Nederlandstalig is in Brussel relatief begrip

BRUSSEL - 'Mevrouw, ik zèn gène Vlaming. Ik ben in Brussel geboren, dus ik ben een Nederlandstalige Brusselaar. Geen Vlaming, zeker niet.'


Mark Ponsaerts zit aan de bar van de bruine kroeg Merlo, een van de weinige cafés in Brussel waar vooral Vlamingen komen. De 53-jarige postbode - facteur, zeggen ze hier - is na zijn brievenronde een pilsje aan het drinken. Zijn eerste glas is nog niet half leeg of de barman zet er al het volgende naast. Een voorraadje - camion, zeggen ze hier - om zeker niet droog te vallen. En al die Franse woorden verklappen het al: Nederlandstalig, dat is in Brussel een relatief begrip.


Onlangs kwam in België een eind aan een jarenlange symboolstrijd tussen Vlamingen en Franstaligen. Er werd een akkoord bereikt over het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde, beter bekend als BHV. Maar wat bijna niemand zegt: het zijn de Brusselse Vlamingen - of Nederlandstalige Brusselaars, zo je wil - die het kind van de rekening lijken te worden.


Om misverstanden te voorkomen: Brussel is geen tweetalige stad. Officiële tellingen zijn er niet, maar onderzoekers hebben berekend dat slechts 7 procent van de Brusselaars puur Nederlandstalig is en nog eens 9 procent perfect tweetalig. De overgrote meerderheid van de Brusselaars is gewoon Franstalig. Door de grote toestroom van Frans-, Engels- en anderstalige immigranten wordt het aandeel Nederlandstaligen zelfs steeds kleiner.


Wat wel tweetalig is, is de Brusselse overheid. Brussel is de hoofdstad van alle Belgen, en de Vlamingen hebben lang gestreden om door de overheid in hun eigen taal te worden bediend. Aan het gemeenteloket, in ziekenhuizen, in het openbaar vervoer, in de rechtspraak: in theorie moet je er in het Nederlands terecht kunnen. In de praktijk lukt dat niet altijd, zeker niet in de ziekenhuizen, want er zijn gewoon niet voldoende tweetalige artsen en verplegers.


Er zijn in Brussel ook Nederlandstalige scholen, en er is een uitgebreid Nederlandstalig cultureel netwerk, met het Kaaitheater, de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en de concertzaal Ancienne Belgique als voornaamste pijlers. Allemaal gefinancierd door Vlaanderen, om de taalgenoten in Brussel te ondersteunen. De Nederlandstalige Brusselaars worden goed beschermd.


Maar nu komt er een eerste barst in die met bloed, zweet en tranen opgebouwde taalbescherming. In ruil voor de splitsing van de controversiële kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moeten de Vlaamse Brusselaars slikken dat ze niet langer een eigen vertegenwoordiger hebben in het Belgische parlement. Ook daalt het aantal tweetalige magistraten binnen het Brusselse gerecht.


'Op democratisch vlak wordt de Vlaamse Brusselaar eigenlijk van de kaart geveegd', zegt Steven Van Garsse, journalist van Brussel Deze Week. Deze Nederlandstalige stadskrant is gehuisvest in het beroemde Flageygebouw, een art-deco-monument waar vroeger de nationale radio-omroep zat. Het complex is met Vlaams geld gerenoveerd, en vormt ook zo'n Vlaams piketpaaltje in overwegend Franstalig gebied.


'Als Nederlandstalige burger wil ik mijn stem op een Nederlandstalige partij uitbrengen', zegt Van Garsse. 'Maar dat kan niet meer, tenzij ik verhuis. Dat is toch een achteruitgang van de bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel.'


Vreemd genoeg trekt de gemiddelde Nederlandstalige Brusselaar zich daar niets van aan. De verontwaardiging is minimaal. 'Oh, de politiek, dat interesseert me niet', zegt postbode Ponsaerts. 'Welke taal ge spreekt, dat regelt ge met de mensen ondereen.' Op zijn brievenronde komt hij alle talen tegen, steeds vaker Arabisch of Turks. Dan probeert hij de mensen te helpen, al is het met handen en voeten. 'Alhoewel, ik moet zeggen, veel van die Arabische types spreken beter Nederlands dan de Walen.'


Met Franstaligen spreekt hij gewoon Frans, waarom niet? Al moeten ze zich wel een beetje inschikkelijk tonen. 'Als een Franstalige winkelier moeite doet maar niet verder raakt dan 'goeiedag', dan vind ik dat geen probleem. Maar als ze echt niet proberen, dan zien ze mij niet meer terug. Ik lach daarmee: willen ze mijn geld niet? Het is geen Vlaams, maar gewoon Belgisch geld.'


Bijna alle Nederlandstalige Brusselaars doen zoals Ponsaerts. Ze passen zich aan. Zodra ze Frans horen, schakelen ze over. Eenderde van de Nederlandstalige Brusselaars gebruikt zelfs Frans in hun contact met het tweetalige stadsbestuur. 'Ze denken dat ze dan sneller geholpen worden', zegt een Brusselse ambtenaar. 'Want alle Vlaamse ambtenaren begrijpen Frans, maar omgekeerd niet.'


Het is iets wat de Vlaamse regering die Vlaamse Brusselaars best kwalijk neemt. Zij trekt zo veel geld uit om de Vlamingen in Brussel te beschermen, en dan gaan die Vlamingen zelf gewoon Frans praten.


'Ja, het is misschien een knieval dat we altijd Frans praten, maar het bespaart je wel veel moeite', zegt Johan Willekens, eigenaar van café Walvis, aan het einde van de befaamde Dansaertstraat. De Walvis is een geslaagde mix van hippe tent en bruine kroeg, met zwarte golfplaten en houtschrootjes aan de muren en jazzmuziek op de achtergrond. Het café is vooral populair onder Vlamingen, maar er komen ook veel Franstaligen.


'Kijk, je houdt het als Vlaming in Brussel vol door water bij de wijn te doen, en door niet te veel met politiek bezig te zijn', zegt de van oorsprong Limburgse Willekens, die al 27 jaar in Brussel woont. 'Hou je je met Vlaamse taalrechten bezig, dan ga je hier lopen. We zijn gewoon in de minderheid. Dat is de realiteit.'


Een stamgast, aan de andere kant van de bar: 'Ik kan me zo verbazen als Antwerpse vrienden naar Brussel komen en verontwaardigd zijn dat de ober geen Nederlands spreekt. Dan denk ik: er is zo veel miserie in de wereld, is dat niet belangrijker dan dat taalgedoe? In Brussel ligt er niemand wakker van welke taal je spreekt. Vlamingen en Walen komen hier goed overeen.'


Maar misschien gaat het toch om meer dan taal. Misschien gaat het ook om invloed. Vlaanderen financiert de Vlaamse Brusselaars niet alleen omwille van de taalbescherming, maar ook omdat het inspraak wil in hoe de hoofdstad wordt bestuurd. Door het verdwijnen van een Vlaamse Brusselaar in het parlement dreigt die invloed nu te verminderen.


'Brussel dreigt een monoculturele stad te worden', zegt journalist Steven Van Garsse van Brussel Deze Week. Volgens hem is het taalgebruik niet het grootste probleem.


'Twee culturen komen hier samen, ook in het bestuur. Dat is soms lastig, maar het is ook een verrijking. Vlaamse politici kijken soms met een andere bril naar problemen dan Franstalige.'


In het kunstzinnige café van het Kaaitheater beaamt Jari Demeulemeester dat volmondig. Demeulemeester, geboren in het Vlaamse Pajottenland, woont sinds zijn vroege kindertijd in Brussel. Zijn hele leven was hij actief in het Vlaamse cultuurnetwerk in Brussel, ondermeer als initiatiefnemer van het Kaaitheater en directeur van de Beursschouwburg en de Ancienne Belgique. Hij heeft een cv waar anderen drie levens over doen.


'Het idee achter al die culturele instellingen was dat de Vlamingen zich in Brussel geliefd zouden maken en van daaruit meer invloed zouden krijgen', zegt Demeulemeester. 'Maar dat is nooit gelukt. We hebben als Vlamingen impact op cultuur, maar niet op veiligheid of openbaar vervoer. We kunnen onze stempel niet op de stad drukken.'


De Belgische hoofdstad kampt met grote samenlevingsproblemen. De Brusselaars klagen over de vele daklozen en bedelaars, de hardnekkige vervuiling en de onveiligheid. Volgens Demeulemeester en andere Vlaamse Brusselaars steken veel Franstalige politici hun hoofd in het zand, en zou wat meer Vlaamse daadkracht de hoofdstad goed kunnen doen.


'Maar de Vlamingen krijgen niet de kans daar hun deel in te doen', zegt Demeulemeester. Hij vreest dat de Vlaamse regering, die weinig terugkrijgt voor haar investeringen in de hoofdstad, haar handen geleidelijk van Brussel zal aftrekken.


De Vlamingen zouden een voorbeeld moeten nemen aan de joodse gemeenschap in New York, zegt de Vlaams-Brusselse cultuurchef. 'Die heeft in de jaren twintig de stad in handen genomen. Met heel veel kennis, middelen, vernuft en ambitie hebben ze er een wereldstad van gemaakt.'


'Dat zouden wij Vlamingen ook kunnen doen met Brussel. Er een grote, internationale stad van maken, met topuniversiteiten en topmusea, zoals Amsterdam of Parijs. De trots van de natie, waaraan de rest van het land refereert. Helaas bestaat die joodse ambitie hier niet.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden