleiden. Maar gelukkig is het theater in Nederland zo divers en vaak avontuurlijk dat ook met het bekende repertoire voor verrassingen wordt gezorgd.


Guy Cassiers bijvoorbeeld regisseert bij Toneelgroep Amsterdam Hamlet, het stuk der stukken, maar bij hem heet het dan Hamlet vs. Hamlet en is het grondig bewerkt door Tom Lanoye. Voor Cassiers is deze bewerking een metafoor voor de politieke crisis die Europa op dit moment doormaakt. 'Enerzijds is er de ambitie om deel uit te maken van de geglobaliseerde wereld, anderzijds groeit de angst om het overzicht te verliezen en wordt opnieuw gezocht naar lokale identiteit en zekerheid.'


Dat maakt zo'n nieuwe Hamlet spannend, ook al omdat Cassiers een regisseur is die met ultramoderne middelen een nieuw licht kan werpen op het aloude verhaal. Zoals ook de zoveelste nieuwe opvoering van Edward Albee's Wie is er bang voor Virginia Woolf? toch ook weer nieuwsgierig maakt. Net eentje achter de rug van Dood Paard met een geweldige Manja Topper en Kuno Bakker als Martha en George (binnenkort trouwens in reprise), en dan zien we straks Maria Kraakman en Jacob Derwig in die rollen.


Verder komen onder meer De Storm (Shakespeare), Elektra (Sofokles), Oresteia (Aeschylus), Julius Caesar (Shakespeare) en De Goede Mens van Sezuan (Brecht) voorbij, al dan niet in rigoureuze bewerkingen. Opvallend is ook het aantal reprises.


'Gaap, gaap, kan dat niet wat avontuurlijker?', zou de cynicus nu kunnen roepen. Maar feit is dat het aanbod meer dan ooit wordt afgestemd op de vraag en die vraag betreft kennelijk bekende titels en bekende namen. Daarom ook zet de trend van de boekbewerking stevig door.


Ook daarin kan de keuze soms verrassend zijn, zoals bij Oostpool waar Marcus Azzini Kafka's Het Proces gaat regisseren. Dat is dan ook de kracht van het gesubsidieerde theater, dat er risico's kunnen worden genomen. Vrije producenten moeten daarentegen veel meer op de verkoopbaarheid van hun producties letten. Dat blijkt al uit titels als Haar naam was Sarah, De Passievrucht, Vijftig tinten - de parodie en De donkere kamer van Damokles.


3 Groots in het kleine.

Juist door de fijnmazigheid van het Nederlandse subsidiesysteem is in dit land een gevarieerd theaterklimaat ontstaan. Met vooral spannende ontwikkelingen in de kleinere zalen en acteurs die van alle markten thuis zijn, die de ene keer in de schouwburg Hamlet spelen en de volgende keer in een tentje op de Parade een shownummertje ten beste geven. Dat hoor je vaak van regisseurs die het kunnen weten, zoals Johan Simons onlangs in Zomergasten.


Dat was allemaal zo. Tot voor kort. Want als ergens het aanbod karig dreigt te worden, is het in de middengrote en kleine zalen. Juist in dat circuit zijn veel groepen wegbezuinigd, de productiehuizen zijn nagenoeg opgeheven en de fondsen hebben te weinig geld om kleine groepen en eigenzinnige theatermakers te ondersteunen.


Het is aan theaters als De Toneelschuur (Haarlem), Frascati (Amsterdam), De Verkadefabriek (Den Bosch) en Theater aan het Spui (Den Haag) te danken dat er met man en macht geprobeerd wordt een avontuurlijke programmering bijeen te sprokkelen. De Toneelschuur heeft na de fikse korting op zijn subsidie bovendien kans gezien alsnog geld bij elkaar te krijgen om komend seizoen vijf nieuwe producties uit te brengen. Jonge regisseurs als Michiel de Regt, Paul Knieriem en Thibaud Delpeut gaan daar aan de slag met stukken van Thomas Bernhard, Martin Crimp en Albert Camus.


Zij zullen zich vast moreel gesteund weten door wat de jonge actrice Nina zegt in De Meeuw: 'Nu weet ik, nu begrijp ik, dat in ons werk - het maakt niet uit of het nu toneelspelen is of schrijven - de hoofdzaak niet de roem is, niet de schittering, niet dat waarvan ik droomde, maar het vermogen om vol te houden.'


Ola Mafaalani, artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel. Repeteert momenteel aan de voorstelling Fellini die op 6 oktober in première gaat.


'Mijn overtuiging is dat we als theatermakers vooral transparanter moeten worden. Dat wil zeggen dat we niet zozeer moeten proberen mensen naar die ene voorstelling te krijgen, als wel het publiek deelgenoot moeten maken van wat ons bezighoudt, waarom al die acteurs met bloed, zweet en tranen werken om mooie voorstellingen te maken.


Als het alleen maar om die ene voorstelling zou gaan, doe je precies hetzelfde als Coca-Cola: je product aan de man brengen.


'Daarom organiseren wij regelmatig openbare repetities. Niet om die ene voorstelling vol te krijgen, maar om ze deelgenoot te maken van waar theater voor mij over gaat. In het theater kun je de wereldliteratuur ontdekken, een tijdreis maken, nieuwe inzichten en magie verwerven.


'Ik wil laten weten dat theater de plek is waar je even stil kunt zijn, waar de telefoon uit staat, waar je samen met de andere bezoekers rust vindt, waar je kunt ademen. En dat theater in deze drukke, oppervlakkige tijd een opstap is naar wezenlijke vragen.'


Alize Zandwijk, artistiek leider van het Ro Theater. Repeteert momenteel aan de voorstelling Vreugdetranen drogen snel, die op 23 september in première gaat.


'De komende twee jaar gaat het Ro Theater alleen maar nieuw repertoire brengen, waaronder stukken van Rob de Graaf over Jeanne d'Arc en van Rik van den Bos over Ulrike Meinhof. Wij gaan even niet meedoen aan de mainstream, even niet denken dat je alleen maar met Shakespeare en Tsjechov de zalen vol krijgt. Het is een gok, zeker, maar met die nieuwe stukken hopen we ook een nieuw publiek te genereren. Wij hebben een multicultureel ensemble en werken in een multiculturele stad, daar moet je als theatermaker rekening mee houden, dat je dicht op de huid van de tijd zit.


'Wij geloven niet in grote titels, maar in grote gedachten, grote verhalen. Vreugdetranen drogen snel van Rik van den Bos, de voorstelling waaraan ik nu werk, is gebaseerd op de films van Emir Kusturica en de romans van Márquez en gaat over verlies en leven, tegen de klippen op. Dat is een tijdsdocument.'


Inge Bos, producent en eigenaar van Bos Theaterproducties. Brengt komend seizoen onder meer de voorstellingen Haar naam was Sarah en De Verleiders 2: de val van een super-man in de Nederlandse theaters.


'Er is geen kant-en-klaarrecept voor volle zalen; theater is geen magnetronmaaltijd. Het begint altijd met een onweerstaanbaar idee, waarbij je goed voor ogen moet hebben voor wie je de productie maakt. Dan moet er een sterk beeld komen dat het gevoel van de voorstelling overbrengt: tegenwoordig kan dat een commercial zijn die je in bioscopen vertoont.


'Wij zoeken ook graag naar een 'extraatje', een spin-off van de voorstelling om het publiek te betrekken bij onze producties. Zo hebben de makers van De Verleiders een 'Grote Graaiers Quiz' gemaakt en hebben wij al publiek uitgenodigd tijdens de eerste repetitiefase van Haar naam was Sarah.'


Wat doet u om de zalen vol te krijgen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden