Nee Daan, nou even niet

Daan van Baarsen werd op 23-jarige leeftijd invalide. Hij belandde in een rolstoel en had voortaan hulp nodig. Dat belette hem geenszins zich vol levenslust tussen de mensen te begeven....

Daan van Baarsen, op 2 december op 57-jarige leeftijd in Wageningen overleden, had een handicap. Als dienstplichtig militair in Suriname raakte hij verlamd. Hij was bij het zwemmen van een brug gedoken, maar de rivier was niet diep genoeg. Hij kwam in een rolstoel, en kon zich nauwelijks bewegen. In de loop der jaren ronselde hij een leger van ‘mennekes en vrouwkes’ die hem verzorgden.

Daan bleef vol levenslust, organiseerde trektochten, overnachtte in primitieve hutten, zong in een koor het Hollandse lied, was vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk, werd overal penningmeester, vertelde met een mooie, warme stem sprookjes en verhalen. Voorts schreef hij met een typspalk, gebonden aan één vinger, strijdlustige columns voor clubbladen en tijdschriften. Als waarachtig schaker maande hij: toon nooit mededogen met de opponent. Daan wilde winnen: verliezen is nooit onverdiend.

Hij rookte zijn sigaartje, dronk zijn glaasje en vrienden vergaten bij hem hun stress. Eens in de week ging hij zwemmen. Dan dacht hij aan het gedicht De idioot in het bad’ van Vasalis: ‘En elke keer dat hij uit ’t bad wordt gehaald en stevig met een handdoek drooggewreven (...) stribbelt hij tegen en dan huilt hij even’.

Daan werd geboren in Halfweg, waar zijn vader bedrijfsleider was op de fabriek van opa. Het gezin woonde op het fabrieksterrein en Daan speelde met zijn broertjes; vriendjes waren er niet. Het gezin – vier jongens en een meisje – verhuisde naar Bennebroek, ‘naar een straat met buren’. Op het Triniteitscollege in Haarlem, een patersschool voor jongens, voelde Daan zich verloren, maar werd hij wel kampioen schaken. De broers die thuis een hechte band vormden, negeerden elkaar. De studie economie in Groningen werd geen succes, hij kon niet wennen en kwam ieder weekend thuis. Hij zocht werk bij een boer en genoot. Na drie maanden ging hij in Wageningen Landbouweconomie studeren. Hij hockeyde en speelde rugby, was groot en krachtig. Toen hij opnieuw stopte met de studie, moest hij alsnog in dienst. Officier wilde hij niet worden en hij tekende voor Suriname.

In maart 1974 – nog geen 23 jaar oud – sloeg het noodlot toe. Een hoge dwarslaesie, vanaf de romp verlamd. De spieren van armen en handen werkten nauwelijks. In het revalidatiecentrum werd een fysiotherapeute op hem verliefd. ‘Blijkbaar was ik nog interessant.’ Zij trouwden, gingen naar Wageningen en hij studeerde af. Na tien jaar volgde een scheiding, maar Daan bleef sterk. Hij had goede vrienden en verdiepte zich in de antroposofie en meditatie. Hij begon een zoektocht naar de zin van het leven.

Hij wilde geen slachtoffer zijn, zag de waarheid onder ogen, woonde zelfstandig, bracht mensen bij elkaar en ’s zomers op de familiekampen die hij tot in de puntjes voorbereidde, genoot hij van de neefjes en nichtjes. Eerst vonden ze hem zielig, maar ontdekten al snel dat je over alles ‘geweldig’ met hem kon praten. Zonder hun hulp kon hij niets, helemaal niets, maar iedereen mocht zeggen: ‘Nee Daan, nou even niet.’ Dat gaf hem ook de kracht om onbekenden op straat of op bospad te vragen: ‘Wilt u mij helpen, ik moet naar de wc en kan dat niet alleen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden